artikel

Waardeer architecten en ingenieurs meer

bouwbreed Premium

Waardeer architecten en ingenieurs meer

Architecten- en ingenieursbureaus hebben het de laatste jaren niet gemakkelijk. De balans tussen kwaliteit en prijs bij deze bureaus verdient het om hersteld te worden, vindt Gert Dral.

Onlangs gaf Bert Keijts, een van mijn collega-bestuurders bij Vernieuwing Bouw, in een artikel in dit blad zijn opinie over mogelijke prijsontwikkeling in de bouwsector. Bert beschreef op de hem kenmerkende degelijke , visionaire wijze waarom de bouw niet is gebaat bij hogere prijzen. Ik ben het geheel eens met de kern van zijn betoog. Enkele stellingen die Bert poneerde onderschrijf ik ten volle.

Toch voel ik behoefte, vooral vanuit de ervaringen en het perspectief van de ontwerp- en ingenieursbureaus die in de bouwsector opereren, een en ander te nuanceren.

Toegegeven, in de periode van de hoog conjunctuur van voor 2009 draaiden de bedrijven van architecten, stedebouwkundigen, ingenieurs en adviseurs goed, hoewel de winstmarges bij die bedrijven over het algemeen nooit echt royaal zijn geweest. Na 2009 echter zijn de prijzen in die sectoren danig onder druk gekomen.

In een bijdrage die ik in juni 2013 voor Cobouw schreef, had ik het over de vraag welk medicijn nodig was (is) voor een gezonde markt. Een aantal ervaringen in de afgelopen maanden brengt mij tot de constatering dat medicijnen niet voldoende worden gebruikt dan wel niet voldoende werken. Met name in vinden van een gezonde balans tussen kwaliteit en prijs is er nog veel te winnen. Op het gebied van prijsvorming zijn de zaken inmiddels al een aantal jaren behoorlijk uit balans, met als gevolg veel faillissementen en liquidaties onder architecten en ingenieursbedrijven. Natuurlijk is het verminderde marktvolume in de sector een belangrijke oorzaak voor de lagere prijzen; hopende op een aantrekkende vraag zullen vele van die bedrijven rendementsdoelstellingen hebben laten varen ten faveure van werk, in een poging de dip door te komen. Capaciteitsaanpassingen hebben wellicht te lang op zich laten wachten, maar zijn intussen bij de meeste bedrijven die er nog zijn, wel doorgevoerd. Toch durf ik te stellen dat dit niet heeft geleid tot een gezonder prijsniveau.

In het voortraject van projecten gebeurt het nog te vaak dat opdrachtnemende partijen in competitie worden gevraagd om te offreren, waarbij in de offerte veelal belangrijke onderdelen van het eigenlijke werk moeten worden meegenomen zonder dat daar een redelijke vergoeding tegenover staat. Daar komt nog bij dat de voorwaarden die sommige opdrachtgevers aan een offerte stellen buitensporig mogen worden genoemd. Daarbij, naast de feitelijke inhoud van de offerte, valt te denken aan:

• Onbeperkte aansprakelijkheid voor onverhoopte directe en gevolgschade van ontwerp- en ingenieursactiviteiten, waardoor verzekeren soms onmogelijk wordt.

• Torenhoge boetedreigingen, soms een veelvoud van de opdrachtsom bij niet of onvoldoende uitvoeren van hetgeen is aangeboden.

• Meermalen aanpassen van concepten/ontwerpen, tot tevredenheid van de opdrachtgever zonder dat het aantal keren aanpassen is gelimiteerd.

• Planning afhankelijk van werkzaamheden opdrachtgever zonder dat van opdrachtgeverszijde commitment wordt gegeven over tijd.

• Ongunstige betalingsvoorwaarden, waarbij projectkosten relatief lang moeten worden voorgefinancierd.

De uurtarieven die moeten worden gehanteerd om een opdracht binnen te halen, verkeren nog steeds in een neerwaartse spiraal. Uurtarieven van 65 tot 70 euro voor ervaren medewerkers met een academische of hbo-opleiding die regelmatig worden opgedrongen zijn vanuit het perspectief van een gezonde bedrijfsvoering veel te laag voor bedrijven met enige omvang en een kostenstructuur die voor 70 tot 80 procent wordt bepaald door salariskosten. Bovendien rechtvaardigt de maatschappelijke toegevoegde waarde van de ontwerp- en ingenieursactiviteiten een betere beloning. Natuurlijk kan geweigerd worden; dat is echter vaak toch geen simpele afweging. De wil om een relatie met een klant in stand te houden, de wens om betrokken te zijn bij mooie interessante projecten en de verantwoordelijkheid voor de werkgelegenheid zijn vaak drijfveren om dan toch maar zo’n opdracht te accepteren. Een teleurstellende afloop voor de opdrachtnemer en ook voor de opdrachtgever zijn meestal het gevolg.

Die balans tussen kwaliteit en prijs in de genoemde sectoren verdient het om hersteld te worden. Het gaat tenslotte om activiteiten waar wij nationaal en internationaal mee voor de dag kunnen komen en die wezenlijk bijdragen aan oplossing van maatschappelijke vraagstukken .

Gert Dral, bestuurslid Vernieuwing Bouw, directeur KuiperCompagnons, commissaris Kragten Herten Groep

Reageer op dit artikel