artikel

Een formule voor meer vertrouwen

bouwbreed

Een formule voor meer vertrouwen

Met de invoering van de herziene Woningwet per 1 juli 2015 wordt duidelijkheid gecreëerd door nieuwe spelregels voor de sociale huursector. Althans, dat is de bedoeling.

In een democratie markeert een nieuwe wet maatschappelijke consensus, in dit geval over het domein van de volkshuisvesting. Nieuwe regels zijn nodig vanwege veranderingen in de samenleving, nieuwe Europese eisen, interpretatieverschillen van het speelveld en vigerende regels door woningcorporaties en overheid, incidenten door bestuurlijk falen en risicovol financieel beleid en voortschrijdend inzicht over toezicht.

Het is de vraag of deze nieuwe wet een toereikend, intelligent en toekomstbestendig antwoord is op de behoefte aan een vernieuwde volkshuisvesting en een daarbij behorend beleid. Zo vraag ik mij af of de nieuwe wet niet te veel is gestoeld op incidenten bij enkele corporaties. Is er ruimte genoeg voor corporaties om in samenwerking met ketenpartners de samenhang tussen wonen, werken, leren en zorg vorm te geven? Biedt de wet ruimte voor lokaal maatwerk? Ademt de wet niet te veel risicomijding waardoor er nauwelijks lucht is voor maatschappelijk ondernemen? Staat de regeldruk over verantwoording nog wel in verhouding tot het doel?

Vertrouwensbreuk

Mijn belangrijkste vraag is echter of deze wet helpt bij het herstel van het vertrouwen tussen overheid en woningcorporaties. Want dat er sprake is van een vertrouwensbreuk is helder. De relatie tussen deze partijen in de jaren negentig, waarin de verzelfstandiging van woningcorporaties, de verbreding van hun speelveld en de terugtredende overheid domineerden, kunnen we kenmerken als puberaal: losmaken, uitproberen, grenzen opzoeken, niet met en niet zonder elkaar kunnen. De verdere groei naar een volwassen, respectvolle en op vertrouwen gestoelde omgang met elkaar is ontspoord. Wantrouwen, miscommunicatie, verwijten zijn het gevolg. En gebrek aan vertrouwen is geen goede basis voor samenwerking tussen overheid en markt, zeker niet als die markt bestaat uit maatschappelijke ondernemingen.

Wettelijke duidelijkheid kan helpen om dat vertrouwen te herstellen. De verwachtingen zijn immers helder en de regels bekend. Gedrag kan zo gereguleerd worden. Gedragsverandering gedijt echter beter als deze intrinsiek tot stand komt. Als willen en niet moeten de drijfveer is.

Lange weg

Naast de nieuwe Woningwet is het nodig dat de overheid, zowel op rijks- als op gemeentelijk niveau, en corporaties werken aan vertrouwen. Vertrouwen in zichzelf, in elkaar en in de burger/klant. Dat is een lange weg maar niet onbegaanbaar. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.

Zowel de overheid als corporaties hebben last van een negatief imago en het vertrouwen van burgers in beide partijen is door diverse oorzaken op een bedenkelijk niveau beland. Dat is een bedreiging voor de democratie en helpt geenszins bij het oplossen van maatschappelijke vraagstukken.

Welke weg kunnen corporaties en overheid bewandelen om dat vertrouwen te laten groeien? De reacties op de nieuwe woningwet bieden wat dat betreft een opening: ‘Stinkend je best doen en dat laten zien.’

‘De ellende van incidenten ligt achter ons, er is schoon schip gemaakt en we weten waar we met elkaar aan toe zijn.’

‘We hebben hiervan geleerd en moeten eens goed nadenken over de diepere herstelmogelijkheden.’

Uit deze reacties van overheid en corporaties spreekt welwillendheid en een open vizier naar de toekomst. De goede dingen doen en de dingen goed doen, kan door transparant te zijn en elkaar mee te nemen in intenties, beleid en resultaten. Facts en figures helpen daarbij.

Met die gedachte kan het zachte begrip vertrouwen hard en meetbaar gemaakt worden door het te vatten in een ‘formule’ van R. Benninga. Deze bestaat uit de ‘vertrouwensbreuk’.

 geloofwaardigheid + betrouwbaarheid

+ kwaliteit van de relatie

——————————————

zelfingenomenheid 

Boven de streep, in de teller, staan drie begrippen. De optelsom van geloofwaardigheid + betrouwbaarheid + kwaliteit van de relatie wordt gedeeld door de noemer, de score voor zelfingenomenheid. De maximum score is 30/1 = 30 en minimum 3/10. Deze ‘formule’ lijkt abstract. Het tegendeel is echter waar als je er echt mee aan de slag gaat. De werkwijze is lastig én eenvoudig; diep de begrippen uit, ga ze ‘laden’ met sleutelwoorden en geef ze een cijfer.

Een voorbeeld. Bij zelfingenomenheid horen begrippen als egocentrisch, eigen belang nastrevend, eigenwijsheid en arrogantie, valkuil van zelfoverschatting, niveau van dominantie. Bij geloofwaardigheid horen begrippen als kennis en ervaring, competentie-trackrecord, krediet en eerlijke intenties, meedenken en kansen zien, mogelijkheid om te leveren, passie.

Sleutelwoorden

De waarde van deze formule zit dan ook in de verdieping van de begrippen met te kiezen sleutelwoorden, in het gesprek over de betekenis, ervaringen en verwachtingen hiermee. Het scoren van deze begrippen is geen ‘vermeteren’ maar zorgt voor een vertaalslag van woorden naar cijfers, van abstract naar concreet, van emotie naar cognitie. Dit kan individueel maar de werking en zeggingskracht is effectiever als aan dit proces samenwerkende partijen deelnemen waar sprake is van geschonden vertrouwen. Bijvoorbeeld met corporaties en gemeenten, politieke partijen en kiezers, brancheorganisaties en hun leden.

Als corporaties en overheid deze vertrouwensbreuk onderdeel maken van hun dialoog, dan wordt delen vermenigvuldigen. Per 1 juli 2015 graag.

Frédérique Bijl, Commissaris Brabant Wonen

Reageren op dit artikel? Dat kan via redactie@cobouw.nl of via Twitter op @CobouwNL

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels