artikel

Een lesje geschiedenis

bouwbreed

Een lesje geschiedenis

Wie dacht dat aanbestedingsproblematiek iets van de ‘laatste jaren’ was?

‘Sedert omstreeks in het midden der vorige eeuw de aanbesteding in het bouwbedrijf algemeen toepassing vond, zijn de voordelen, maar ook de nadelen van dit systeem duidelijk naar voren getreden en in vele geschriften van alle zijden belicht.’ Met die woorden begon Jelle Zijlstra, toenmalig minister van Economisch Zaken, in 1953 zijn rede, waarmee hij de commissie-Aanbestedingswezen in het leven riep. Een rede die nog altijd actueel is. Ik noem het monopolistische karakter van één aanbesteder versus een groot aantal aanbieders. Of het feit dat er zo’n groot aantal partijen betrokken is bij de bouw. En de neiging om onder kostprijs in te schrijven. Maar ook de vingerwijzing naar hoofdaannemers, omdat zij ‘ …op een weinig scrupuleuze wijze van de mogelijkheden, die het aanbestedingssysteem hun biedt, gebruik maken door in vele gevallen de gegadigden tegen elkaar uit te spelen’.

Na twee bladzijden prachtig geformuleerde waarheden concludeert de minister: ‘Het blijkt derhalve, dat het systeem van aanbesteding, waaraan in principe zonder twijfel belangrijke voordelen zijn verbonden, voor alle daarbij belanghebbenden in zijn praktische uitwerking in vele gevallen onbevredigend werkt’.

Een scepticus zou kunnen beweren dat er in al die tijd niets veranderd is. Gelukkig ben ik dat niet. Opzetcontracten en prijsafspraken zijn inmiddels verdwenen. Kwaliteit deed voorzichtig zijn intrede als gunningcriterium. En past performance kan bijdragen aan structureel betere verhoudingen. Daarmee bestrijden we de negatieve bijwerkingen van aanbesteden in de bouw. Met wisselend succes, maar ik zie een opgaande lijn.

Het is de commissie-Aanbestedingswezen destijds niet gelukt de onderliggende problemen aan te pakken. En ook nu nog lijken ze te fundamenteel.

Joost Fijneman, hoofd Bouwend Nederland Advies

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels