artikel

Het daglicht verdragen

bouwbreed

Het daglicht verdragen

Ik ben geschoold als bouwtechnicus en beoordeel de kwaliteit van gebouwen op hun details en materiaalgebruik. Door mijn achtergrond heb ik een lichte aversie ontwikkeld tegen producten die de suggestie wekken van een bepaald materiaal te zijn, maar het eigenlijk niet zijn.

Denk daarbij aan geprofileerde staalplaat met dakpanmotief, betonpanelen met steenstrips of kunststofkozijnen met houtlook, soms bijna niet van echt te onderscheiden. Mensen willen blijkbaar een nostalgisch ogend product, maar niet de daarbij horende ongemakken zoals bijvoorbeeld kosten, gewicht of onderhoud.

Daglicht simuleren

Ook het binnenklimaat is niet veilig voor dergelijke nabootsing van eigenschappen. Onlangs zag ik een bericht waarin de ontwikkeling van een nepraam werd aangekondigd. Hiermee wordt het mogelijk om daglicht te simuleren, ook zonder de normaal noodzakelijke opening in de gevel of het dak. Het is bekend dat een natuurlijk daglichtverloop bijvoorbeeld zorgt voor effectiever kantoorpersoneel en minder ziekteverzuim, dat het helingsproces van patiënten in zorginstellingen beter verloopt en dat kinderen op school beter wakker blijven.

Daglicht en verlichting zijn ook onderwerp van onderzoek bij Building Physics binnen onze faculteit. Vanuit duurzaamheids- en gezondheidsoogpunt is licht immers een belangrijke ontwerpparameter voor een gebouw. De combinatie van daglicht en kunstlicht is daarbij een belangrijke indicator voor de gebouwbeleving en gebruikerscomfort.

Opwaarderen loze ruimtes

Even terug naar het nepraam. Naast alle comfortgerelateerde aspecten, biedt dit ook de mogelijkheid om ruimten zonder daglichtopening te transformeren tot verblijfsruimte. Ik vraag me af hoe de regelgeving hiermee om zou gaan. Denk bijvoorbeeld aan kelders en inpandige ruimtes. Loze ruimte in veel gebouwen kan hiermee worden opgewaardeerd tot verhuurbare oppervlakte. Dat klinkt lucratief, maar of gebruikers dit als positief ervaren weet ik niet. Het lijkt een beetje onwerkelijk. Ik vraag me af of dergelijke mogelijkheden de gebouwbeleving ten goede komt. Wellicht dat het nepraam daarvoor moet worden aangevuld met een continue bries van nepbuitenlucht en het daarbij horende buitengeluid. Op die manier waan je je op tien meter onder maaiveld voor een open raam met de zon op je gezicht en hoor je de vogeltjes fluiten.

Dr. Ir. Roel Gijsbers

Onderzoeker en docent bouwtechniek en productontwikkeling TU Eindhoven

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels