artikel

Kantschuif voor vleugeldeuren krijgt handiger sluitbusje

bouwbreed Premium

Een nieuw sluitbusje voor het opvangen van een kantschuif wordt eenvoudiger te plaatsen en te stellen.

In deze tijd van schuifpuien zie je tweevleugelige deuren niet meer zo vaak als doorgang van de woonkamer naar de tuin, maar je kunt ze nog geregeld tegenkomen als dubbele openslaande deur naar een balkon of als een stel klassieke garagedeuren. De ‘gangvleugel’ – de meest gebruikte deur van zo’n stel – is dan voorzien van een slot en een deurklink. De ‘standvleugel’ is gewoonlijk uitgevoerd met twee kantgrendels of -schuiven. Deze zijn ingelaten in de diktekant van de deur en hebben een stang waarvan het vrije uiteinde bij het vergrendelen in een verstevigde uitsparing in de boven- of onderdorpel schuift.

Meestal is die uitsparing een eenvoudig sluitplaatje of busje en de combinatie moet precies op elkaar passen. “Het probleem is om deze uitsparingen zo nauwkeurig te stellen, dat de functie van de deur niet gestoord wordt en de onderste aandrijfstang betrouwbaar in de vloeruitsparing kan duiken”, schrijft Zoltan Bencsik in octrooiaanvrage NL2011291, waarin hij zich afzet tegen de bestaande uitvoeringen van zo’n busje. Die blijken vaak trapezium- of kuipvormig te zijn uitgevoerd, of al dan niet excentrisch kegelvormig. “Alle bekende instelbare oplossingen hebben als nadeel dat aanvullende werkstappen als lijmen of verdeuveling nodig zijn.“

Bencsik bezon zich op een bus die eenvoudiger is te bevestigen en zonder aanvullende middelen als lijm of deuvels in massief materiaal is te verankeren. Met zo min mogelijk voorbereidende werkzaamheden voor degene die de deuren plaatst. Hij kwam uit op een tweedelige bus, bestaande uit een huls en een daarin passend opvangdeel voor de vergrendelingsstang.

De huls is cilindervormig, maar evenwijdig aan de lengteas ontbreekt een deel van de cilinderwand. De dwarsdoorsnede is daardoor geen cirkel, maar een ringsegment van 348 graden. Bovendien is het buitenoppervlak in de lengterichting voorzien van ribben. Door deze vormgeving klemt de huls zichzelf vast nadat hij met een rubber hamer in een iets te krap geboorde opening in de dorpel is geslagen. Verdere bevestigingsmiddelen zijn dan niet meer nodig. De huls heeft ook een kraag die zonodig is afgestemd op een eventuele helling van de dorpel. De binnenkant van de huls is uitgevoerd met enkele groeven, zowel evenwijdig aan de as als dwars daar op.

Het opvangdeel heeft een vierkante opening voor de stang. Deze opening is excentrisch geplaatst, zodat elk van de vier zijden een andere afstand heeft tot de lengteas. Op de cilindervormige buitenomtrek van het opvangdeel zitten kegelvormige nokken die passen op zowel de lengte- als de dwarsgroeven in de huls. Bij het in de huls duwen van het opvangdeel schuiven de nokken in de lengtegroeven, waarbij ze de huls wat verwijden. Als het opvangdeel tot zijn kraag in de huls zit, kan de opening eenvoudig worden uitgericht met een 4-kantsleutel. Daarbij draaien de nokken in de dwarsgroeven, waardoor ze de huls nog verder verwijden en de complete bus nog steviger in het boorgat komt vast te zitten.

Octrooinummer: NL2011291

Houder: Gretsch-Unitas, Ditzingen (D)

Uitvinder: Z. Bencsik 

Reageer op dit artikel