artikel

Bestratingsbranche vraagt betere regie

bouwbreed

Bestratingsbranche vraagt betere regie

De uitvoering van straatwerk lijkt een hoogst individuele bezigheid te zijn. Dat heeft ook zijn weerslag op de organisatiegraad en representativiteit van organisaties die de belangen van straatmakers behartigen.

Straatmakers zijn eigenzinnige, zelfstandige professionals. Die laten zich niet regisseren, wel registreren. Van de 3965 geregistreerde straatmakersbedrijven in Nederland tellen 3155 bedrijven slechts één werkzame persoon. 725 bedrijven hebben 2 tot 10 werkzame personen. Slechts 5 bedrijven in deze branche tellen 50 of meer medewerkers.

Het ledenaantal van de vakgroep Ondernemers Bestratend Nederland (OBN) van Bouwend Nederland bedraagt 78, terwijl bij de Vereniging Modern Straatwerk (VMS) ruim 20 bestratingsbedrijven aangesloten zijn. De VMS kent daarnaast nog enkele gemeenten en toeleveringsbedrijven als lid. De representativiteit van deze verenigingen roept vragen op. De aanwezigheid van een tweetal clubs wijst op een dieperliggend probleem. Kennelijk bestaat er geen eenduidigheid in visie op de wijze waarop de branchebelangen het beste behartigd kunnen worden.

Iedere zichzelf respecterende branche gaat professioneel om met collectieve belangen. Daarvoor is een combinatie van diepgaande branchekennis, inzicht in het sectorbelang en toekomstvisie nodig. In een sector waarin het aantal zzp’ers dominant is, komt branchebeleid niet of moeizaam van de grond. Dat verklaart de onmacht van de huidige organisatievormen om inhoud te geven aan een gezamenlijk perspectief, waardoor alle sectorgenoten zich aangesproken voelen. De lage organisatiegraad en het gemis aan een gezamenlijk belang houden elkaar in een knellende greep. Als sectorbelangen niet vanuit de eigen branche bewaakt worden, zullen andere marktpartijen daarmee hun winst doen. In de praktijk vertaalt zich dat in een eindeloze klaagzang over ‘het werken voor de laagste prijs’, een jaarlijkse tirade van de Inspectie SZW over de niet-naleving van arbo-verplichtingen, tekortschietend rendement en achterblijvende innovatiekracht. Iedere branche, die aan deze manco’s lijdt, zal aan de gevolgen hiervan ten onder gaan. De ontstane marktruimte zal niet worden ingevuld door branchegenoten, maar door substituties van buitenstaanders.

Leefbaarheid

Bestratingsbedrijven voorzien ondertussen in een belangrijke maatschappelijke behoefte. Ze leveren een essentiële bijdrage aan de kwaliteit van de publieke ruimte en daarmee aan de leefbaarheid van dorpen en steden. In dit segment dienen zich toonaangevende innovaties aan, waarin bestratingswerk een belangrijke meerwaarde biedt. Burgerparticipatie, wijkbeheer, smart cities, buurtregie en andere actuele ontwikkelingen bieden een scala aan kansen voor innovatieve aanbieders van integrale oplossingen. Dat brengt een grote uitdaging mee, dat vraagt totaal nieuwe competenties van en binnen ondernemingen. Een naar binnen gekeerde en in zichzelf verdeelde branche beschikt niet over de goede positie om aan deze actuele en toekomstige maatschappelijk vraag te voldoen. De vraag naar uitvoerend straatwerk zal altijd blijven bestaan. Er is werk aan de winkel voor alle ondernemers en belangenbehartigers in de bestratingsbranche om een gezamenlijk brancheperspectief te ontwikkelen.

Dat lonkend toekomstbeeld geeft energie voor een gemeenschappelijke agenda, waarvoor OBN, VMS en andere branche-instituties eenparig een goed doordacht traject kunnen afleggen. Deze sectoragenda kan een uitwerking hebben naar zowel wijkers als blijvers in het ambachtelijke vak, dat straatmaken is. Ook de wijkers verdienen een perspectief, waardoor de vooruitgang in de sector niet langer opgehouden wordt. Voor de overheid ligt hier een belangrijke mede-verantwoordelijkheid, zowel als wetgever en handhaver als opdrachtgever. Aan de bestaande dubbelhartigheid – aanbesteden voor de laagste prijs en uitkeringen verstekken aan uitgerangeerde straatmakers – zal dan een einde komen. De branche-agenda voor de toekomst van het bestratingsbedrijf kent meerdere met elkaar samenhangende hoofdstukken: communicatie, innovatie, educatie en certificatie. De vier thema’s en de daaraan gekoppelde activiteiten staan niet op zichzelf, maar beïnvloeden en versterken elkaar tot een krachtig programma. Dat biedt uitzicht op een betere positionering van het bestratingswerk, vermindering van de arbo-risico’s, betere bedrijfsrendementen, doorbraak van bewezen technische innovaties en meer maatschappelijke voldoening.

Piet M. Oskam, directeur Centrum voor Innovatie van de Bouwkolom (CIB)

p.oskam@bouwkolom.org

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels