artikel

Simpele indicatoren voor rafelige contracten

bouwbreed Premium

Hoe herkent de niet-jurist een versleten contract? Nederland kent contractsvrijheid, wat betekent dat er oneindig veel mogelijkheden zijn om een overeenkomst op moderne wijze op te schrijven. Waarom zijn er dan toch zoveel versleten en gerafelde overeenkomsten? En waaraan herken je die, als je geen jurist bent?

De bouwopgaven van deze tijd vragen om modernisering van de klassieke overeenkomsten. Renovatie en transformatie van bestaande gebouwen vragen een andere benadering dan het uit de grond stampen van nieuwe doorzonwoningen in een weiland. De wens tot verbetering van efficiëntie en het voorkomen van verspilling vraagt om vertrouwen en goed voorbereidend en coördinerend overleg, de codewoorden van ketensamenwerking. Zien we tegenwoordig bijbehorende clausules in moderne contracten? Helaas, neen.

Het recent verschenen preadvies van de Vereniging voor Bouwrecht gaat terecht uitvoerig in op de noodzaak van overleg. Er moet beter worden gecommuniceerd. Maar goede modelregelingen of protocollen die structuur kunnen geven aan communicatie in bouwteam of coördinatieoverleg ontbreken. Ook de herziening van de UAV 1989 die leidde tot de UAV 2012 is wat dat betreft een gemiste kans. Werkelijke modernisering ontbreekt daarin volledig en ik beschouw de herziening van de UAV van 2012 vanuit dit oogpunt als een mislukking.

Van rafels ontdoen

Dus moeten de contractenschrijvers zelf meer aandacht geven aan modernisering. Maar eerst moeten we de stoffige doorgekopieerde contracten van de rafels ontdoen. Je herkent ze onmiddellijk.

Er zijn simpele indicatoren voor rafelige contracten. Je hoeft er geen jurist voor te zijn. Neem de overwegingen, de considerans van een overeenkomst. Als die begint met “Overwegende dat”, dan weet je het al. Is dat modern taalgebruik? Je kunt toch volstaan met “De partijen hebben het volgende overwogen” en daarna met normale zinnen verdergaan? In oude arresten van de Hoge Raad hadden de zinnen een opbouw in de indirecte rede. Er stond telkens “O. dat … “, dat stond voor “Overwegende dat …”. Dat stopte pas bij de beslissing, waaraan de overwegingen vooraf gingen. De Hoge Raad vond dit een omslachtige en ook nodeloze manier van formuleren, wat het ook is, en is er op een gegeven dag mee gestopt. Dat gebeurde – gek genoeg onopgemerkt – al ergens in de zeventiger jaren van de vorige eeuw.

Een andere indicator is snel te vinden in de veelvoorkomende bepalingen die gaan over de manier waarop je mededelingen aan de andere partij moet doen. Wordt de mogelijkheid van e-mail niet genoemd, maar blijft men steken bij de fax of de telefax? Alarm! E-mail staat gewoon in de wet met de term ‘elektronische post’.

In de ban

Smaken verschillen, maar het gebruik van archaïsche woorden vind ik niet getuigen van fris taalgebruik. Ik som er maar wat op: reeds nu voor alsdan, nopens, weshalve en casu quo (wat je vrijwel altijd kan vervangen door ‘of’). Die zijn goed voor Wichtigmachers en advocaten met een hoornen bril. Ik doe hierbij meteen nog wat in de ban: lange zinnen en tangconstructies.

Een indicator voor een gevaarlijk gerafeld contract is het woord ‘uitdrukkelijk’. Kijk eens naar de volgende drie zinnen. “Partij A moet verplichting X nakomen. Partij A moet ook verplichting Y nakomen. Partij A moet uitdrukkelijk ook verplichting Z nakomen.”

Wat is de functie van ‘uitdrukkelijk’ in de derde zin? Wordt hier een sterkere verplichting gesmeed dan in de eerste twee zinnen? Past dit wel in de systematiek van ons Burgerlijk Wetboek? We kennen het verschil tussen inspanningsverplichtingen en resultaatsverplichtingen. Maar mag partij A ermee wegkomen als hij de verplichtingen X en Y een beetje halfslachtig heeft uitgevoerd en zegt dat die verplichtingen niet uitdrukkelijk waren?

Goede functie

Natuurlijk kan het woord ‘uitdrukkelijk’ een goede functie vervullen. De wet zegt dat je een afwijzing van de algemene voorwaarden van de wederpartij op uitdrukkelijke wijze moet afwijzen, anders werkt het niet. Maar dat betekent dus dat je die afwijzing uitdrukkelijk moet doen. Daarbij hoeft men het woord ‘uitdrukkelijk’ niet te gebruiken.

Kortom, het moet uitdrukkelijk anders. Gebruik de indicatoren!

Jan van Duijvendijk, advocaat en partner Lexence, Amsterdam


Reageer op dit artikel