artikel

Inzet bedrijfstak voorveilig werken nog nodig

bouwbreed Premium

Inzet bedrijfstak voorveilig werken nog nodig

Werkgevers en werknemers hebben een eigen verantwoordelijkheid in gezondheid en veiligheid. Om meerdere redenen nemen velen niet de nodige maatregelen. Maar anderzijds zijn er prikkels om dat juist wel te doen.

Iedereen in de bedrijfstak is het erover eens dat gezondheid en veiligheid op het werk belangrijk zijn. En we zijn er ook nog niet, getuige het feit dat één op de 24 bouwplaatsmedewerkers jaarlijks een ongeval meemaakt en de pensioenleeftijd in de bouw de laagste van Nederland is. Maar over hoe we beter gaan presteren, daarover verschillen de meningen. Dienen collectieve middelen ingezet te worden om werkgevers en werknemers te helpen? Is het niet gewoon de individuele verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers dat het werk gezond en veilig gebeurt?

Inderdaad, de werkgevers en werknemers hebben een eigen verantwoordelijkheid. Toch neemt lang niet elke werkgever of werknemer de vereiste maatregelen.

De belangrijkste reden hiervoor is dat het niet uitmaakt als deze maatregelen niet vandaag worden ingevoerd, maar morgen of overmorgen. Zo is er ook nog steeds bijna een kwart van de Nederlanders dat rookt, tegelijkertijd wil tachtig procent van de rokers stoppen. Bij gezondheid en veiligheid gaat bovendien de kost voor de baat uit. Door bijvoorbeeld tilhulpmiddelen aan te schaffen of te investeren in veiligheid is men op korte termijn duurder dan de concurrent. Een laatste reden is dat veel werkgevers of werknemers ook gewoonweg niet weten welke maatregelen ze moeten treffen. De bouwnijverheid is nu eenmaal een zeer gedifferentieerde bedrijfstak met niet alleen veel kleine bedrijven, maar ook werknemers die op telkens wisselende locaties werken.

Er zijn dus verschillende redenen waarom individuele werkgevers en werknemers uit zichzelf hun verantwoordelijkheid niet nemen. Anderzijds zijn er ook prikkels om dat juist wel te doen, vanuit de markt en vanuit de wetshandhavers.

Zo stimuleert de markt dat bedrijven het VCA-keurmerk halen. Ook het recente initiatief van de Governance Code Veiligheid in de bouw is een voorbeeld dat grote aannemers samen met institutionele opdrachtgevers de handen ineen slaan. Toch is het nog lang niet zo dat iedere klant verlangt dat er in de bouw gezond en veilig wordt gewerkt. Zo worden elke twee jaar gemeenten uitgenodigd om mee te dingen naar de ‘Gouden straatsteen’, de prijs voor de opdrachtgever die zich het meest inspant om het gezond bestraten mogelijk te maken. De organisatie is al blij als zich twee of drie gegadigden aanmelden.

Handhaving

Een tweede prikkel is de handhaving door de Inspectie SZW. En inderdaad hebben gerichte inspectieprojecten in het verleden geleid tot verbeteringen op de werkvloer. Nog in 2014 hadden de inspecties rond kwartsstof tot gevolg dat alle afzuigapparatuur in heel Nederland was uitverkocht. Uit het verleden blijkt echter ook dat handhaving alleen maar effectief is als deze is voorafgegaan door voorlichting en bewustwording. Pas wanneer partijen er van overtuigd zijn dat maatregelen nodig zijn, zal een waarschuwing of boete door de inspectie leiden tot ander gedrag.

Het blijkt dus dat uitsluitend prikkels vanuit de markt of van de handhaving van de wet nog onvoldoende zijn om individuele werkgevers en werknemers ertoe te bewegen hun verantwoordelijkheid te nemen. Als we met elkaar van mening zijn dat de gezondheid en veiligheid naar een hoger plan getild moeten worden is er ook een verantwoordelijkheid voor de bedrijfstak. De bedrijfstak dient te zorgen voor een gelijk speelveld, zodat er niet op arbeidsomstandigheden kan worden geconcurreerd. Daarnaast is het belangrijk kennis en inzichten te verspreiden onder alle betrokkenen. Ook kan overwogen worden om de klant beter op te voeden. Het is raar dat deze zich vaak wel afvraagt of de sweater uit Bangladesh onder goede arbeidsomstandigheden is vervaardigd, maar zich niet bekommert om de schilder die op de ladder het huis een nieuw verfje geeft.

Een moderne bedrijfstak dient dus activiteiten te ontplooien, niet om de verantwoordelijkheid van individuele partijen over te nemen, maar om ervoor te zorgen dat werkgevers en werknemers deze individuele verantwoordelijkheid feitelijk kunnen waarmaken.

Jan Warning, directeur Arbouw

Reageer op dit artikel