artikel

Systeem Maskerade moet houtbouw bevorderen

bouwbreed

Systeem Maskerade moet houtbouw bevorderen

Ruim van opzet, goedkoop in het gebruik en makkelijk te bouwen. Met die kwalificaties brengt architect Maarten van der Breggen een aantal bijzonderheden onder de aandacht waarin zijn houtbouwsysteem Maskerade verschilt van meer traditionele bouwmethoden.

Maskerade begon ruim vijftien jaar geleden als een opgave voor industrieel, flexibel en demontabel bouwen. Het is een houtskeletbouwmethode waarbij het casco en de afbouw gescheiden zijn. “Door het gebruik van houten vloerplaten, scheidingswanden en gevelelementen kan een grote variatie aan gebouwtypen en plattegronden worden gerealiseerd”, zegt Van der Breggen. “De methode is zodanig ontworpen dat er in de gebouwen geen krimp optreedt zodat er geen beweging in de gebouwen zit en er geen geluid en andere hinderlijke bijeffecten optreden.”

De elementen van het bouwsysteem worden in zijn uitleg industrieel geprefabriceerd uit hernieuwbare en biobased-grondstoffen. Een intelligent ventilatiesysteem onderhoudt in het resultaat een gezonder leefklimaat. “De fundering en het casco worden in de fabriek geproduceerd en op de bouwplaats geassembleerd”, zegt Van der Breggen. “Dat verkort de bouwtijd en levert een kwalitatief hoog resultaat op.” Vanaf de prefab-fundering kan het casco tot en met vier verdiepingen binnen één dag wind en waterdicht worden opgeleverd.

Het casco bestaat uit modules met een overspanning van 7,5 meter. Dat mag wat Van der Breggen betreft een revolutie heten. “Het is een breuk met de maten die sinds de wederopbouw in de woningbouw worden gebruikt.” Alle maten en bijzonderheden zijn volgens hem heilig: als daarvan wordt afgeweken heeft dat invloed op de prijs van de woning die ermee wordt gebouwd. Een appartement van 85 vierkante meter kost ongeveer 100.000 euro, exclusief de grond, gerekend over een projectomvang van gemiddeld vijftien woningen.

De toeleveranciers maken de elementen voor de vloeren, de gevels, de bouwmuren en de daken. Daar worden ook de kozijnen, de isolatiematerialen, de leidingen en voor zover mogelijk de afwerkingsmaterialen tot montageklare elementen gemaakt. Badkamers en toiletten worden eveneens voorgefabriceerd en als gebruiksklare producten afgeleverd, net als de installatie voor onder meer verwarming, warm tapwater, elektra en energieopwekking.

De aannemer coördineert de samenbouw op locatie en verzorgt de afbouwonderdelen zoals metselwerk en binnenaankleding. De kosten daarvan bedragen 30 tot 40 procent van de totale investering. De resterende 60 tot 70 procent gaat op aan de benodigdheden van het systeem. Dat geeft de architect wat Van der Breggen betreft net zoveel vrijheid als andere bouwsystemen. “Ook die zijn in beginsel industrieel van aard waaraan de architect niets mag veranderen buiten de vormgeving van de gevel en het dak.”

Mede op die manier kan houtbouw meer toepassing vinden. Het aandeel ervan beloopt nu een kleine 5 procent op het totaal van de bouw. Dat komt door onder meer de ambachtelijke uitvoering van elementen, zegt Van der Breggen. “Een industriële aanpak kan dit percentage drastisch verhogen.”

Alle installatietechniek zit in een kast die van buitenaf bereikbaar is. In voorkomende gevallen kan de installateur daar bij zonder beslag te leggen op de tijd van de bewoners. Binnen zijn alleen de leidingen te vinden. Die liggen onder de vloer in een laag zand. De bewoners kunnen later zonder moeite de leidingen (laten) verplaatsen. Dat is ook het enige van de installatietechniek waarover de bewoner zich druk hoeft te maken. In het ideale geval huren de bewoners de installaties en de toestellen die erop zijn aangesloten van de installateur. Die zorgt er op zijn beurt voor dat de woning energieneutraal is.

Het zand waarin de leidingen liggen, zit in een kartonnen honingraat van 7 centimeter hoog. Daarin is volgens Van der Breggen voldoende ruimte te vinden om de binnenriolering genoeg afschot te geven. Gevuld met zand weegt een vierkante meter honingraat 60 kilo. De constructie isoleert zo volgens de regels geluid.

Technisch is het installatieconcept al aardig uitgewerkt. Alleen juridisch zijn er nog wat hobbels te nemen. Eén daarvan is de verhuur van installatietechnische voorzieningen. Een andere houdt verband met inzet van technische leerlingen die als onderdeel van het samenwerkingsverband onder leiding van leermeesters een project uitvoeren. Het werk valt onder de lestijden; het is geen stage.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels