artikel

Proces van contracteren vraag om meer vertrouwen en minder juristen

bouwbreed

Proces van contracteren vraag om meer vertrouwen en minder juristen

Op de vraag welke juridische instrumenten er waren om de samenwerking tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers te optimaliseren hoorde ik mezelf antwoorden: minder juristen, meer vertrouwen.

Het was tijdens een plenaire bijeenkomst van Bouwend Nederland, die voorafgegaan was door en petit comité bepaalde stellingen te bespreken. In het voorstelrondje stelde ik mij voor als advocaat. En ik ben er niet voor mezelf de WW in te helpen, zoals een andere aanwezige opmerkte, maar toch … Het contracteringsproces in de bouw moet en kan anders.

Behalve over de kwaliteit van het opgeleverde werk gaan de meeste geschillen over de vraag wie de gevolgen – in termen van bijbetaling, extra tijd en schadevergoeding – moet dragen van afwijkingen ten opzichte van de situatie zoals een partij die voor ogen had bij het sluiten van de overeenkomst. Kortom, over de gevolgen van allerlei vormen van risico’s. Deze risico’s zijn vaak niet of niet-volledig in de overeenkomst vastgelegd of onderkend bij het sluiten van de overeenkomst. Maar moet dat dit dan als in een oorzakelijk verband meteen leiden tot (uitvoerings)geschillen en daarmee tot faalkosten? Zeer zeker niet.

In het proces dat leidt tot de sluiting van het contract zouden partijen veel meer tijd en energie moeten steken in communicatie, gegevensuitwisseling, vertrouwen. Kortom, partijen moeten elkaar leren kennen. Partijen krijgen daardoor duidelijkheid over elkaars belangen en de inhoud van de wederzijdse verplichtingen, met inbegrip van de risicoverdeling. Waardoor de kans op uitvoeringsgeschillen en faalkosten afneemt.

In de wereld van onderhandelen en mediation weet men dat het verstandig is om bij een samenwerking partijen bewust te maken van het individuele belang, maar ook om de parallelle en eventueel conflicterende belangen te inventariseren. Daar wordt de tijd voor genomen. Hierdoor zijn partijen – ook bij een geschil – eerder bereid oplossingen te vinden én te aanvaarden. Doormodderen, terwijl men weet van het gedeelde en het individuele belang is immers een slecht alternatief.

En dat is allemaal in een juridisch model te vatten. Ook bij een aanbesteding. De nieuwe Europese Richtlijn reikt daarvoor instrumenten aan en een model als een BVP-aanbesteding biedt eveneens mogelijkheden om ‘zachte’ aspecten juridisch vorm te geven. Ik hoef mij dus niet om te scholen, maar slechts – net als de hele bouwkolom – mijn perspectief te verplaatsen.

Floris Koster, advocaat bij Poelmann van den Broek, Nijmegen

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels