artikel

Faillissement en verzuim

bouwbreed

Faillissement en verzuim

Wat betekent het faillissement van een aannemer voor de vraag of hij in verzuim is komen te verkeren voor (herstel)werkzaamheden, waarvan de opdrachtgever stelt, dat deze nog verricht moeten worden

Het volgende was aan de hand. Een opdrachtgever heeft een vordering betreffende resterende (herstel)werkzaamheden op een gefailleerde aannemer en deze heeft nog een vordering op de opdrachtgever. De curator heeft de laatste vordering aan B gecedeerd (overgedragen). Aangesproken door B doet opdrachtgever een beroep op verrekening. Daar voert B tegen aan, dat hij noch aannemer ooit in gebreke is gesteld. Er is dus geen verzuim, aldus B, en dus is hij niet schadeplichtig.

De vraag is nu of het faillissement van aannemer automatisch tot gevolg had, dat aannemer in verzuim was komen te verkeren inzake de genoemde werkzaamheden.

Relevant in deze kwestie is het bepaalde in art. 37 Faillissementswet. Daar wordt bepaald, dat de wederpartij (in casu opdrachtgever) van de gefailleerde (in casu aannemer) de curator schriftelijk een redelijke termijn kan stellen om te verklaren dat hij bereid is de overeenkomst gestand te doen. Blijft die verklaring uit, dan verliest de curator het recht om zijnerzijds nog nakoming te vorderen.

Appelarbiters oordelen, dat het faillissement van aannemer niet automatisch leidt tot het in verzuim komen te verkeren van aannemer. Op grond van art. 37 Fw had opdrachtgever de curator een termijn moeten stellen om te verklaren dat hij de overeenkomst gestand zou doen (in plaats van de ingebrekestelling die buiten faillissement had kunnen leiden tot verzuim). Pas bij een negatief antwoord of het uitblijven van een reactie van de curator zou opdrachtgever recht hebben gehad op schadevergoeding ter hoogte van de kosten van herstel door een derde. Gesteld noch gebleken is dat de curator verzocht is de overeenkomst gestand te doen, heeft hij met betrekking tot de niet door aanneemster uitgevoerde (herstel)werkzaamheden slechts recht op de door aanneemster bespaarde kosten van het herstel.

Zie:  RvA 10 juni 2015, nr. 71.946.

Voor wie meer wil weten over het faillissementsrecht, in het bijzonder in de bouw, houdt het Instituut voor Bouwrecht een lunchbijeenkomst op 28 september 2015.

www.ibr.nl

Prof.mr.dr. M.A.B. Chao-Duivis

Directeur Instituut voor Bouwrecht (IBR) en hoogleraar Bouwrecht TU Delft

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels