artikel

Energietransitie past bij architect in transitie

bouwbreed

Energietransitie past bij architect in transitie

De energietransitie vraagt van architecten een heel nieuwe benadering. Zij zijn hard nodig op oplossingen aantrekkelijk te maken, schreef deze krant. Fred Schoorl reageert.

In Cobouw stond afgelopen maandag een verheugende bijdrage over de nieuwe taak die architectenbureaus zouden krijgen door de energietransitie. Onno Dwars van Volker Wessels stelt zelfs dat architecten enorm kunnen profiteren. We hebben concepten nodig om de aanpak betaalbaar te maken en ontwerpen om ze begeerlijk te maken.” Geen misverstand: daar ben ik het natuurlijk graag mee eens. Het siert een bedrijf als Volker Wessels bij de energietransitie te denken vanuit meerwaarde en competenties van meerdere partners. We’re in this together.Dat zet de architectenbranche inderdaad aan het begin van een nieuw perspectief, met een groot maatschappelijk belang. Want bij verduurzaming van de gebouwde omgeving kunnen we allemaal garen spinnen: keten, gebruiker en samenleving.

Architecten zijn er om te verbeelden, te verbinden en slimme oplossingen te bedenken. Zeker ook waar het gaat om die belangrijke maatschappelijke opgaven. En of de energietransitie nu een kantelrevolutie volgens de leer van Rotmans wordt, of een iets pragmatischer route neemt; niemand kan de opgave ontkennen. De energietransitie is dus inderdaad één van de velden waar de architectenbranche als strategisch partner in kan bijdragen. In één of alle stappen van het proces.

Daarbij zijn wel een paar kanttekeningen te plaatsen.

Ter eerste is er meer dan alleen het ontwerp. Hoe belangrijk de verbeelding ook is, in toenemende mate zijn naast het ontwerp en vakmanschap juist de brede kennis en competenties (en drive) van architecten kritische succesfactoren. Niet alleen tekeningen, maar ook architecten maken vaak het verschil in processen. Op basis van gezag, meer dan macht. Ten tweede is het begeerlijk maken, de verleiding en verbinding, zeker iets dat kan helpen om projecten haalbaar te krijgen. Maar het product moet het meer zijn dan ‘het plaatje’. Het gaat om mooie en vooral goede architectuur: het moet functioneren, efficiënt zijn en prettig zijn voor de gebruiker. Anders wordt schoonheid flets, betaalbaarheid duurkoop en bouwen we weer voor de sloop, net zoals door de crisis in de jaren tachtig.

Ten derde is het juist van belang dat de architect weer op waarde wordt geschat in de ketensamenwerking. Dus letterlijk: normaal betaald en gewaardeerd door opdrachtgevers. Te vaak leidt misbruik van het prijsargument tot creatieve uitputting of onderbenutting. Het is hoopgevend dat Volker Wessels en andere grote of kleine opdrachtgevers dit inzien op basis van de meerwaarde van de architect. Betaalbare concepten over de rug van een op uitzonderingen na uitgeknepen architectenbranche zijn voor sommigen ‘marktwerking’, maar voor mij geen fair tradeof maatschappelijk verantwoord ondernemen. Een succesvolle energietransitie is gebaat bij architecten die op het gebied van ontwerp, proces én uitvoering hun mannetje staan. Reimar von Meding heeft gelijk. De branche zal daar met anderen beter in moeten worden om het waar te maken voor de bekende eindgebruiker. Het begin en de ambitie is er. De BNA heeft De Stroomversnelling juist ondersteund vanuit de overtuiging dat in de samenwerking de creatieve kracht van de ontwerper energie en kwaliteit gaat opleveren.

Fred Schoorl, directeur Bond Nederlandse Architecten

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels