artikel

Blog: De leiband van Eberhard van der Laan

bouwbreed Premium

Blog: De leiband van Eberhard van der Laan

Wie men lief heeft, kastijdt men. Eberhard van der Laan zei het gisteren bij de parlementaire enquêtecommissie woningcorporaties. Een prachtige zin. En helemaal Van der Laan. Van der Laan heeft de volkshuisvesting lief, dus daarom spaart hij haar niet.

Een verademing was het verhoor van Van der Laan, de minister van Wijken, Wonen en Integratie tussen 2008 en 2010, na de verhoren van een rij bewindslieden en Tweede Kamerleden die geen potten hadden kunnen breken. Met Sybilla Dekker als absoluut dieptepunt. De commissie telde twaalf maal “had beter gemoeten”.

Dan toch liever Eberhard Edzard van der Laan. Een gentleman met guts. Hij draaide er niet omheen en gooide niet met modder, zoals zijn partijgenoten Wouter Bos en Ella Vogelaar dezelfde dag in dezelfde stoel deden.

Powerhouse Vogelaar voelde zich vlak voor haar installatie als minister voor schut gezet toen bleek dat de ronkende passages uit het regeerakkoord door een rekenfout niet waargemaakt konden worden. Vogelaar moest zelf naar de gemeenten en corporaties om geld op te halen. De vennootschapsbelasting, een greep uit het Gemeentefonds en een (Vogelaar)heffing moesten het gat dichten. Collecteren, vond Vogelaar. Ze had geen zin in zo’n tour de force.

Met Bos en haar kwam het niet meer goed. Ze had meer sympathie voor de corporaties dan voor de begrotingsproblemen van het kabinet. Toen Bos’ ster rees tijdens de financiële crisis, kon hij de lastige tante lozen, was haar interpretatie. Zo werd ze het eerste slachtoffer van de financiële crisis.

Onder ede was het voor de twee Pvda’ers welhaast onmogelijk niet met modder te gooien. De keuze van de enquêtecommissie voor de clash tussen Bos en Vogelaar is daarom een vreemde. Want wat leert het ons over het functioneren van het stelsel en het ontstaan van de incidenten? Dat Aedes dwars lag? Daar hadden we Bos en Vogelaar niet voor nodig. Van der Laan kon heel duidelijk maken dat branchevereniging de “raarste” brieven schreef.

Wat vond u van de sector toen u net aantrad?, luidde de eerste vraag van de commissie. Van der Laan: “Dat die in heel veel opzichten uit de hand gelopen was.” Wat vond u van het rapport Meijerink? Van der Laan: “Slecht.”

En toen ging het al over de bijzondere rol van Aedes. Willem van Leeuwen, de voormalige voorzitter Aedes, was naar het ministerie gekomen omdat hij wilde dat Van der Laan het rapport van de commissie Meijerink zou onderschrijven. Dat rapport zei: laat de sector alles zelf regelen. Daar had de minister geen trek in. Hij had in de smiezen dat het rommelde in de sector.

Van der Laan: “Bedoel je dat ik bij het kruisje moet tekenen?” Van Leeuwen: “Ja.” En wat deed u toen? vroeg de commissie. “Ik heb hem gezegd dat hij de koffie op kon drinken en weg kon gaan. Zo werkt het niet.”

Van Leeuwen moet zich rot geschrokken hebben. Van der Laans voorgangers Ella Vogelaar en Sybilla Dekker kwispelden nog volgzaam. Maar hoe meer de corporaties en Van Leeuwen tegenstribbelden, hoe meer Van der Laan aangespoord werd de sector weer op het pad te krijgen. Dat was nodig, want de nieuwbakken minister viel met zijn neus in de boter. Eerst Rochdale, toen Woonbron. Rochdale had volgens Van der Laan een enorm integriteitsprobleem. Een aantal commissarissen speelde onder één hoedje met Hubert Maseratie Möllenkamp. De minister stuurde de toezichthouders weg.

Van der Laan greep ook in bij Woonbron, dat volgens Van der Laan bij de SS Rotterdam liet zien een uitermate beroerde ondernemer te zijn. De raad van commissarissen van Woonbron vond een aanwijzing (een tik op de vingers) van Van der Laan overdreven. De voorzitter van de raad zei dat het besluit ingegeven werd door “de waan van de dag”. Van der Laan ontplofte. Exit raad van commissarissen Woonbron.

Daadkrachtig. Dat is ook het beeld wat andere getuigen bij de enquêtecommissie over Van der Laan schetsten. Hij was niet wars van het geven van aanwijzingen. Had hij ook bij veel andere corporaties gedaan. Volgens de enquêtecommissie was hij recordhouder in het uitdelen ervan. Telkens bleek Aedes niet enthousiast, herinnerde Van der Laan zich. “Hun houding was: waar bemoei je je mee?”

De aanwijzing voor Rochdale was mannetjesgedrag, meende Aedes-voorzitter Willem van Leeuwen zelfs. “Zoals de waard is, vertrouwd hij zijn gasten”, reageerde Van der Laan woensdag koeltjes.

Hoge salarissen bij commissarissen en bestuurders, zoals bij Rochdale, waren voor Van der Laan een signaal dat er stront aan de knikker was. De hoogte van de salarissen zeggen iets over de missie van de organisatie, vond Van der Laan. Te hoog betekent dat je losgezongen bent van je sociale doel.

De lopende staatssteundiscussie met Brussel greep Van der Laan aan om corporaties aan de leiband te krijgen. De Europese Commissie, met eurocommissaris Neelie Kroes voorop, wilde dat Nederlandse corporaties niet te veel in het vaarwater van commerciële projectontwikkelaars zouden bewegen. Ze moestem wegblijven uit de koop- en de (middel)dure huur. De discussie sleepte al langer. Vogelaar talmde nog, maar Van der Laan wilde van het kwestie af. De druk vanuit Brussel was voor hem rugwind om de uitspattingen in de sector in te dammen en de sector terug te krijgen naar de kern: de volkshuisvesting, zei hij woensdag.

Valt Van der Laan dan helemaal niets te verwijten? Dat valt te bezien. Volgens de enquêtecommissie kwam er in zijn tijd goedkeuring voor de Museumpanden in Leeuwarden, Lloyd Hotel in Amsterdam, de renovatie van de Beurs van Berlage, subsidie voor muziekfestival Parkpop en de renovatie van het REM-eiland. Branchevreemde activiteiten. De oud-advocaat kon het lijstje niet pareren. Van der Laan zat maar vijftien maanden op zijn post, sommige dingen wilde hij niet doodslaan.

Wat had hij eigenlijk gedaan om de regels scherper te krijgen? vroeg commissielid Anne Mulder door. Van der Laan had een brief naar de kamer gestuurd. De brief zat volgens hem vol met pogingen om de grenzen helderder te krijgen. De sector had recht op preciezere regels.

Maar hoe precies zijn die grenzen, als het ministerie aan de andere kant zogeheten oordeelsbrieven aan de corporaties stuurt. Die brieven staan vol met pluimen, die vooral gebaseerd zijn op het kijken vanuit de achteruitkijkspiegel: jaarverslagen. Ook Van der Laan keek in de achteruitkijkspiegel. Hij tekende op 27 november 2009 een oordeelsbrief voor Vestia, terwijl uit het laatste jaarverslag al bleek dat de corporatie gevaarlijke derivaten bezat.

“Ik ben tot het oordeel gekomen dat uw corporatie een zodanig financieel beleid en beheer heeft gevoerd dat haar voortbestaan, zonder rekening te houden met de effecten van de voorgenomen activiteiten in financieel opzicht is gewaarborgd.” Was getekend, E.E. Van der Laan. Levensgevaarlijk, zei commissielid Peter Oskam. Van der Laan was het met hem eens. Natuurlijk wist hij toen niet wat hij nu wel weet. En hielden Vestia en de banken heimelijk verborgen waarmee ze bezig waren. Maar de brief creëert schijnzekerheid, erkende de oud-bewindsman. “Die zin moet je eigenlijk niet opschrijven.” Zo kwam de oud-bewindsman, die de sector sinds de verzelfstandiging meer opschudde dan al zijn voorgangers bij elkaar, ook niet ongehavend uit de enquêteszaal. Was ook hij zelf een beetje gekastijd.

Reageer op dit artikel