artikel

Goed bedoeld, toch gefaald

bouwbreed Premium

Goed bedoeld, toch gefaald

Een aanbesteding is een spel waarbij alle deelnemers gelijke kansen moeten hebben om te winnen. Het transparantiebeginsel brengt daarom met zich mee dat alle inschrijvingsvoorwaarden worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, zodat alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen (HvJ 29 april 2004, Succhi di Frutta).

In deze uitspraak (Rb A’dam, 9 april 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:1827) beoogde de aanbestedende dienst zijn inschrijvers deze gelijke kansen te bieden met een toelichting maar kwam bedrogen uit.

Eind 2013 heeft de aanbestedende dienst een niet-openbare aanbesteding gedaan voor een openbare parkeergarage. In de aanbestedingsdocumentatie is vermeld dat dient te worden voldaan aan onder meer de normen genoemd in de ‘NEN2443 – Parkeren en stallen van personenauto’s op terreinen en in garages en alle daarin opgenomen normatieve verwijzingen’.

In de aanbestedingsdocumenten is de normtekst opgenomen van deze NEN2443. Ook is gekozen voor opname van een toelichting op de normtekst. Deze toelichting dient de tekst van de norm zo te verduidelijken dat de norm niet tot interpretatiegeschillen zou leiden. Een inschrijver wordt vervolgens uitgesloten omdat de inschrijving niet voldeed aan de toelichting van de norm. De inschrijver is het niet eens met deze uitsluiting en legt het geschil voor aan de rechter. De rechter stelt vast dat deze uitsluiting niet juist is geweest om twee redenen. Ten eerste stelt de rechter vast dat de toelichting de tekst van de norm zo dient te verduidelijken dat de norm niet tot interpretatiegeschillen zou leiden. De normtekst is dus leidend. Daarmee diende de inschrijving te worden getoetst aan de normtekst en niet aan de toelichting. Ten tweede toetst de rechter de toelichting aan de normtekst en concludeert dat deze toelichting niet duidelijk strookt met de normtekst. De aanbestedende dienst heeft met de toelichting het dus goed bedoeld maar juist daarmee gefaald. De NEN-norm is daarom niet op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze geformuleerd waardoor ongeldigheid van de volledige aanbesteding voor toewijzing klaar ligt. De inschrijver vordert echter geen ongeldige aanbesteding maar verzoekt om de inschrijvingen opnieuw te beoordelen. De rechter hoeft zich over dat punt niet uit te laten. De aanbestedende dienst houdt namelijk de eer aan zichzelf en geeft aan dat ze de inschrijving opnieuw gaat beoordelen.

De aanbestedende dienst boft hier dus dat de inschrijver geen ongeldigheid van de aanbesteding vorderde en kan zo een ‘goedkope’ lering trekken: niet iets opnemen wat niets toevoegt.

Martha Pasterkamp, Simmons & Simmons LLP, Martha.Pasterkamp@simmons-simmons.com

Reageer op dit artikel