artikel

Wordt NOM de nieuwe NORM?

bouwbreed Premium

Wordt NOM de nieuwe NORM?

Kort achter elkaar berichtten het NOS journaal en de Volkskrant over nul-op-de-meter, oftewel “NOM”. Tot voor kort was deze afkorting alleen onder professionals bekend. Maar het lijkt erop dat het sneller gemeengoed gaat worden dan wij voor mogelijk hebben gehouden. Je energierekening betaal je straks niet meer aan een energiebedrijf. Nee, die steek je in je huis. Wordt NOM de nieuwe NORM?

De “niet-professionals” Tom Godefrooij en Marja de Hart ruimen in hun interview in de Volkskrant op heldere wijze op met een aantal vooroordelen. Bijvoorbeeld dat je een duurzame renovatie moet terugverdienen. Dat doe je met een nieuwe auto of een vaatwasser ook niet. Dat idee is door adviseurs ontstaan, die proberen terugverdientijden aan te tonen en die waarde alleen in geld kunnen uitdrukken. Zij stoppen daarmee duurzaamheid in de hoek van economische afwegingen. Terwijl Marja en Tom laten zien, dat hun energiezuinig huis ze helpt wensen werkelijkheid te laten worden: hun energierekening is de financiering van wat zij al lang wilden: een huis waarin ze zorgeloos oud kunnen worden.

Ze vertellen over de weerstand bij welstand. Hun verhaal illustreert niet alleen dat je vraagtekens kan plaatsen bij kwaliteitsbewaking volgens het welstandprincipe. Ze stellen daarmee ook aan de orde, dat duurzame oplossingen voor woningen nog onvoldoende ontworpen worden. Zoals bij de vaatwasser en de auto: daar staat een leger ontwerpers klaar voor een mooi geïntegreerd product. Bij renovatie daarentegen is ontwerp nog steeds de lastige kostenpost op het einde. Het gevolg is dat politici alleen beloftes doen als “wij zorgen dat je hier geen last hebt van welstand.” Het boeit blijkbaar niet of het wel of niet mooi wordt. Dat zou het wél. Het geluid zou eerder moeten zijn: “wij zorgen voor een klimaat waardoor in onze stad alleen maar excellente renovaties uitgevoerd worden!”

Marja en Tom willen over een paar jaar geen pionier meer gevonden worden. Ik denk dat hun wens uit gaat komen. Nul-op-de-meter is nu nog bijzonder, maar wordt binnen zeer korte termijn de norm. Het bijzondere en ook goede eraan is, dat NOM uitgaat van harde garanties op besparingen. Die besparingen zijn letterlijk de basis voor financiering. Wie maandelijks minder uitgeeft aan energie kan dat geld meer in zijn huis steken. Particulieren, woningbouwcorporaties, maar ook architecten en bouwbedrijven, beleggers en banken realiseren zich nog onvoldoende hoe groot de potentiele reikwijdte van deze kans is.

Er zijn ook kritische geluiden over NOM. Het gaat gepaard met een grote en dure bouwkundige ingreep. En hoe je het ook wendt of keert, ook de productie van isolatiemateriaal, zonnepanelen en installaties kost energie, grondstoffen en CO2-uitstoot. Duurzaam bouwen is niet bouwen, dat zal altijd zo blijven. Daarom is het ook zo belangrijk, de inzet van al deze grondstoffen en energie in dienst te stellen van de maximale reductie van het energieverbruik. In de eerste plaats gaat dit over voorkomen van verspilling. Beleid is nog te veel gericht op een beetje extra opwekken door windmolens en zonnestroom.

De Nederlandse politiek heeft nog niet door dat ze niet Duitsland achterna moet rennen maar kunnen voorlopen op de wereld. Hiervoor is NOM pas de eerste stap. Er is een klimaat nodig, om door te kunnen werken aan duurzame oplossingen. Woningen moeten niet alleen van het gas af maar ook van kolen- en kerncentrales. Er moet worden toegewerkt naar circulair hergebruik van materiaal. Nieuwe bedrijfsmodellen moeten gestimuleerd en mogelijk gemaakt worden. Voor al dit voorgaande is goed beleid nodig. Maar ook de volgende generatie Tom’s en Marja’s is nodig. Mensen die willen pionieren om tot een steeds duurzamer gebouwde omgeving te komen.

Reimar von Meding, is directielid-architect partner van KAW te Groningen, Rotterdam, Eindhoven en Barcelona en founding partner van Reimarkt. Hij houdt zich bezig met de fysieke en sociale revitalisering van de Europese stad.

Reageer op dit artikel