artikel

Onterechte angst voor aansprakelijkheid BIM

bouwbreed Premium

Onterechte angst voor aansprakelijkheid BIM

Met z’n allen samen in één BIM-model werken is niet de juridische nachtmerrie die het op het eerste gezicht lijkt, zo stellen Jody van Leeuwen, Peter van Luijn en Remko Wiltjer. Angst is niet nodig – heldere afspraken maken, vastleggen en nakomen wél.

Iedereen die ooit overwoog om te gaan bimmen, heeft erover nagedacht. Sommige mensen hebben er misschien van wakker gelegen. En een aantal heeft er om die reden zelfs van afgezien: juridische aansprakelijkheid. Verschillende partijen die tegelijkertijd samen in hetzelfde digitale gebouwmodel werken, een model waarin dagelijks tientallen wijzigingen worden aangebracht en waarin partijen ook aan elkaars werk kunnen zitten. Hoe zorg je dan dat je niet de bietenbrug op gaat?

Voor het antwoord is het belangrijk om te kijken in hoeverre BIM in dit opzicht afwijkt van traditioneel, standalone werken. Dat verschil is vaak klein. Zo werken bij zo’n 80 tot 90 procent van de huidige BIM-projecten partijen namelijk helemaal niet samen in één model. Daar is wat voor te zeggen. Ieder werkt met zijn eigen software in zijn eigen 3D-model en wisselt dat regelmatig met de anderen uit. Die verstuurde digitale modellen zijn de bewijsstukken, zoals vroeger de tekeningen die op de post gingen.

Opsporen en herstellen

Partijen importeren die modellen vervolgens, zien tientallen tot honderden clashes, oftewel wijzigingen die de anderen hebben aangebracht, en passen hun model daarop aan. En net als bij traditioneel werken heeft iedereen de plicht om aan de bel te trekken als hij een fout vermoedt. Op deze manier kunnen fouten veel makkelijker opgespoord én hersteld worden. Faalkosten tijdens de bouw worden zo aanmerkelijk gereduceerd.

Achteraf is in deze light-versie van BIM eenvoudig vast te stellen wie een fout heeft gemaakt. Maar hoe zit dat als partijen wél samen in één model werken? Ook dan heeft iedere ontwerper en adviseur zijn eigen domein. In het gezamenlijke model kan alleen de constructeur de constructie aanpassen, alleen de installatieadviseur de installaties, etcetera. Zodra een onbevoegde dat probeert, krijgt de bevoegde partij een melding. Die moet vervolgens expliciet toestemming geven.

Iets lastiger wordt het in fasen waarin er dagelijks zo veel verandert dat steeds over en weer toestemming vragen in de praktijk onwerkbaar is. Vaak wordt het model dan ‘opengezet’: meerdere partijen kunnen op dat moment wijzigingen in elkaars werk aanbrengen. Hoewel vertrouwen uiteraard altijd de basis van samenwerking is, is dát alleen in het kader van juridische aansprakelijkheid niet voldoende – je zult goede afspraken moeten maken, vastleggen én nakomen.

Protocol

In zo’n protocol leg je onder meer de onderlinge verantwoordelijkheden vast, wie op welk moment wat aanlevert en hoe er wordt omgegaan met wijzigingen en eventuele fouten. Ook moet duidelijk zijn wanneer het model weer wordt ‘gesloten’. Dat is immers het teken voor iedere partij om het eigen onderdeel nauwgezet te controleren. Overigens is achteraf nog altijd in de logboeken te achterhalen wie in de ‘open’ fase welke wijziging heeft aangebracht. Dat is echter zelden nodig.

Op dit moment wordt een BIM-model namelijk nog niet als contractstuk gebruikt. Ook bij ‘echt’ bimmen genereert elke partij uit het gezamenlijke model nog altijd tekeningen, maakt een bestek en verstuurt beide naar de klant. Er vinden dus precies dezelfde checks plaats als bij traditioneel werken. Het BIM-model zelf wordt vaak wel meegestuurd, maar dan puur om de geometrische vormen weer te geven – alleen ter informatie dus.

De volgende stap is natuurlijk dat het BIM-model wél het contractstuk is. Daarvoor is nog veel werk nodig. Zo moet eerst de DNR aangepast worden op het gebied van ontwerpintegratie en -aansprakelijkheid. En er moeten betere manieren worden gevonden om de complete informatieoverdracht via BIM te laten verlopen. Toch verandert dat inhoudelijk weinig aan de traditionele rolverdeling en dus aan de aansprakelijkheid van partijen. Wat vooral verandert, is de vorm.

Iedere verandering gaat gepaard met onzekerheid en angst. Hoe begrijpelijk ook, nodig is dat niet.

Jody van Leeuwen, Peter van Luijn en Remko Wiltjer

Reageer op dit artikel