artikel

Blog: 9 typische bouwwoorden

bouwbreed

Blog: 9 typische bouwwoorden

Bouwen doen we al eeuwen, schreef ik eerder. De Nederlandse taal is in de loop der jaren dan ook verrijkt met vele typische bouwwoorden. Hier 9 voorbeelden.

Afsnuiten

Het verwijderen van de scherpe kanten (de snuiten) van bijvoorbeeld houtwerk. Dit gebeurt vaak bij een stuk hout dat in een ander stuk houdt moet worden gestoken. Bij afsnuiten is dus altijd sprake van randen of scherpe kanten. Afknotten bestaat ook. Dan gaat het echter meestal om “het verwijderen van grotere delen van het geheel”.

Gek

Een gek is een draaibare kap op een schoorsteen, door middel van een windvaan op de kap richt deze zich op de wind, en wel zodanig dat de rook aan de open kant ongehinderd kan verdwijnen. Een gek met een grotere opening heet een kwibus.

 

Beun

Een beun is een vlonder en een losse planken vloer. De term is afkomstig van het Protogermaanse buni, wat planken vloer of houten verhoging betekend. Een beun is ook een andere benaming voor een vliering. Het woord heeft in principe niets te maken met de – ook in de bouw erg populaire – term beunhaas. Dat is iemand die voor weinig geld klussen verricht en slecht werk aflevert.

Duim

Een oude lengtemaat, die ongeveer gelijk is aan de breedte van het bovenste kootje van de duim van een volwassen man. Een duim heeft afhankelijk van de streek een andere lengte. Zo was een duim in Amsterdam iets meer dan 2,5 centimeter, terwijl een Gelderse, Franse of Nijmeegse duim 2,7 centimeter is. Bij de invoering van het Nederlands metriek stelsel in 1820 werd de duim gelijk gesteld aan een centimeter. Vijftig jaar later werd de duim helemaal afgeschaft. De term leeft voort in de naam van de duimstok.

For the record: Een duim is óók een “ronde pen als draaipunt voor een geheng” en “een haakvormige nagel of schroef, voor steen of hout”.

Klisklezoor

De helft van een metselsteen, die in de lengte verticaal is doorgezaagd. Als de steen horizontaal is doorgezaagd, wordt het een geschifte steen genoemd. Een klisklezoor heet in de volksmond ook wel paarden

Verbeterde Hollandse Pan (VHP)

Een verbetering van de oud-Hollandse pan met een kop- en zijsluiting. De pan werd vanaf 1900 gebakken. Ook is de holling minder diep dan de holle pan waardoor de lijn strakker wordt. Wordt ook wel verbeterde holle pan of holle pan met sluitingen genoemd.

 

Meerwerk/minderwerk

Meerwerk zijn de werkzaamheden voor de aannemer die bovenop de werkzaamheden komen die bij het aangaan van de overeenkomst zijn overeengekomen. Minderwerk is precies het tegenovergestelde. Voor meerwerk moeten extra uitgaven worden gedaan. Voor minderwerk kan een bedrag terug worden gekregen.

Dorpel

Een ander woord voor drempel. Wordt ook gebruikt voor de ‘drempel’ aan de bovenkant van een kozijn (bovendorpel). Hoewel aan de bovenkant van het kozijn ook een latei kan zitten.

Plintentrap

Een fopopdracht. “Wil je even voor me een plintentrap gaan halen. De plinten moeten gestoft worden.” De plintentrap in de bouw is als het luchtanker in de scheepvaart; Een ding dat niet bestaat waar je een nieuwe collega, leerling of stagiair urenlang naar laat zoeken. Want om de plint te bereiken heb je immers zelden een ladder nodig. Nou ja, de ‘commerciële plint’ dan misschien… Andere fopopdrachten uit de bouw: lucht- of hemelanker, spijkervet, vierkantegatenboor (bestaat inmiddels), dakschaar en verdikschaaf.

Voor deze blog is dankbaar gebruikgemaakt van de bouwencyclopedie van Joost de Vree

Martjan Kuit, redacteur economie bij Cobouw 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels