artikel

Vergadertijgers

bouwbreed

Vergadertijgers

Laatst mocht ik deelnemen aan een stuurgroep, waar onder ambtelijk voorzitterschap met een groot aantal belangenclubs werd gesproken over een wetsvoorstel in wording. Te sturen viel er weinig, maar meepraten wel. En dat deden we als deelnemers vol overgave.

De voorzitter vertelde dat de memorie van toelichting van het wetsvoorstel geheel herschreven was naar aanleiding van eerdere kritiek en vroeg wat de deelnemers van de nieuwe versie vonden. De grootste criticaster, wiens achterban het meest onder uit de zak had gekregen in de vorige versie, mocht openen. De voorzitter keek hem hoopvol aan. Waardeloos, opende hij met gevoel voor drama. Volgens hem was de tekst veel te negatief; incidenten werden verheven tot een algemeen beeld van de sector, terwijl de kwaliteit nu zo veel hoger was dan vroeger. Daarna kwam de belangenbehartiger van de groep aan het woord die juist zo veel te lijden heeft van de huidige situatie. Hij vond het een prima tekst, maar vroeg zich af hoe de maatregelen de toestand gingen verbeteren, want dat werd nergens duidelijk. Een derde miste juist de relatie tussen huidige situatie en maatregelen. Zo ging het nog even door, tot een door de wol geverfde bestuurder aan het woord kwam. Hij stelde voor het beeld in de memorie van toelichting geheel te kantelen. In plaats van te overdrijven hoe erg het nu allemaal is, zou juist aangegeven moeten worden hoe het wetsvoorstel tot verbetering gaat leiden. Iedereen kon zich daar in vinden. De voorzitter werd enthousiast over zoveel eensgezindheid, maar zo waarschuwde hij: “De urgentie moet wel uit het wetsvoorstel blijven spreken, anders legt de Tweede Kamer het terzijde”. Die waarschuwing bleek geheel terecht de keer daarop; de aanpassingen waren marginaal. Openheid is een schone zaak, maar maakt niet altijd gelukkig.

Jan Fokkema, directeur Neprom

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels