artikel

Innovatie vraagt goed opdrachtgeverschap

bouwbreed Premium

Opdrachtgevers moeten met hoge ambities marktpartijen uitdagen, stelt Peter Ruchti. Zo stimuleren zij innovaties.

Iedereen is het erover eens: de afgelopen decennia zijn veel gebouwen en gebieden gerealiseerd waarover we nu niet tevreden zijn. Veel panden staan leeg. Ze verbruiken (veel) te veel energie. En ze kunnen binnen de economische modellen niet worden (her)ontwikkeld voor de huidige behoefte. Dit leidt tot (financiële) problemen voor private partijen, zowel voor vastgoedprofessionals als voor gebruikers. Daarnaast zijn er maatschappelijke consequenties: afval, CO2-uitstoot, verpaupering. De parallel met de bankensector dringt zich op. Zijn de bouw- en vastgoedsector in staat zichzelf opnieuw uit te vinden?

Deze vraag roept direct een andere vraag op. Is (de aanbodkant van) het vastgoed verantwoordelijk voor de huidige problematiek? Hierop is alleen een genuanceerd antwoord te geven. Want de gedachte dat ‘de markt’ inspeelt op de behoefte van de klant en innoveert om deze behoefte steeds te kunnen invullen, is niet zo makkelijk naar de bouw- en vastgoedsector te vertalen. De bouw wordt gekenmerkt door een gefragmenteerd proces, waarin in vele wisselende samenstellingen wordt gewerkt. De partij (of partijen) die dit proces in zijn geheel kan en wil veranderen, moet nog opstaan.

Veel innovatie komt vanuit de leveranciers. Maar deze ‘push’-ontwikkeling wordt veelal gesmoord doordat aannemers, architecten en adviseurs zeer divers zijn. Dat maakt het lastig om een innovatief product aan de man te brengen. Bovendien wordt ‘nieuw en onbekend’ vaak als risico ervaren. De meerwaarde van veel innovaties zit dan ook vaak in de gebruiksfase. In de traditionelere contracten hebben veel (onder)aannemers daar namelijk geen direct financieel belang bij.

Om deze meerwaarde te gelde te maken, is een contractuele verbinding in de exploitatiefase vereist – inclusief de bijbehorende werkzaamheden. Dit is een voorwaarde om innovatie te stimuleren! Het is dus zaak om het denken (en doen) vanuit de gebruikersfase te versterken in de bouw- en vastgoedsector. Hiervoor is een grote verandering vereist. De focus moet niet langer liggen op bouwen, of op de aan- en verkoop van gebouwen. In plaats daarvan moeten de organisaties en de ontwikkeling ervan centraal staan.

Dat is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. De sector heeft er blijk van gegeven deze omslag moeilijk te kunnen oppakken. Toch zijn er wel degelijk mogelijkheden om de bouw- en vastgoedkolom meer laten aansluiten bij het gebruik. Denk aan de dbfmo’s. Maar deze ontwikkelingen zijn niet vanuit de sector zelf gekomen. In de praktijk zie je dan ook dat ze nog niet of nauwelijks leiden tot heel andere aanbieders/aanbiedingen. Hooguit zie je een tijdelijk construct van verschillende aanbieders met ondersteuning van veel adviseurs.

Daarnaast is er nog de roep en wens om te komen tot duurzame, leefbare gebieden en gebouwen. Dit aspect kan eveneens een stimulans zijn voor anders werken en innovatieve aanbiedingen. Maar de sector maakt hiervan nog onvoldoende gebruik. Ook op dit vlak zie je dat met name de gebruikersfase profiteert van duurzame uitwerkingen: lager energieverbruik, flexibiliteit, hergebruik van materialen, hogere restwaarde – zonder hogere investeringen natuurlijk. Er zijn voldoende voorbeelden waar de lifecycle-benadering toont dat deze aanpak veel gunstiger is. En dan hebben we het nog niet eens over de vereiste maatschappelijke noodzaak om betere resultaten te boeken.

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat innovatie wordt gestimuleerd? En ook: dat de kennis die er in de markt al is, meer wordt toegepast? Mijn stelling is: opdrachtgevers moeten veel meer afdwingen. Ze moeten ambities in de opdrachten leggen waardoor marktpartijen worden uitgedaagd én beloond als eraan wordt voldaan. Opdrachtgevers kunnen toepassingen zoals BIM eisen. Ook kunnen ze aanbieders uitdagen met doelstellingen en ambities voor CO2-uitstoot, materiaaltoepassing, toekomstwaarde, aanpasbaarheid, enzovoorts. Het resultaat: eigenaren/gebruikers komen in veel betere leefomgevingen terecht. Plus: de bouw- en vastgoedkolom gaat anders werken, en misschien wel zélf de opdrachtgevers uitdagen. Of moet de overheid ons met wet- en regelgeving dwingen?!

Peter Ruchti, directeur Draaijer+Partners en deelnemer BouwregieNetwerk Nederland, BouwregieNetwerk.nl

Reageer op dit artikel