artikel

Klachtplicht soepel beoordeeld

bouwbreed Premium

Klachtplicht soepel beoordeeld

Recht moet ook rechtvaardig zijn. Een goed voorbeeld daarvan is de wijze waarop in de jurisprudentie met de klachtplicht wordt omgegaan, zoals een uitspraak van de rechtbank Gelderland illustreert (ECLI:NL:RBGELl: 2013:6386).

Hoewel bijna tien maanden was gelegen tussen het aan het licht treden van een fout van een architect en het uitbrengen van een klacht hierover, werd geoordeeld dat de verplichting om met bekwame spoed te protesteren niet was geschonden.

Tijdens de bouw was scheurvorming geconstateerd in betonkernen. De opdrachtgever had de architect hiervoor aansprakelijk gesteld op 19 mei 2009. Na een extra controle werd ook getwijfeld aan de sterkte en stijfheid van een aantal knooppuntverbindingen van vakwerkspanten. Hiervoor heeft de opdrachtgever de architect pas in maart 2010 aansprakelijk gesteld.

Volgens de architect is dit niet meer aan te merken als een ingebrekestelling met bekwame spoed als bedoeld in artikel 16 lid 2 DNR. De rechtbank passeert deze stelling. Na de eerdere formele aansprakelijkstelling voor de scheurvorming moet het de architect volstrekt duidelijk zijn geweest dat de opdrachtgever het er niet bij zou laten zitten. De architect was verder bij uitstek bekend met deze gebreken. De rechtbank brengt hiermee tot uitdrukking dat de architect niet is benadeeld door het uitblijven van een schriftelijke ingebrekestelling. Volgens de Hoge Raad is dit een belangrijk aspect bij de beoordeling of een klachtplicht is geschonden.

Er vond bovendien oplossingsgericht overleg plaats tussen partijen, onder andere middels een gezamenlijk deskundigenonderzoek. In deze omstandigheden vindt de rechtbank het alleszins redelijk dat de opdrachtgever met de aansprakelijkstelling heeft gewacht tot de uitkomst van het deskundigenonderzoek bekend was, om het overleg niet op de spits te drijven.

Annelies Oldengarm en André Ubink, Ubink vastgoedadvocatuur, Zwolle

Reageer op dit artikel