artikel

Zomerblog: Complexe psychologie rond isolatie van de vloer

bouwbreed

Zomerblog: Complexe psychologie rond isolatie van de vloer

Met angst en beven ziet Cobouw-verslaggever Ad Tissink toe hoe een Slowaakse aannemer zijn huis verbouwt. Een blog over babylonische spraakverwarring, vakmanschap en universele aannemerstrucs. Aflevering 5.

Nu we toch bezig zijn en het huis compleet overhoop ligt, wil ik gelijk de vloer maar laten isoleren. Pur moesten we maar niet doen, gezien alle ophef. EPS lijkt me wel wat. Maar een speurtocht op internet leert dat de fabrikanten eigenlijk geen goede oplossingen bieden voor na-isolatie van oude houten vloeren.

De gemeente Den Haag waar ik woon geeft bovendien geen subsidie voor EPS. Dat doen ze alleen bij reflecterende folie of steenwol. Bij de laatste categorie vind ik ook niet echt kant-en-klare oplossingen voor na-isolatie. Bovendien ben ik beducht voor het schrikbeeld van kletsnatte steenwoldekens die onder de vloer hangen. De detaillering luistert nauw.

Wat de aannemer niet kent…

Folie dus maar, besluit ik. Dat is een lekker voordelige en simpele oplossing. Het verhaal dat met name Tonzon al jarenlang de wereld in slingert via publieksgerichte advertentiecampagnes laat mij ook niet onberoerd. Dat beeld van die thermosfles, het terugkaatsen van stralingswarmte en het vrijwel lucht- en vochtdicht afsluiten van de kruipruimte, beklijft. Bovendien heeft het bedrijf op beurzen altijd van die lekker overtuigende proefopstellingen staan.

De flinterdunne zilverfolies lijken de nieuwe kleren van de keizer, maar leg je hand maar eens op zo’n demonstratie-opstellinkje van bijvoorbeeld een radiator-folie. Je voelt het verschil meteen. Folie? Daar heeft mijn Slowaakse aannemer nog nooit van gehoord. Hij komt met een of ander Slowaaks product aan, maar dat vertrouw ik weer niet. “Dan moet je steenwol nemen”, zegt voorman Rasto stellig.

Veel ijver…

Nu heb ik geleerd dat je een aannemer moet laten doen waar hij goed in is en laten werken met producten die hij kent en schoorvoetend ga ik akkoord. Er worden dikke rollen steenwol afgeleverd met een dampdichte folie aan één zijde. Loodgieter Jaro vertoeft twee volle dagen in mijn kruipruimte en brengt met veel ijver een stelsel raggels aan tussen mijn draagbalken. Het maakt een degelijke indruk, hoewel de dekens zelf met spijkerflenzen zijn uitgerust. Daar jaag je zo een nagel doorheen. Maar met Oost-Europese mannen in huis, luistert het aantal arbeidsuren misschien wat minder nauw. Als de raggels op hun plek zitten wurmt hij de steenwoldekens er tussen.

Als ik weer twee dagen verder mijn hoofd in de kruipruimte steek zie ik een uitgestrekt tapijt van steenwol. Maar wel met de dampdichte folie aan de onderkant. Dat is dus precies verkeerd om. Ik ga een gesprek aan met Rasto. In een mengeling van Duits, Engels, Nederlands en Slowaaks voeren we een discussie over damptransporten en condensatie rond de vloer. Ik probeer hem aan het verstand te krijgen dat de folie aan de bovenkant moet zitten.

Glazige blik

Maar ik weet hem duidelijk niet te overtuigen en hij kijkt me met een glazige blik aan. Uiteindelijk is hij ook zakelijk en dienstverlenend genoeg om aan te bieden dat Jaro alles omdraait, als ik dat per se wil. Het is echt: u vraagt wij draaien bij zo’n Slowaakse aannemer. In een oogwenk moet ik beslissen. Ik vertrouw erop dat het damptransport wel meevalt. Mijn keukenvloer is getegeld, en in de voorkamer heb ik ooit folie onder mijn zelfgelegde parket aangebracht, als ik mij niet vergis.

Er moet veel gebeuren en ik wil niet Jaro niet nog eens twee dagen de kruipruimte insturen met het gevaar dat hij er daarna zwaar gefrustreerd weer uitkomt. Het is in mijn belang dat hij met plezier zijn werk doet zoals tot nu toe. Ik acht het mijn verantwoordelijkheid om er voor te zorgen dat hij kan doen waarom mensen volgens mij in de bouw werken: omdat het zo prettig is om onder je handen iets te zien ontstaan. Zelf iets creeëren, of er in ieder geval heel nauw bij betrokken zijn. Een vakman moet je in zijn waarde laten, zelfs als hij een fout maakt, redeneer ik.

Capitulatie 

Het vergt een complex staaltje psychologie, de omgang met zo’n aannemer. Zeker met een Oost-europese, die in alle opzichten een heel andere taal spreekt. Ik capituleer. Al was het maar om voorman Rasto, wiens blik niets aan duidelijkheid te wensen overlaat: hij verklaart me voor gek, maar is bereid te doen wat ik vraag. Ik ben per slot van rekening de opdrachtgever. “En de plastic folie op de bodem, zoals de gemeente voorschrijft?” Vraag ik nog. “Is ook nergens voor nodig, verzekert Rasto.

Hij heeft inmiddels 25 huizen in Den Haag van vloerisolatie voorzien en slechts in één geval heeft hij bodemfolie aangebracht. Hij wil het best doen, maar dan gaat hij niet met tape werken, zoals de voorschriften van de gemeente zeggen die ik hem heb doorgemaild. Dan gaat hij latjes inboren in de gemetselde poeren en daarmee de folie vastklemmen. Ik wil verder geen polonaise aan mijn fundering en besluit ook hier mijn verlies maar te nemen.

Dan maar zonder die paar honderd euro subsidie van de gemeente. Op het totale bouwbedrag is het verwaarloosbaar en de extra kosten voor het aanbrengen van de folie zijn waarschijnlijk hoger dan de subsidie waarop ik aanspraak kan maken. Mijn kruipruimte was altijd prachtig droog, dus ik vertrouw er maar op dat dat zo blijft. Met of zonder bodemfolie en met een dampdichte laag aan de verkeerde kant. Komende winter steek ik wél wat vaker mijn hoofd onder de vloer. Even controleren of mijn isolatie niet kletsnat over de raggels hangt.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels