artikel

Tijd om aan tafel te gaan voor overleg

bouwbreed

Over het private bouwplantoezicht zijn al 150 Kamervragen gesteld. Op 27 maart spreekt de Tweede Kamer met minister Blok. Nico Scholten reageert in een open brief.

Natuurlijk zijn we er blij mee als men ons gedachtengoed kan delen. Of het overneemt. Zo zien we dat actieteams en de kwartiermakers die kennelijk zijn aangesteld voor het uitrollen van de visie van de minister voor Wonen en Rijksdienst op de fundamentele stelselwijziging vele delen van onze visie geleidelijk overnemen.

Het voorgestelde ‘overdrachtsdocument’, te overleggen aan het bevoegd gezag en leidend tot een ingebruiknamevergunning, verscheen recentelijk in de rapportage van de kwartiermakers als een as built document. Voorheen schoven ze de rol van het bevoegd gezag nog terzijde, waarvoor in de plaats private kwaliteitsborging zou komen.

Aan het door ons voorgestelde 80-15-5-concept (zie verder) hebben de kwartiermakers nog wat gerekend en ziedaar, er kwam 80-18-2 uit. Een minpuntje is nog dat men aan die 80 procent niet de invulling geeft die wij er aan geven. De kwartiermakers volharden nog wel in de gevolgklassen van eurocodes en denken dat 80 procent van de bouwactiviteiten valt onder gevolgklasse 1 die daarom met een ‘keurslagerprincipe’ kunnen worden afgedaan. Ons rapport reikt voor die 80 procent erkende technische oplossingen (eto’s) aan, waarin reguliere bouwactiviteiten zijn vastgelegd. Dit leidt tot een simpel overdrachtsdossier dat door de gemeente kan worden omgezet in een ingebruikname-toestemming. De aansprakelijkheid kan in die gevallen eveneens eenvoudig worden genomen.

Het meest ingenomen zijn we tot nu toe met de overname van ons voorstel (ERB/RIGO/TNO d.d. september 2011) om een kennisinstituut met verschillende kamers in te stellen. Weliswaar noemen de kwartiermakers dit een toelatingsautoriteit en ze geven een wat andere invulling aan de kamers. In ons rapport over de erkende technische oplossingen van november 2013 is beschreven welke kamers zouden kunnen gaan functioneren binnen dat kennisinstituut. Prima dus dat de kwartiermakers dit voorstel hebben overgenomen. Dat erkende kwaliteitsverklaringen (ekv’s) niet de functie van een eto kunnen vervullen is de kwartiermakers nog ontgaan.

De kwartiermakers volgen op een aantal essentiële punten onze visie, zoals neergelegd in onze rapporten van september 2011 en november 2013, nog niet. Maar zoals blijkt kan voortschrijdend inzicht tot verdere convergentie leiden. We stellen het dan wel op prijs dat het overnemen van ideeën van anderen door bronverwijzingen kenbaar wordt gemaakt.

De consumenten en bouwpartners zijn er niet bij gebaat als partijen over hun rug blijven strijden over het toekomstbeeld. Wij doen daarom een oproep om aan tafel te gaan met alle belanghebbenden en een lijn uit te zetten die leidt tot het einddoel dat wij als volgt formuleren:

• centraal stellen van de opdrachtgever, eindgebruiker, consument in het stelsel;

• verhoging van de kwaliteit van bouwwerken;

• veilig stellen van de omgevingsveiligheid door het handhaven of verbeteren van het fysieke veiligheidsniveau;

• reductie van kosten: het fors reduceren van de nu gemiddeld 10 procent faalkosten in de bouw en het behalen van een structurele kostenreductie van 1 miljard euro.

Dit gebeurt met vijf uit te werken maatregelen:

• het verleggen van het toetsmoment of aan de wettelijke eisen is voldaan van de aanvraag van de omgevingsvergunning naar as built bij oplevering;

• dit door aan het bevoegd gezag overleggen van een overdrachtsdossier; de toestemming om een bouwwerk na (ver)bouwen in gebruik te mogen nemen kan en mag alleen door het bevoegd gezag worden verleend; de weg daarnaartoe kan fors worden versimpeld;

• het optimaliseren van bouwregelgeving door koppeling aan erkende technische oplossingen (80 procent), het scheppen van de mogelijkheid van een probabilistische benadering (5 procent), doorgaande verbetering van prestatie-eisen (15 procent);

• het vrijwaren van de opdrachtgever voor non-conformiteit.

• het waarborgen dat de gremia met kennis over de omgevingsveiligheid en over het veilig, tijdig en adequaat kunnen opereren van hulpdiensten bij veranderingen in de gebouwde omgeving voorafgaand aan en tijdens het bouwen worden geraadpleegd.

Het algemeen belang is gediend met transparante besluitvorming over de stelselwijziging in de bouw in de nabije toekomst. Daarom maken wij deze brief met de oproep tot samenwerking tussen alle belanghebbenden publiekelijk.

Dr.ir. N.P.M. Scholten, namens de stichting Expertisecentrum Regelgeving Bouw

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels