artikel

Vijf jaar Crisiswet: waard om te vieren

bouwbreed

Vijf jaar Crisiswet: waard om te vieren

Op 31 maart is het vijf jaar geleden dat de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking trad. Omdat de wet een groot succes blijkt, zou een Nationale dag van de praktische wetgeving ter onderstreping van dit lustrum niet misstaan.

Ik geef een paar positieve voorbeelden:

• De procedurele afhandeling van bestemmingsplannen met investeringsprojecten bij de Raad van State is met gemiddeld een half jaar verkort (zonder dat andere beroepszaken daaronder leiden).

• Een aantal procedurele versnellingsmaatregelen is inmiddels permanent gemaakt; de Raad van State kan kleine fouten door de vingers zien.

• In circa dertig haven- en andere werkgebieden faciliteert de wet de transitie van monofunctioneel bedrijventerrein naar functiemenging, met onder meer wonen, cultuur en onderwijs; de aanwijzing tot ’ontwikkelingsgebied’ biedt namelijk souplesse bij de toepassing van milieunormen.

• Vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet werken nu veertig gemeenten aan een omgevingsplan; dat is een bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte, waarin onder meer ook milieubepalingen zijn opgenomen.

Maar niet alle opties die de Chw biedt, komen uit de verf. Het razendsnelle projectuitvoeringsbesluit – in de wet ingebracht op suggestie van de Raad van State – wordt weinig toegepast. Van de mogelijkheid om een lokaal project met nationale betekenis aan te wijzen, hebben slechts drie gemeenten gebruikgemaakt. De filosofie van de wet hield rekening met het feit dat niet alle juridische noviteiten een brede toepassing zouden krijgen; in die zin biedt de wet een breed palet van versnellings- en (deels experimentele) vernieuwingsmaatregelen aan, waarvan de een beter aanslaat dan de andere.

Het idee voor de Chw ontstond in het voorjaar van 2009 in kringen rond minister-president Peter Balkenende. De vraag was hoe door de crisis sterk teruggevallen investeringen in (woning-)bouw, infra en duurzaamheid een duw in de rug konden krijgen door versnelling en vereenvoudiging van wettelijke procedures. Een projectgroep onder leiding van Carla Moonen (toen rechterhand van de premier op het ministerie van Algemene Zaken en thans dijkgraaf) nam de invulling van de wet voortvarend ter hand.

Het wetsontwerp stuitte op bedenkingen bij de Raad van State, waaraan voor een (klein) deel tegemoet is gekomen. De parlementaire behandeling in de Tweede Kamer verliep vlot. In de Eerste Kamer zorgde de fundamentele kritiek van de PvdA-fractie voor enige vertraging, maar toch lukte het om het hele parcours van initiatief tot inwerkingtreding van een complete, uitgebreide wet in één jaar af te leggen.

Emotionele betogen

In juridische en bestuurskundige vakkringen heeft de wet meer stof doen opwaaien dan in de politieke arena. In het rondetafelgesprek dat de Tweede Kamer met deskundigen belegde, leidde dit zelfs tot emotionele betogen.

Vier punten voerden de boventoon in de kritiek. Het eerste bezwaar stelde dat de wet geen investeringen over de brug helpt, omdat de crisis van financieel-economische aard is en daar verandert deze wet niets aan. Dit kritiekpunt snijdt hout. Het doorgaan van een investeringsproject hangt van een reeks uiteenlopende factoren af, waarvan de koopkrachtige vraag tot de voornaamste behoort. Het kabinet liet zich verleiden om het effect van de wet uit te drukken in extra arbeidsplaatsen in de bouw. Die relatie is natuurlijk niet te leggen.

Het tweede kritiekpunt hield in dat alles wat deze wet beoogt al met de huidige wettelijke instrumenten kan; de wet creëert alleen maar chaos door weer nieuwe instrumenten te introduceren. Dit commentaar kunnen we na vijf jaar royaal van tafel vegen. De nieuwe instrumenten hebben geholpen en die zien wij terug in de nieuwe Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht.

Het derde bezwaar stelde dat het hier gaat om eenzijdige ’beton- asfaltwetgeving’. Dat blijkt een ongegronde veronderstelling. Een groot deel van de plannen die via de Chw het groene licht krijgen, hebben een hoge duurzaamheidsambitie of faciliteren bij voorbeeld binnenstedelijke transities.

Een laatste bezwaar gold de inperking van de rechten van burgers die tegen investeringsprojecten bezwaar aantekenen. Het is juist dat de Chw paal en perk heeft gesteld aan de soms al te uitbundige rechtsbescherming in het bestuursrecht; dat was al langer nodig en gebeurt op een genuanceerde, afgewogen manier.

Na vijf jaar kunnen we concluderen dat de Crisis- en herstelwet de vuurproef glansrijk heeft doorstaan. Programmamanager Monique Arnolds die met groot enthousiasme gemeentelijke initiatieven onbureaucratisch in de uitvoeringsbesluiten van de wet inpast, heeft daar wezenlijk aan bijgedragen.

De wet versnelt investeringsprojecten, faciliteert bestuurs-juridische en technische innovaties en fungeert als wegbereider voor de nieuwe Omgevingswet. De critici zaten er faliekant naast. En oud-premier Balkende mag even van zijn VOC-momentje genieten.

Prof.mr. Friso de Zeeuw, praktijkhoogleraar gebiedsontwikkeling TU Delft en directeur Nieuwe Markten BPD

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels