artikel

Foei Karin

bouwbreed

Foei Karin

“Wel lef hoor, dat je dat allemaal schrijft in jouw Cobouw-column”. “Ja zeker is het waar, maar kun je dat zomaar opschrijven en delen?” “En wat zeggen de opdrachtgevers ervan?” Een aantal van mijn columns blijkt deze reacties op te roepen en niet alleen van externe collega’s.

De ‘vuile was’ hang je namelijk niet buiten en wij zijn afhankelijk van de opdrachtgever, dus daar moet je helemaal niet over schrijven. Je mag het denken, er met elkaar heftig over discussiëren aan de bar, maar zeker niet met de opdrachtgevers.

En als er dan toch een bijeenkomst of vergadering wordt gepland met marktpartijen aan tafel, dan ga je er wel heen, anders denkt men wellicht dat je geen belangstelling hebt, maar je houdt je mond. Desnoods een keer knikken of communiceren met de buurman. Wie kent ze niet, dit soort ‘brainstormsessies’.

Eenzame speler

Als je het zo bekijkt dan heb ik zeker lef, ik ben afgekeurd voor het ja-knikkerteam en ben een van de eenzame spelers om de discussie los te maken. Natuurlijk ligt het altijd aan de opdrachtgever. Die regeert en verzint bijvoorbeeld EMVI en SROI en legt het ons op. Lekker makkelijk, echter wij staan er bij, kijken er naar en hebben het laten gebeuren.

Om processen te verbeteren en in deze tijd te laten functioneren moet je in gesprek blijven met elkaar en dus af en toe elkaar prikkelen. Met altijd het steven naar een gezamenlijk doel: het welzijn van de branche en ons vak. Ik leg het regelmatig uit en dan toch: “Maar Karin, zo krijgen wij geen uitnodigingen meer als wij de discussie aangaan.” Dat kan en wil ik mij niet voorstellen, dan zit er aan de andere kant iemand ver over de houdbaarheidsdatum. En dat heeft niets met leeftijd te maken, maar in welke tijd je leeft.

Karin Rog

Commercie en communicatie, TWW, Oldenzaal



Reageer op de column via mail aan redactie@cobouw.nl of via @KaatRog op Twitter

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels