artikel

Agenda Stad nieuwe babbelbox ambtenaren

bouwbreed

Agenda Stad nieuwe babbelbox ambtenaren

Bloeiende steden zijn zonder twijfel heel belangrijk. Maar de wijze waarop de rijksoverheid aandacht aan de steden besteedt met de ‘Agenda Stad’, heeft veel weg van een papieren tijger, betoogt Jos Feijtel.

Op z’n best is sprake van een nieuwe babbelbox van ambtenaren en andere gelovigen die iedereen van het nieuwe evangelie ‘stad’ willen overtuigen om zo de wereld te verbeteren. In het slechtste geval wordt dit circus ambtelijk uitgevent om aan te tonen hoe belangrijk men is en dat men dus bij bezuinigingen moet worden ontzien. Domheid of sluwheid: wat is erger?

De Agenda Stad is een initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) dat vorig jaar is gestart. De eerste publicatie van zijn denktank is naar buiten gebracht: ‘Een langetermijnperspectief voor verbonden steden’. Met veel eigentijds jargon en veel Engelse begrippen worden de Nederlandse steden opgeroepen “om kansen te grijpen, kracht te zoeken in stedelijke netwerken en door innovaties op te schalen”. Maar ook moet “het ontwikkelingstempo omhoog onder andere door niet alleen meer en beter te gaan werken, maar vooral anders”. En natuurlijk “moet het adaptief vermogen worden versterkt en moeten stedelijke netwerken hun positie versterken door in Europa samen te werken. Er moet een strategie komen die op opgaande cycli inzet en neergaande cycli stopt”. Het staat er echt allemaal.

Eén geheel

Dat onze steden internationaal gezien weinig volume kennen is juist een kracht, volgens de denktank. We kunnen ons daardoor als “één geheel presenteren aan de buitenwereld. Nederland als netwerkstad en samenhangend stedelijk netwerk: the Urban Delta, of het Living Lab Nederland”. Deze bloemrijke verwoording van de boodschap aan het buitenland om Nederland te zien als één geheel, wringt overigens nogal met de boodschap die binnen ons land wordt uitgezonden: “het ontwikkelingstempo van de steden moet omhoog”. Het kan blijkbaar, zonder enige uitleg, allebei tegelijk. Het geschrift is bedoeld als ‘langetermijnperspectief’. Als het om de lange termijn gaat, en zeker als het slechts een perspectief betreft, mag geen concreet actieprogramma worden verwacht. Maar enige concrete aanduiding van wat nu van bestuurders en andere verantwoordelijke actoren wordt verwacht, ontbreekt. Enige duiding om van nu naar het gewenste perspectief te komen, zou toch plezierig zijn geweest.

Maar die handreikingen zijn in het geschrift slechts met veel moeite te vinden. Tenzij we de handreikingen als “er moet over bestuurlijke grenzen worden gekeken” of “we moeten coalities bouwen voor stedelijke innovatie van wereldklasse”als concreet beschouwen. De aansporing: “Door anders te doen, te denken en andere randvoorwaarden te stellen kan de overheid stedelijke dynamiek aanjagen en versterken…” is moeilijk te vertalen in een to-do-lijstje.

‘Oud denken’

In de innercirclevan de Agenda Stad wordt een vraag naar instrumenten of geld direct betiteld als ‘oud denken’. Dat mag zo zijn, maar de vraag blijft: als we niet een actielijstje formuleren en een beetje ons proberen voor te stellen waar we over een paar jaar willen zijn, hoe weten we dan of al die studiebijeenkomsten, publicaties, denktanks, conferenties en internationale oplopen enig nut hebben? Of is “nut” ook oud denken?

Ik ben niet van het intellectuele wereldje, maar meen aardig te weten hoe het in de bestuurlijke praktijk werkt. De vertaalslag om dit langetermijnperspectief te laten landen bij die vele bestuurders die vaak ook van het doe-werk zijn, zal nog veel voeten in de aarde hebben.

Ik ben zeker niet superslim, maar ook niet superdom; als ik van deze fontein van wolligheid, luchtfietserij en abstractheden geen brood kan bakken, zal dat waarschijnlijk bij veel huidige bestuurders ook zo zijn. De fles wijn die ik de baas van de Agenda Stad, directeur Mark Frequin van Wonen en Bouwen, heb beloofd als we binnen twee jaar enige mate van concreetheid hebben geconstateerd, hoef ik voorlopig nog niet te kopen. In vergelijking met de kletsfabriek van de Agenda Stad is het rapport van de Commissie Derksen ‘Perspectief voor de steden’ (VNG, april 2014) verfrissend en vele malen concreter. Daar kunnen bestuurders wat mee.

Waar komt toch de motivatie vandaan om zo ongelooflijk veel tijd, geld en energie te stoppen in deze vorm van hyperventilerend focussen op de Agenda Stad? Natuurlijk zal er bij diverse betrokkenen een serieuze zorg zijn over de sterke zuiging van de stad op goede (en minder goede) zaken enerzijds en de zorgelijke (onder andere krimp) effecten daarvan elders in ons land. Opvallend is overigens dat vrijwel de enige zorgelijke noot over de huidige ontwikkeling van de steden –‘achterstandswijken kennen een spiraal van werkloosheid, armoede en ondermijnende criminaliteit en jeugdproblematiek’ – slechts afgedaan wordt met de dooddoener: “Er is urgentiebesef nodig. Voor vernieuwing Nederlandse steden moet meer, beter en anders.” Daar hebben we wat aan!). Maar dat gezegd hebbende, lijken er twee motieven denkbaar voor deze kletsexercitie: ofwel er is een gelovige elite van ambtenaren en andere babbelboxbetrokkenen die denken de wereld echt te kunnen verbeteren met dit nieuwe evangelie. Of: het is een poging om het eigen departement, de eigen directie et cetera, belangrijk te maken om de dans bij komende ambtelijke bezuinigingen te ontspringen. Wat is erger: domheid of sluwheid?

Flinterdun

Stef Blok wilde van dit initiatief niks weten, omdat er in het regeerakkoord geen enkel aanknopingspunt voor is. De andere minister op dit departement, Ronald Plasterk, heeft het daarna alsnog omarmd. De inhoudelijke relatie met zijn portefeuille is flinterdun. Alles wat daarover te vinden is: “De groei van de stad is autonoom en gebeurt op eigen kracht, maar dat neemt niet weg dat de bestuurlijke inrichting de groei kan versterken en versnellen. Door anders te doen, te denken en andere randvoorwaarden te stellen”. Dat alles om de koppeling aan Plasterk te legitimeren. Hoever kunnen we zinken?

Jos Feijtel, zelfstandig adviseur wonen, lid expertteam ontslakken, bemiddelaar bij en vlottrekken van bouwprojecten en voorheen onder andere directeur Bestuurlijke en Financiële Organisatie bij het Ministerie van BZK (1992–1996)

Zie ook: www.ontslakkengemeente.nl

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels