artikel

We moeten openstaan voor innovaties

bouwbreed Premium

We moeten openstaan voor innovaties

De bouw is bezig zich uit de crisis te worstelen. Door met innovatieve ideeën in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en maatschappelijke trends, zoeken partijen mogelijkheden om het tij te keren. Nico Rietdijk vindt het triest om te zien dat mooie innovaties vervolgens vastlopen op starre regelgeving en bureaucratie.

Op een bijeenkomst hoorde ik laatst een enthousiast bericht van een bekende makelaar. Hij verwonderde zich erover dat buitenlandse investeerders staan te trappelen om te investeren in de Nederlandse markt van huurwoningen, maar dat de bouw hier niet of nauwelijks z’n kansen pakt. “Gigantische bedragen zouden reeds gereserveerd staan.” Hij zei er tegelijk bij dat de sector nog altijd “veel te lui is”, waardoor al dat geld blijft liggen. “Waar blijven toch al die innovatieve bouwers”, verzuchtte hij. “Ik zie en hoor ze niet”, waarna hij opnieuw een oproep deed op de zaal vol ondernemers.

Vooropgesteld, als er kansen zijn moet je die pakken. Dus zo’n punt van kritiek mogen wij ons best aantrekken, al was het maar dat nooit geschoten altijd mis is. Tegelijkertijd hoor ik vanuit de markt ook regelmatig over initiatieven die stranden omdat ze binnen onze huidige regelgeving niet zouden passen. Bijvoorbeeld het plan van enkele ontwikkelende bouwondernemingen die de grote veranderingen in de zorg aangrijpen voor een nieuw concept: de ‘twee-gezinnen-woning’.

De gedachte achter dit concept is het volgende. In heel Nederland moeten zorgorganisaties locaties sluiten. Dat is een gevolg van het regeerakkoord 2012, waarin staat dat mensen met een lage zorgvraag (1 tot en met 4) geen indicatie meer krijgen voor zorg met verblijf in een verzorgingstehuis. Gelijktijdig vinden er forse bezuinigingen plaats op de thuiszorg. Om toch de zorg veilig te stellen, wil de regering dat familieleden de zorg van hun dierbaren (deels) overnemen. Met een mooi woord mantelzorg.

Kangoeroewoning

Sommige ondernemers haken hier terecht op in en ontwikkelen woningen waar twee huishoudens tegelijk in kunnen wonen. Dit concept, ook wel bekend als ‘kangoeroewoning’ is voor ouders en kinderen ideaal, omdat hierdoor de zorg on demanddoor de eigen dierbaren kan worden gegeven en tegelijk de behoefte aan privacy gewaarborgd blijft vanwege de eigen opgang van de oudere. In vooral dat laatste – de eigen opgang – verslikt de regelgeving zich echter nog wel eens. Bestemmingsplannen zouden er (nog) niet voor aangepast zijn en menig ambtenaar weet geen raad met twee huisnummers op één adres. In plaats van meewerken zet men de bureaucratische hakken in het zand. Met als gevolg: veel projecten lopen vertraging op of stranden definitief.

Een dergelijke houding is niet alleen de dood in de pot uit maatschappelijk oogpunt, het smoort ook elk initiatief. Laten we elkaar daarom niet langer gevangen houden in regels en dichtgetimmerde bestemmingsplannen. De huidige tijd vraagt van ons allemaal flexibiliteit en een open houding ten aanzien van kansen en innovaties. Die open blik moeten wij als private sector hebben, maar dat geldt evenzeer voor de publieke sector. Alleen dan laten we de crisis snel achter ons.

Reageer op dit artikel