artikel

Commentaar: Opbieden

bouwbreed Premium

In de Sovjet-Unie bepaalde de staat waar je woonde en hoe je huis eruit zag. In Nederland anno 2015 kunnen we zelf kiezen waar we willen wonen en hoe ons nieuwbouwhuis eruit ziet. Denken we. De werkelijkheid is dat de keuze voor nieuwbouw eigenlijk beperkt is tot bouwlocaties die in ontwikkeling zijn. Die worden door gemeenten en provincies aangewezen. Zij bepalen meestal ook wie bouwt.

De Commissie Huizenprijzen legde een paar jaar geleden de vinger al op de zere plek: het zijn de gemeenten en marktpartijen die bekokstoven wie waar en wanneer bouwt. Zij hebben belang bij schaarste. In de tijd van stijgende huizenprijzen waren prijs en opbrengst gegarandeerd, van concurrentie was weinig sprake en vertraging was soms zelfs lonend. De consument kwam niet in het verhaal voor. Je staat als consument eigenlijk in een supermarkt met maar één schap: woning A te koop op locatie B. Jawel, je kunt bij woning A nog een dakkapel krijgen. Fantastisch. Maar eigenlijk wil je woning H op locatie G. In Nederland heb je als woonconsument niet veel te vertellen en te kiezen, tenzij je zelf een huis bouwt. Door het gebrek aan concurrentie worden marktpartijen niet uitgedaagd om met de beste en betaalbaarste woningen te komen.

Taco van Hoek, directeur van het EIB, en Meindert Smalllenbroek, directeur bouw van het ministerie van Binnenlandse Zaken, wezen deze week in Cobouw op het gevaar van dit verdeel- en heerssysteem dat nog steeds de norm lijkt. Smallenbroek plaatst het in de categorie verboden prijsafspraken. Een harde maar terechte beschuldiging. Het afschaffen van deze vorm van marktbederf is de komende jaren hard nodig. Juist bij een aantrekkende vraag zal er in de Randstad en in veel steden als we niet oppassen weer schaarste aan bouwlocaties ontstaan. Veel en goed woningaanbod is echter nodig.

Laat bouwpartijen tegen elkaar opbieden. Dat levert de beste woningen op en houdt partijen in de markt gezond scherp.

Reageer op dit artikel