artikel

Minder nieuwbouw, behalve in groeiregio’s

bouwbreed

Stoppen met nieuwbouw? Zeker niet in Utrecht. In groeiregio’s zal voorlopig nog gebouwd worden. Ontwikkelaars en bouwers doen er goed aan hun inspanningen te richten op renovatie en onderhoud.

Als ik uit mijn raam op de twintigste verdieping van het nagelnieuwe Utrechtse stadskantoor kijk, lijkt de stad één grote bouwput. Is het nieuwbouw? Is het verbouw? Is het renovatie? Het is het allemaal.

Direct onder mij wordt het nieuwe station gebouwd/verbouwd en is de grootste fietsenstalling ter wereld in aanbouw. Kijk ik in zuidelijke richting, dan zie ik de trambaan naar de Uithof in aanleg. Pal naast het spoor start binnenkort een groot woningbouwproject op het Kruisvaartterrein. Naast het Beatrixtheater laat het Rijksvastgoedbedrijf een groot nieuw verzamelkantoor (ver)bouwen. In het oosten, naast het nog maar net opgeleverde verbouwde en uitgebreide TivoliVredenburg, is een grote uitbreiding van winkelcentrum Hoog Catharijne in aanbouw. Wend ik mijn blik naar het westen, dan zie ik het parkeerterrein van de Jaarbeurs waar binnenkort de bouw van een multiplexbioscoop start. De Jaarbeurs zelf zal binnen tien jaar volledig worden herontwikkeld. Nóg een megabios is al in aanbouw in Leidsche Rijn.

Luchtfietserij

Utrecht zal doorgroeien naar 400.000 inwoners in 2030. Die bewoners hebben ook werkplekken en voorzieningen nodig. In dat licht lijkt de stelling ‘We moeten stoppen met nieuwbouw’ luchtfietserij. Het illustreert hoezeer de regionale situatie op de Nederlandse bouwmarkt verschilt. Want de stelling dat de komende jaren de bouwproductie zal verschuiven van nieuwbouw naar herontwikkeling, renovatie en onderhoud gaat mank voor een aantal groeiregio’s. Maar op macroniveau onderschrijf ik de stelling wel. Waarom?

Sinds de Tweede Wereldoorlog is het hoge aandeel van de nieuwbouwproductie in de eerste plaats gedreven door de stevige bevolkingsgroei, gecombineerd met een hoge economische groei. Maar de bevolkingsgroei is afgevlakt en bij een economische groei van 1 procent gaat de vlag al uit. Logisch gevolg: minder behoefte aan nieuwbouw.

Stelling of voorspelling?

Er zijn nog twee andere factoren die de nieuwbouwproductie beïnvloeden: technologische ontwikkeling en het overheidsbeleid. De moderne communicatietechnieken creëerden de voorwaarden voor het flexkantoor en werken-aan-huis. Consequentie: een extra daling van de behoefte aan kantoormeters, al zorgen de functionele eisen van een modern kantoor wel voor een flinke vervangings- en renovatiemarkt. Hoe de informatiseringsrevolutie voor de retailsector uitpakt, is nog niet helemaal duidelijk, maar aannemelijk is dat er per saldo een negatief volume-effect resteert.

De overheid heeft jarenlang investeringen in de woningbouw aangejaagd. Maar de woningwetlening en premiekoopregeling zijn al vijfentwintig jaar verleden tijd en woningcorporaties zijn een cashcow geworden voor de minister van Financiën. De hypotheekrenteaftrek heeft waarschijnlijk zijn langste tijd gehad. Allemaal redenen om de stelling (het is trouwens eerder een voorspelling) ‘minder nieuwbouw’, ondanks mijn dynamische Utrechtse uitzicht, toch te onderschrijven.

Brood op de plank

Moeten ontwikkelaars en bouwbedrijven daar ongerust van worden? Misschien. Maar ze zouden ook hun focus kunnen verleggen naar de herontwikkelingsopgave in vrijwel alle Nederlandse steden. De stad is hip. Zowel starters, gezinnen als senioren willen er weer heel graag wonen. Juist de tot woningen verbouwde monumenten, kantoren en zelfs fabrieken hebben daarbij een enorme aantrekkingskracht. Ook de renovatie van de naoorlogse woningbouwgolf kan voor brood op de plank zorgen. Mensen blijven langer in een woning wonen, maar willen wel dat hun huis aan de eisen van de tijd voldoet. Verstandige ontwikkelaars en bouwbedrijven doen er dan ook goed aan om hun investeringen in productontwikkeling in hogere mate te richten op de renovatie- en onderhoudsmarkt. Met goede flexibele, duurzame concepten kan de bestaande gebouwenvoorraad meebewegen met de behoeften van de gebruikers. Daar valt nog steeds een prima boterham mee te verdienen.

Paulus Jansen, wethouder bouwen/wonen, ruimtelijke ordening, vastgoed gemeente Utrecht.  

Reageren op dit artikel? Dat kan via redactie@cobouw.nl of op Twitter via @PaulusJansenSP

NATIONAAL BOUWDEBAT

Op maandag 9 februari, de eerste dag van de Week van de Bouw, wordt op initiatief van Cobouw en Jaarbeurs het tweede Nationaal Bouwdebat gehouden. Zes debaters buigen zich over drie stellingen:

-Ontwikkelaars zijn overbodig,

-Emvi is dood, leve de laagste prijs

-We moeten stoppen met nieuwbouw.

Vooruitlopend op het debat kiezen opinieleiders in Cobouw positie vóór of juist tégen een van de drie stellingen. Vrijdag reageert Leonie Janssen-Jansen, universitair hoofddocent planologie aan de Universiteit van Amsterdam, op de stelling ‘We moeten stoppen met nieuwbouw’.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels