artikel

Glokaliseren in plaats van globaliseren

bouwbreed

Glokaliseren in plaats van globaliseren

De industrialisatie in de twintigste eeuw en de technische innovatie heeft ons allemaal verslaafd gemaakt aan energie. Ondertussen is er in een aantal decennia een gedrocht van een (fossiel) energiesysteem ontstaan, met daarnaast een dramatisch financieel systeem.

Beide systemen zijn debet aan desastreuze gevolgen, zoals de (globale) klimaatverandering en de financiële crisis, met gevolgen voor de gehele maatschappij (zorg, leefbaarheid, lokale economie et cetera).

Problemen van substantiële omvang, zou je zeggen. Echter:

• De financiële bedrijven zijn ‘gered’ met heel veel maatschappelijk geld. Deze bedrijven hebben vervolgens niets geleerd van het verleden en gaan op dezelfde wijze door dan voor de crisis.

• De fossiele energiebedrijven vechten om marktaandeel. Ze zijn alleen maar bezig om zo snel mogelijk olie om te zetten in geld en investeren nauwelijks in duurzame energie.

Ondertussen worden in beide sectoren gigantische winsten gemaakt en bepalen, in mijn beleving, de top van deze bedrijven de landelijke maar ook globale politiek. Wat de politiek betreft: die roept wel, maar acteert er niet naar, hetgeen mijn gedachte van ‘ puppet on a string ’ bevestigd. De huidige systemen zijn niet toereikend om een duurzame toekomst te garanderen, sterker nog, het zal de leefbaarheid voor de meeste mensen verslechteren.

Verandering komt dus niet van ‘ top-down ’ maar zal van ‘ bottom-up ’ moeten komen. De focus ligt heden ten dage vooral op energie, echter zal in de nabije toekomst de voorzieningen van water en voedsel minstens zo belangrijk zijn.

Om de leefbaarheid op een acceptabel niveau te garanderen is een integrale benadering nodig van voedsel, water en energie. Met het oog op de ‘ People, Planet, Profit -gedachte’ gaan we vanuit ‘bottom-up’ nieuwe lokale economieën realiseren die het welzijn van de (lokale) bevolking garanderen.

Om ervoor te zorgen de leefbaarheid in de toekomst duurzaam en op een acceptabel niveau te houden, moeten we rekening houden met antropologische ontwikkelingen.

Planologen voorspellen dat in de toekomst 60 tot wellicht 70 procent van de bevolking in steden gaat wonen. Dit leidt automatisch tot ‘krimp’ in het buitengebied. Tegenwoordig wordt daar ook direct ‘verpaupering’ aan toegevoegd.

Hoewel er veel discussie is over financiële ongelijkheid (naar aanleiding van publicaties van econoom Piketty) is het een feit dat er meer en meer gebruik gemaakt wordt van voedselbanken en neemt het aantal mensen dat in Nederland onder de armoedegrens leeft de afgelopen jaren alleen maar toe.

De Sustainable Future Trianglelaat zien dat we in plaats van ‘globaliseren’ moeten gaan kijken naar ‘glokaliseren’. Voedsel, water en energie zijn allen direct en letterlijk verbonden met duurzaamheid, welzijn en lokale economie.

Lokale economie betekent dat er financiële verbintenis is met lokale bedrijvigheid, dus ook lokale werkgelegenheid. Energie wordt lokaal geproduceerd en lokaal geconsumeerd, net als voedsel. Lokale voedselproducten voor een eerlijke prijs.

Projecteren we de Sustainable Future Triangle op de toekomst met 70 procent van de bevolking in de steden, dan zien we daar gelijk een koppeling met de ‘achtertuin’, het buitengebied, waar energie, voedsel en schoon water worden geproduceerd. Dit wordt naar de stad gebracht en neemt de ‘restproducten’ weer terug. Op deze wijze worden lokale energieketens en lokale mineralenketens gesloten.

Gerke Draaistra, operationeel directeur Ekwadraat, ontwikkelaar van projecten op het gebied van duurzame energie en energiebesparing

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels