artikel

Blog: Bouwbesluitaversie

bouwbreed

Blog: Bouwbesluitaversie

Ik houd niet van regels. Als ze er al zijn, moeten ze worden nageleefd. In de bouw barst het van de regels die niet worden nageleefd. Misschien omdat weinigen de regels begrijpen of de meerwaarde daarvan in zien. Of omdat de regels gewoonweg te ingewikkeld zijn.

Bij veel (bouw)regels gaat het volgens mij mis, omdat er vooraf niet goed is nagedacht over de doelen. Met als gevolg dat de spelregels waarbinnen de nieuwe spelregels gemaakt worden onvoldoende worden afgebakend. Het gevolg daar weer van is dat de betrokken partijen die het aangaat, grote invloed krijgen en tijdens de wedstrijd van het spelregels verzinnen, zelf steeds nieuwe spelregels verzinnen.

Ik parkeer even de halve milieuprestatieregels die in mijn boek Duurzaamheidsoorlog centraal staan en geef een ander actueel voorbeeld: de nieuwe regels die de bouwkwaliteit moeten bevorderen. De regering wil dat marktpartijen zelf verantwoordelijk worden voor het eindproduct, waar de bouw- en woningtoezichthouder nu nog meekijkt, om te voorkomen dat kantoren en winkels nog voor de oplevering instorten. Ook in dit verhaal is vooraf echter niet goed nagedacht over de kaders.

Ook tijdens deze zoektocht verandert het speelveld voortdurend. Eerst heette de missie nog ‘naar een private kwaliteitsborging’, maar, omdat vooral de PvdA niet in een bouwpolitieloos systeem gelooft, wordt tegenwoordig op het Binnenhof met een grote boog om het woord ‘privaat’ heen gelopen.

Om maar te zwijgen over het duale stelsel dat er eerst zou komen en toen toch niet doorging, omdat het voor menigeen te ingewikkeld werd. Dat is overigens een vaker gehoord lobbyargument om ‘enge’ ‘nieuwe’ regels tegen te houden.

Deze week sprak ik met Wico Ankersmit, zeg maar de hoofdcommandant van de Nederlandse bouwpolitie. Nu de ontknoping in het dossier bouwkwaliteit nadert, is hij nog altijd niet te spreken over de regels die in het begin overigens alleen de simpele bouwwerken zullen betreffen, omdat het anders te moeilijk wordt. Ankersmit kan er met zijn politiepet niet bij dat er in deze ‘bouwfilm’ toch nog een politierolletje is weggelegd. “Je gaat er over of niet”, is zijn oordeel, in halve zwangerschappen gelooft hij niet.

Met Ankersmit ging ik terug in de tijd. “Welk probleem moet nou eigenlijk worden opgelost met de nieuwe regels? Is er wel een probleem”, vroeg ik hem. De welbespraakte Ankersmit liet een stilte vallen, moest het antwoord schuldig blijven en zei vervolgens het volgende: “Ik heb het idee dat de overheid de regels wil veranderen, omdat de overheid minder regels wil en een kleinere overheid.”

Het zou niet de eerste keer zijn dat er bouwregels komen, waarvan uiteindelijk weinigen het nut inzien, omdat nagenoeg iedereen vergeten is wat nu eigenlijk de bedoeling ervan was. Dat ligt niet alleen aan de bouw, maar ook aan de betrokken Kamerleden die na een paar welgemeende vergaderpogingen afhaken of instemmen met halfbakken oplossingen die vooral de gevestigde orde nog omarmen kunnen.

Nimmer heb ik gehouden van opgelegde (soms ook ongeschreven) regels. Steevast ging ik in discussie met de meesters en juffen over het nut van hun lessen: “Moet ik per se Engels leren? Wat moet ik met de hoofdsteden van Zuid-Amerikaanse landen? Newton, who cares? Hoe bedoel je, wiskunde A? Wat nou, ’t kofschip?” Weinigen konden het me uitleggen, terwijl ze toch genoeg fantasie hadden kunnen gebruiken om mij ervan te overtuigen dat de lessen die ik kreeg zinvol waren en dus haakte ik af.

Het Bouwbesluit staat vol superrationele, gevoelloze afspraken en regels. Die zijn zo onnavolgbaar, dat niemand er iets mee kan of doet. Het zijn kunstjes, standaardwiskundelessen, afspraken om wat is geweest in stand te houden. Het is zorgelijk dat bijna niemand zich daar zorgen over maakt. Ze leiden denk ik namelijk tot ongeïnspireerde architecten, aannemers en toeleveranciers die niet ondernemen maar boekhouden. De klant is daar uiteindelijk de dupe van.

Misschien ben ik te sceptisch, maar ik wil een lans breken voor de vakman die het Bouwbesluit opzij legt. Leve de opdrachtgever die tegen de bouwer zegt: maximaal drie opleverpunten. Leve de bouwer die zo’n uitdaging aan durft te gaan. Om iets op te bouwen, moet je soms iets eerst helemaal afbreken.

Oh ja. Ik heb mogelijk ook nog een oplossing voor die constant veranderende spelregels tijdens het verzinnen van spelregels. Eigenlijk zou er een wet moet komen, waarin wordt vastgelegd dat er voor het maken van nieuwe wetten een soort van aftrapwet gemaakt moet worden waarin de vertrekpunten en doelen vast komt te liggen. Zo kun je waardeloze regelgeving voorkomen en blijf je dicht bij de bedoelingen. Maar ja aan de andere kant. Voor we die wet hebben.

Thomas van Belzen, journalist Cobouw 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels