artikel

Blog: 30 tegen 4 (de bouwlobby en ik)

bouwbreed

Blog: 30 tegen 4 (de bouwlobby en ik)

De verhoudingen in Den Haag zijn zo scheef als de toren van de Pisa. Ik heb het dan over de verhoudingen tussen consument en bouwer.

Laten we vaststellen dat dit de week was van de consument. Op een congres over het nieuwe bouwstelsel stond de consument, ondanks de afwezigheid van twee consumentenbonden, centraal. De jarige minister Blok onderstreepte dat na dat bouwers en burgers hem ‘Lang zal hij leven’ ‘Lang zal hij leven’ uit volle borst hadden toegezongen.

Maar, de bouwlobby heeft moeite met de mondige consument en moet duidelijk wennen aan zijn plotselinge aanwezigheid op het politieke schaakbord. Geen bouwlobbyist wil de klant schofferen, maar wie oplet, signaleert dat er tegelijkertijd maar weinig bouwlobbyisten zijn die de consument echt met open armen ontvangen.

Dat is niet verwonderlijk. In en rond het Binnenhof vecht elke stakeholder (geen houder van een stuk vlees) namelijk voor zijn eigen plekkie. De rollen veranderen, de wereld kantelt en dat betekent dat iedere lobbyist opnieuw zijn positie moet bepalen. Verandering van spijs doet eten zou je zeggen, maar helaas komt er van eten weinig terecht.

Aan de bij wet verkregen grote vergadertafel van het zogeheten Overlegplatform Bouwregelgeving is het bovendien al dringen geblazen. Toeleveranciers hebben een prefab zetel, ontwikkelaars een leren stoel, architecten een sofa en aannemers een tuinbankje. Om maar te zwijgen over de andere, ruim twintig, afgevaardigden van bouwgerelateerde organisaties die een paar keer per jaar mogen aanschuiven.

Ik wil maar aangeven. Het is druk aan de tafel die er niet is neergezet voor een olijk feestje, maar voor serieuze zaken. Aan deze tafel gaat het namelijk over bouwregels. Maar het is zo druk aan tafel dat het jaren duurt voor er een toost kan worden uitgebracht op een aangepast Bouwbesluit, een milieuprestatie-eis of een voordeurnorm. Als er al geproost wordt.

Tijdens het voorafje is het vaak nog gezellig, maar tijdens het hoofdmenu wordt men al vermoeider. Tijdens het toetje heeft iedereen nog net niet zijn buik vol van de persoon die tegenover hem zit. Op natafelen zit niemand nog te wachten.

Het is de polder in de polder. Want ik was er nog niet. Aan die grote tafel, waarvan ik in het midden moet laten of die van hout is of van steen, omdat ik zelf niet welkom ben, zitten namelijk ook afgevaardigden van consumentenorganisaties. Vier om precies te zijn. Zij zitten op een krukje.

Ik zei het al, de verhoudingen zijn scheef. Uw klanten moeten het gevieren opnemen tegen dertig professionele organisaties die allemaal hun brood verdienen aan de woonconsument en tussen het eten en drinken door allemaal hun eigen geluid willen laten horen. Met lege handen terugkeren bij hun achterban is natuurlijk niet de bedoeling. Aankomen met de boodschap “maar ik heb wel lekker gegeten en gedronken”, kan ook niet. Voor de vier consumentenorganisaties gold dat tot voor kort wel al lieten ze deze maaltijd de laatste tijd steeds vaker aan hun voorbij gaan. Zij hadden hun portie wel gehad.

Ik zei het al. De consumenten bonzen op de deur. Ze pikken het niet langer en proberen in en om de Den Haag uw ogen te openen. Ik zeg het maar waar het op staat. Uw vertegenwoordigers kijken nog steeds het liefst de andere kant op. Natuurlijk valt af te vragen of de positie van de woonconsument zo slecht is. De directeur van het Instituut voor Bouwrecht benadrukte deze week zelfs dat de positie van de Nederlandse bewoner ijzersterk is. Ze heeft het dan echter vooral over de technische bouwkwaliteit.

Dat is precies waar het misgaat tussen professional en consument. De gemiddelde professional is al blij als de muren blijven staan, de dakpannen blijven liggen en de epc op papier is gehaald. Voor de consument zijn dat echter vanzelfsprekendheden. Die wil comfort, gemak, een andere indeling, invloed, zonder dat hij daarvoor de hoofdprijs betaalt. De consument wil zijn eigen droomhuis en geef hem eens ongelijk.

Kun je klanttevredenheid in bouwregels vastleggen? Vermoedelijk niet, maar dat neemt niet weg dat de klant, of hij nou gelijk heeft of niet altijd gelijk heeft. De klant is koning, u bent zijn dienaar of u dat nou wilt of niet. Zonder consument geen product, zonder product geen producent, zonder consument bent u kortweg overbodig.

Mijn vrienden van de bouwlobby wil ik uitdagen om iets te doen met de kritiek van de consumentenorganisaties. Kritiek maakt je namelijk altijd beter, sterker en creatiever. Tenzij je daarvoor de ogen sluit.

Tafelheren van het OPB: doe niet alsof je iets om de consument geeft, gedraag je ernaar. Reageer niet alleen op – in jullie ogen – onhaalbare plannen van de consumentenorganisaties, maar kom zelf ook eens met een aanbod. Of spreek in elk geval een ambitie uit. Want laten we eerlijk zijn: 30 tegen 4 is toch een volstrekt oneerlijke strijd? Tenslotte bent u zelf ook consument.

‘De bouwlobby en ik’

Mijn komende blogs zullen in het teken staan van deze blogtitel. Ik wil daarin vertellen over de wereld van ambtenaren, belangenbehartigers, politieke kopstukken, Kamerleden en lobbyisten die zichzelf geen lobbyist willen noemen, maar het in feite wel zijn. Ik wil daarin schrijven over aardige en soms te aardige mensen, ik zou niet willen zeggen slijmjurken, over dubbele agenda’s en over de manier waarop men tracht invloed uit te oefenen in Den Haag, het epicentrum van de Nederlandse macht. Politiek bedrijven is gemaskerd walsen. Kortweg De bouwlobby en ik. Tussen klein en Binnenhof, tussen ondernemer en minister, tussen straattaal en jargon.

Thomas van Belzen 

Reageren op deze blog? Mail naar redactie@cobouw.nl of op Twitter via @CobouwNL 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels