artikel

Commentaar: Urgenda

bouwbreed Premium

De uitspraak van de rechtbank in Den Haag dat de Staat der Nederlanden meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, biedt kansen voor de bouw.

In 2020 moet de uitstoot een kwart lager zijn dan in 1990, bepaalde de rechtbank in een nu al historische, door Urgenda aangespannen zaak.

Energieneutraal bouwen wordt nog belangrijker, stelden deskundigen uit de bedrijfstak na de uitspraak. De bouw moet er dus de schouders onder zetten. Innovatieve mogelijkheden bedenken en die op de markt brengen. De rest gaat daarna vanzelf. Althans zo lijkt het. De werkelijkheid is echter weerbarstig, want tussen droom en daad staan wetten in de weg. Daar wringt de schoen. De bouwsector erkent weliswaar het belang van de klimaatproblematiek en wil graag meewerken aan een oplossing, maar Nederland heeft zijn wet- en regelgeving op dat punt niet op orde.

Eerder dit jaar kreeg minister Stef Blok van Wonen er duchtig van langs van de Europese Commissie. Die verweet de bewindsman dat de bepalingen die garanderen dat Nederland op weg is naar bijna-energieneutrale nieuwbouw niet aansluiten bij wat Europa wil. De minimale eisen die Nederland stelt voor energiezuinigheid bij grootschalige renovatie van gebouwen schieten tekort, adviezen bij het energielabel zijn niet voldoende gedetailleerd en er is kritiek op de mogelijkheden om sancties op te leggen.

De minister antwoordde dat hij in Europa zou gaan uitleggen wat Nederland allemaal wel niet doet om energieneutraal bouwen te stimuleren en sloot niet uit dat sommige regels zouden worden aangepast.

Na de uitspraak in de klimaatzaak is uitleggen wat allemaal goed gaat niet langer voldoende. Het ‘wellicht’ aanpassen van regels evenmin. De overheid moet over de brug komen met concrete regelgeving om de CO2-uitstoot drastisch te verminderen. Als de regels er zijn, is de bouw klaar om een actieve rol te spelen teneinde de doelstellingen voor 2020 daadwerkelijk te realiseren.

Reageer op dit artikel