artikel

Toon wat begrip voor de mkb-aannemers

bouwbreed

Bestuurders en politici moeten oppassen voor kilheid en afstandelijkheid in de bejegening van ondernemers in de aannemerij. De voorzitter van de Aannemersfederatie doet een oproep voor meer medeleven.

Uit de achterban komen dagelijks noodsignalen met als achtergrond: doe er wat aan! Help ons aan werk, help ons de moordende concurrentie het hoofd te bieden, help ons om onze rekeningen betaald te krijgen en op tijd. Wie dacht dat de crisis over was en we weer in de achtbaan naar boven cirkelden, vergist zich lelijk. Heel veel leden hebben zich lang verzet tegen al te veel pessimisme, hebben dagelijks de tering naar de nering gezet, dierbare medewerkers laten afvloeien en soms weer als zzp’ers op klussen gezet, maar nu lijkt wel de frustratie van al die jaren vechten tegen overmachten naar boven te komen. Frustratie, boosheid en verdriet liggen dicht bij elkaar en gaan ook nu hand in hand. Ze zoeken ook een uitlaatklep. Boosheid op collega’s die ineens niet meer weten wat collegialiteit is, verdriet over de uittocht van goede medewerkers met wie men min of meer was opgegroeid en frustratie over het verdampen van veel familiekapitaal dat zo zorgvuldig was opgebouwd.

Kilheid is dan het laatste waarmee je deze ondernemers bejegent, kilheid en afstandelijkheid. Dat verwijt men ons als bestuurders, maar ook veel huidige politici. Als bestuurders moeten we ons dat zeer aantrekken, onszelf even helemaal wegcijferen en alles doen wat binnen ons vermogen ligt om de ergste pijn te lenigen. Uit respect voor onze leden die ons in betere tijden op alle mogelijke manieren helpen ons werk te doen en nu hopeloos in de knel zitten. Haagse bewindslieden en politici zouden ook wel eens wat meer compassie mogen tonen. Je hoeft niet mee te huilen met de wolven in het bos, zoals dat zo plastisch heet, maar enig begrip tonen voor wat zich achter de voordeur van onze mkb-aannemers afspeelt, zou die politici sieren. Van onze ondernemers in Nederland moeten we het hebben, klinkt vrijwel dagelijks in de wandelgangen van het Binnenhof. Die verdienen voor ons het geld, is de vaste slogan. Maar dan moeten die ondernemers zelf ook wat te makken hebben; zo niet, dan staan die wandelgangers mooi met lege handen.

Iedere zichzelf respecterende politicus bezweert ons niet te vragen om geld. Dat doen we dan ook niet en als bouw hebben we dat eigenlijk nooit gedaan. We hebben altijd onze eigen boontjes gedopt en zelfs bij de bank klopten we nauwelijks aan. Ik vraag ook nu geen geld, want dan vliegen alle deuren gelijk dicht. Waar ik wel om vraag, is enige meelevendheid en een toon die verraadt dat men zich heeft verdiept in de wereld achter de voordeur. Ik denk dat de mkb-aannemers en gespecialiseerde aannemers, die nooit klaagden en loyale belastingbetalers zijn, enige waardering van Den Haag verdienen en niet worden beschouwd als vlekjes die de orde van de dag verstoren.

Spreek het maar eens ronduit uit, dames en heren: “Wij leven met jullie mee, doen er alles aan om jullie het ondernemen weer mogelijk te maken, en respecteren jullie dat je ondanks alle tegenslagen gewoon doorzet”.

Laat kilheid en afstandelijkheid even varen.

Henk Klein Poelhuis, voorzitter Aannemersfederatie Nederland

Op 3 november wordt dit artikel in het blad BouwBelang van de AFNL gepubliceerd.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels