artikel

Regelingen voor aanpak ketenaansprakelijkheid

bouwbreed Premium

Regelingen voor aanpak ketenaansprakelijkheid

Minister Asscher (sociale zaken) gaat de ketenaansprakelijkheid uitbreiden. Doel is onder meer onderbetaling tegen te gaan. Zoek vooral aansluiting bij bestaande regelingen, vindt Nicolette Zandvliet.

In het ‘actieplan bestrijden van schijnconstructies’ en de voortgangsrapportage van 26 november 2013 heeft minister Asscher aangekondigd de ketenaansprakelijkheid uit te breiden. Dit betekent dat opdrachtgevers (civielrechtelijk) aansprakelijk kunnen worden gesteld voor betaling van het cao-loon. Daarnaast wordt een bestuursrechtelijke aanpak ingevoerd bij de handhaving van het wettelijk minimumloon. Een motie van het lid Ulenbelt (SP) om de ketenaansprakelijkheid ook voor andere arbeidsvoorwaarden (zoals pensioenafdracht) te laten gelden, is verworpen. Aan een concept wettekst wordt gewerkt.

Mede vanwege de slechte ervaringen met (de uitwerking van) de Wet arbeid vreemdelingen zitten werkgevers vanzelfsprekend niet op deze aanscherping te wachten. Ze zien het als een onwerkbare en onbillijke vorm van afwentelen. Ook al ben je nog zo waakzaam en besteed je serieus aandacht aan nakoming, de boete krijg je. Boetes worden bovendien als te hoog en handhavingsbeleid als te rigide ervaren.

De Neprom kan zich in principe vinden in het voornemen van Asscher om onderbetaling tegen te gaan, mits er sprake is van verwijtbaarheid bij de ketenpartner(s). Daarnaast speelt de Inspectie SZW ook een rol bij het voorkomen en bestrijden van ‘schijnconstructies’ en hoort haar verantwoordelijkheid daarin te nemen. Aangezien Asscher bovendien van mening is dat problemen kennelijk vaak voortvloeien uit lage inschrijvingen bij aanbestedingen, vinden wij dat er gewerkt moet worden aan de professionalisering van aanbestedende diensten. Een aanbesteding is geen schijnconstructie. De Aanbestedingswet 2012 (artikel 2.116) kent namelijk een specifieke procedure voor het afhandelen van abnormaal lage inschrijvingen. Het is primair en uitsluitend aan de aanbestedende diensten om daar een beroep op te doen. Voorts is het zo dat zelfs een ‘normale’ inschrijving niet garant staat voor betaling van het (juiste) loon. Het betaalde geld kan ook aan iets anders besteed worden. Bovendien vormt de looncomponent maar een deel van de prijs. Het is dus nog maar de vraag of Asscher de juiste maatstaf hanteert.

In deze context is de Neprom wel bereid mee te denken over een passende en praktische vrijwaringsmogelijkheid. Een proportionele regeling brengt volgens ons met zich mee dat als een opdrachtgever heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht mag worden, hij niet meer aansprakelijk gesteld kan worden voor eventueel achterstallig loon.

Oplossingsrichtingen

Verschillende regelingen zouden uitkomst kunnen bieden. Punt is wel, dat het onderwerp bedrijfs- en privacygevoelige informatie betreft. Oplossingen die een inbreuk betekenen op gerechtvaardigde en te respecteren belangen van zowel werkgevers als werknemers dienen dan ook afgewezen te worden. In dat kader kan ook niet verwacht worden dat ketenpartners elkaars loonadministratie gaan controleren. Al is het alleen maar omdat niet iedere ketenpartner geacht kan worden op de hoogte te zijn van, en de juiste kennis te hebben van alle relevante en toepasselijke cao’s. Meer in het algemeen zou het resultaat geen extra rompslomp, bureaucratie, kosten en regeldruk met zich mee moeten brengen. Evenmin dient de oplossing om die reden gezocht te worden in de richting van een G-rekening (of straks: depot). Wij vinden dat zoveel mogelijk aansluiting gezocht dient te worden bij geldende jurisprudentie, wetgeving en constructies die vergelijkbaar zijn, bijvoorbeeld in de uitzendbranche. Aan de basis zou het uitgangspunt moeten liggen dat er geen sprake is van verwijtbaarheid en aansprakelijkheid indien het onderwerp ‘betaling cao-loon’ in een contractuele bepaling voldoende afgehecht is, vergezeld van een objectieve controle van of een objectieve verklaring over het (loon)betalingsgedrag (in het algemeen, van de opdrachtnemer door bijvoorbeeld de belastingdienst, een accountant of gecertificeerde auditor.

Voorkomen moet worden dat van werkgevers het onmogelijke verwacht wordt of irreële eisen gesteld worden. Doelbewust begane buitensporigheden en aan misbruik grenzende gevallen dienen vanzelfsprekend wel bestreden en voorkomen te worden. Daar zou volgens ons de focus moeten liggen.

Nicolette Zandvliet, juridisch beleidsmedewerker Neprom

Reageer op dit artikel