artikel

Zomerblog: Een sociale werkplaats in huis

bouwbreed Premium

Zomerblog: Een sociale werkplaats in huis

Met angst en beven ziet Cobouw-verslaggever Ad Tissink toe hoe een Slowaakse aannemer zijn huis verbouwt. Een blog over babylonische spraakverwarringen, vakmanschap en universele aannemerstrucs. Aflevering 3.

Ze zijn nu anderhalve week bezig en ik krijg een beetje zicht op hoe de Slowaakse aannemer te werk gaat die ons huis onderhanden neemt. Hij heeft een stuk of vier klussen tegelijk in Den Haag en schuift daartussen met de medewerkers. Als het ergens anders druk is, zijn er bij mij even geen stukadoors of timmerlieden te vinden en omgekeerd.

Prima natuurlijk. Je moet als aannemer voortdurend spelen met je capaciteit. Ik bied de aannemer die ruimte, maar realiseer me dat ik me ook niet te soepel moet opstellen. Want dan kom je helemaal achteraan de rij en dan wordt mijn werk de sluitpost. We hebben voor de duur van de verbouwing voor vier weken een vakantiehuisje gehuurd, maar dat moeten er geen vijf worden. Dat kan niet eens, want het hele vakantiepark is daarna volgeboekt.

Aan het begin zijn ze als een tornado door ons huis gegaan, maar sinds een paar dagen stokken de activiteiten. De laatste dagen komt ’s ochtends alleen Pavel aangefietst. De Slowaak, ik schat hem halverwege de veertig, kleedt zich om in de voorkamer, ik geef hem een kop koffie, en dan gaat hij aan het werk. Aan het eind van de dag, als ik weer langskom, is hij helemaal vies en bezweet, maar het is moeilijk om vast te stellen wat er nou precies is gebeurd.

Ik heb niet veel verstand van stucwerk, maar krijg steeds meer het gevoel dat wat Pavel nu al dagen staat te doen met een plamuurmes nauwelijks uitkomt boven het geklieder van een kind. Hij kwakt lukraak gips tegen de muur zonder enige structuur of vorm. Het was me al eerder opgevallen dat de activiteiten veel sneller gaan als Marian een dagje bijspringt. Die staat net zo te zweten en te puffen, maar aan het eind van die dag is wel in één klap het complete trappenhuis gestuct.  

Wat mijn argwaan voedt is het feit dat Pavel meestal met een bijnaam wordt aangesproken. Ze noemen hem Mokko of Mogho of iets dergelijks. Steevast als iemand hem zo aanspreekt moeten zijn collega’s heel hard lachen. Ik noem hem sinds kort ook zo en het effect is er niet minder om. Het is vast iets heel flauws, zoals je vroeger op vakantie door vakantievriendjes of vriendinnetjes ook altijd scheldwoorden aangeleerd kreeg, als je ze vroeg uit te leggen hoe je in hun taal de weg naar de bakker moet vragen. Maar een bouwplaats is nu eenmaal niet een omgeving voor fijnbesnaarden. Zelfs niet die in mijn eigen huis. Ik speel het spel dus maar mee. Pavel is vanaf nu voor mij ook Moôcho, of hoe je dat ook spelt.

Toch zit het me niet lekker en ik vraag voorman Rasto wat hem heeft bezield om Moôcho in mijn huis aan het werk te zetten. Heel omfloerst en in nette bewoordingen suggereer ik of Pavel niet toevallig de dorpsgek is of de zwakzinnige oom die ze hebben meegenomen uit het Slowaakse plaatsje waar ze allemaal vandaan komen.

Voorman Rasto reageert verontwaardigd en verzekert me dat Pavel een echte vakman is. Een hele goede stukadoor. Hij loopt wel opvallend rood aan terwijl hij dat zegt en ik heb het gevoel dat hij zich toch betrapt voelt. De volgende dag is Pavel er niet en de twee volgende dagen ook niet. Daarna komt hij alleen als er ook anderen actief zijn in mijn huis. Nooit meer alleen. En hij verricht nog vooral sjouwwerk. Ik concludeer dat mijn inschatting klopt.  

Het getuigt natuurlijk van een enorme minachting voor mijn beoordelingsvermogen door mijn aannemer, maar tegelijkertijd heb ik ook wel bewondering voor hem.

Ik ben namelijk helemaal voor sociale werkplaatsen en zorgboerderijen. Ik houd niet van tehuizen en  instellingen waar gehandicapten met elkaar zitten opgesloten en compleet buiten de maatschappij staan. De variant die bij mij thuis wordt toegepast was ik nog niet tegengekomen. Want ze zeulen die zielige oom of die buurman die niet helemaal 100 procent is toch maar helemaal mee uit Slowakije om hem in huizen van achteloze Nederlandse particulieren aan het werk te zetten. Schuilend achter de onvermijdelijke spraakverwarring en de onwetendheid van de gemiddelde particulier, al gaat het om bouwvakmanschap. Ik zie er de humor wel van in, maar heb toch geen zin om het volle pond voor Pavel te betalen. Want we hebben geen vaste aanneemsom afgesproken, maar een uurtarief en in gedachten zie ik de eindfactuur al oplopen. Ik moet nog maar eens een gesprek aangaan met Rasto. Je moet altijd op je hoede blijven bij aannemers. 

Ad Tissink, redacteur techniek bij Cobouw

Lees aflevering 1 en aflevering 2 van de verbouwingsblogs van Ad Tissink

Reageer op dit artikel