artikel

Overcapaciteit remt herstel

bouwbreed Premium

We zitten ogenschijnlijk weer in de lift. De consument krijgt er elke dag meer zin in. De portefeuilles van leveranciers nemen verhoudingsgewijs toe en we zien hun prijzen weer stijgen.

Toch durf ik op deze plek een kritische kanttekening te plaatsen bij alle optimistische geluiden van de laatste tijd. Want kijken we naar de opbrengsten, dan kunnen we namelijk niet anders dan concluderen dat in onze sector schraalhans nog steeds keukenmeester is. De rendementen zijn slecht en solvabiliteitscijfers van ruim onder de tien procent zijn een schande voor de branche.

De grootste oorzaak hiervan is dat er in verhouding met de beschikbare omzet in de markt nog te veel aanbieders zijn. Natuurlijk, door de crisis zijn er al veel bedrijven omgevallen. Maar tegelijkertijd staat het huidige aantal bedrijven nog niet in verhouding tot het aanbod aan werk. Het gevolg daarvan is dat op aanbestedingen massaal met nog steeds te lage prijzen wordt ingeschreven. Met alle gevolgen van dien. De uiteindelijke opbrengsten zijn navenant.

Uiteindelijk keert de wal het schip en zullen de financieel zwakkere broeders ons ontvallen. Hoe zeer mij dat menselijk gezien ook spijt. Voor de sector als geheel gaat deze ‘natuurlijke selectie’ nog te langzaam. En dat komt omdat bedrijven met een wankele financiële positie op de been worden gehouden. Door (lokale) overheden, die bijvoorbeeld afnamegaranties verlenen op grondposities, of een oogje toeknijpen als bij aanbestedingen door de inschrijver niet aan de solvabiliteitseis wordt voldaan. Of door banken, die uit angst voor een te groot financieel verlies weigeren definitief de kredietkraan dicht te draaien.

En toch moet daarmee worden gestopt. Een duurzaam herstel van de sector is namelijk gebaat bij een gezonde vraag- en aanbodverhouding. Overcapaciteit remt dat herstel en geloof mij, daarmee is niemand gebaat.

Bart Hendriks, algemeen directeur Hendriks Coppelmans Bouwgroep

Reageer op dit artikel