artikel

Alles draaide om praktische innovatie

bouwbreed

Alles draaide om praktische innovatie

De peperdure Oosterscheldekering vond hij eigenlijk overdreven. Toch is het mede aan dat project te danken dat een waterbouwprijs naar hem is vernoemd. Inzendingen moeten innovatief zijn, maar ook pragmatisch, vertelt zijn dochter Wilma bij de vierde editie van de prof.dr.ir. Jan Agema Prijs.

Zelfs jaren na zijn emeritaat noemde Jan Agema (1919–2011) het pronkstuk van de Deltawerken een vergissing. Een afsluitdam was een betere oplossing voor de Oosterschelde dan de “politieke tegemoetkoming aan de milieubeweging”, vond ‘Mister Deltawerken’. “Mijn vader wilde mooie werken bouwen, doelmatig en zonder het moeilijker te maken dan het was”, vertelt Wilma Klaren-Agema. “Niet voor niets heeft hij, ondanks zijn hoogleraarschap, weinig gepubliceerd. Hij besteedde al zijn tijd aan zijn projecten en daarin draaide het om praktische innovatie.” Toch stortte hij zich met hart en ziel op de bouw van de open kering. Want zowel wetenschappelijk als waterbouwkundig was dat natuurlijk de mooiste kluif van het hele Deltaproject.

Jan Agema was een typische ‘selfmade man’. Niet iemand die eerst de universiteit deed om vervolgens te kijken wat het zou opleveren. Voordat hij zijn eerste voet over de drempel van de TU Delft zette, had Agema al een heel leven als (water)bouwer achter de rug. “De fascinatie begon op zijn derde, toen hij zag hoe achter zijn geboortehuis een melkfabriek werd gebouwd”, vertelt zijn dochter. “Op zijn vijfde bouwde hij een kano. En die voer.”

Als jongeling ging hij naar de ambachtsschool in Opmeer, Noord-Holland. Toch werd hij geen timmerman, doordat het hoofd van het schoolbestuur hem naar Rijkswaterstaat stuurde. Via avondschool en staatsexamens klom hij op tot betonconstructeur. Zijn baan bij Rijkswaterstaat bracht hem via Limburg – in wederopbouw na de oorlog – naar Zeeland. Toen op 1 februari 1953 de Zeeuwse dijken doorbraken zat hij toevallig in Noord-Holland. Hij sprong onmiddellijk in de trein terug. Vanuit Vlissingen vloog Agema met legerhelikopters over het verdronken land om de schade te inventariseren. Hij leidde de sluiting van drie grote bressen in de zeedijken van Zuid-Beveland. De watersnood van 1953 was een ramp voor Nederland. “Maar voor mijn vader begon het daar allemaal.”

Hij werd een drijvende kracht in het ingenieursdebat dat volgde. De Nederlandse waterveiligheid was verwaarloosd, snelle en zekere oplossingen waren geboden. In een snelkookpan bedachten ze nieuwe civieltechnisch technieken en rekenmethoden voor de mogelijke levensduur van constructies. Agema geldt als bedenker van de probabilistische methode die we nog altijd hanteren: zeedijken moeten voldoen aan de eis dat ze hooguit eens in de tienduizend jaar bezwijken. Typisch een idee voor een echte pragmaticus. Hoe zou je immers ieder risico kunnen uitsluiten? Het vereiste wel goede theoretische onderbouwing en daarom leerde hij door naast zijn drukke werk. “Ik kan me herinneren dat hij met zijn rug naar ons toe zat. Papa moest studeren.” Wilma Agema maakte mee dat haar vader zijn ingenieursbul haalde aan de TU Delft. Zij was negen, hij vijftig. Later zou hij als hoogleraar Civiele Techniek waterbouwers als Han Vrijling, Jan Stuip en Dirk Hamer inspireren met zijn colleges. Na zijn emeritaat was Agema nog betrokken bij projecten als de afsluiting van de Feni rivier in Bangladesh, de stormvloedkering bij Venetië, Maasvlakte 2 en ‘Schiphol in zee’. Dat zijn dochter, die marketing ging studeren, via een omweg in de ruimtelijke ontwikkeling terechtkwam deed hem deugd. “Is ze toch nog goed terechtgekomen, zei hij.”

Haar bouwmarketingbureau De Bouwer & Partners adviseert de organisatoren van de prof.dr.ir. Jan Agema Prijs. De vijfjaarlijkse prijs van de afdeling Bouw- en Waterbouwkunde van het KIVI eert de naamgever en promoot nieuwe innovatieve waterbouwkunde. De prijs wordt dit jaar voor de vierde keer uitgereikt. Inzenden kan nog tot 1 oktober.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels