artikel

Preventief toezicht goed geregeld?

bouwbreed Premium

Preventief toezicht goed geregeld?

Het begrip preventie blijft boven de markt zweven. Wat is een goed ontwerp? Welke risico’s moeten preventief beheerst zijn? Met welke methode bepalen we dit? Hoe ver moeten we hierin gaan?

Preventie is voor veiligheidskundigen een belangrijk begrip, in de zin van het optreden van ongevallen, letsel, gezondheidsproblemen, stress en andere nare zaken geldt dat voorkomen beter is dan genezen.

In het bouwproces heeft preventie nog een andere betekenis: het voorkomen van risico’s door een goed ontwerp waarin deze risico’s geëlimineerd zijn. Sinds de Richtlijn 92/57/ EEG betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor tijdelijke en mobiele bouwplaatsen uit 1992 wordt gestreefd naar de preventie van risico’s in de gehele bouwkolom, te beginnen in de ontwerpfase onder verantwoordelijkheid van de opdrachtgever van het bouwproces. Het invullen van het besluit is niet erg meegevallen en dit jaar, twintig jaar na implementatie van de Richtlijn in onze arbowetgeving, als eerste het Bouwprocesbesluit Arbeidsomstandighedenwet en later als de afdeling Bouwproces in het Arbobesluit, is een zinvolle invulling van dit begrip in het bouwproces nog steeds onvoldoende ingevuld, ondanks inspanningen van de branche, koepels en partijen en ondanks de niet aflatende inspanningen van de veiligheidskundigen die telkenmale proberen om dit op de agenda te krijgen en te houden. Ook onze Veiligheidsmonitor 2013 laat overigens een beeld zien van verbetering op dit onderwerp.

Veiligheidskundigen wisten het al langer. Er is in 1994 met het van kracht worden van het besluit verzuimd om kwalificatie-eisen op te nemen voor personen die de rol van veiligheids- en gezondheidscoördinator mogen vervullen. Er is ook verzuimd om de rol en taken van een dergelijke coördinator expliciet te maken. Zo is het begrip preventie in onze tijd verbonden aan de ‘Stand der wetenschap en de professionele dienstverlening’, best practises en de arbocatalogi.

U snapt het al. De preventie is hiermee grotendeels verdwenen, want de ultieme vraag zal altijd zijn: wat is de norm? En waar staat dat dan?

Het huidige stelsel van doelvoorschriften werkt een concrete invulling ook niet echt in de hand en ondanks het steeds bekender worden van de arbocatalogi en het raadplegen ervan blijft het begrip preventie redelijk boven de markt zweven. Wat is een goed ontwerp? Welke risico’s moeten preventief beheerst zijn? Met welke methode bepalen we dit? Hoe ver moeten we hier in gaan? Wat is in deze zin de relatie tussen het Bouwbesluit en het Arbobesluit?

Privatiseren

Goed, beide besluiten zijn geharmoniseerd, een mooi woord om te vertellen dat ze in deze op elkaar zijn afgestemd, maar in hoeverre beïnvloedt dat de keuzes in de ontwerpfase? De onderhoudbaarheid is gelukkig geregeld in het Bouwbesluit 2012 maar nu de rest nog.

De stappen die binnenkort worden gezet in het privatiseren van het toezicht zal naar mijn mening hierin ook geen verbetering brengen. De overheid nog meer op afstand, controle nog slechts op een aantal aspecten waaronder publieksveiligheid en de bouwkolom wordt min of meer in de rol gebracht om haar kwaliteit en de invulling van haar rol hierin zelf te controleren. Dit kan een aantal verschijningsvormen krijgen:

1. De branche (Bouwend Nederland) neemt het initiatief in deze en zal analoog aan de Duitse Berufsgenossenschaft eendrachtig samen met de bonden haar verantwoordelijkheid nemen. Dan kan het thema toezicht op bouwkwaliteit en voldoen aan bouwregelgeving ook worden uitgebreid naar Arboregelgeving.

2. Het stelsel wordt geprivatiseerd onder auspiciën van de Raad van Accreditatie: we maken er een soort certificatiesysteem van en geaccrediteerde partijen mogen de controles uitvoeren op basis van een certificeringsschema.

Beide scenario’s brengen risico’s met zich mee:

1. Het Duitse model is al sinds lange tijd verankerd in de maatschappij van onze oosterburen en behelst ook de bedrijfsgezondheidszorg en andere sociale aspecten. Wij hebben een dergelijke structuur niet. Wij polderen liever en leveren maatwerk.

2. Het certificeren brengt ook een risico mee: welke norm houden we aan? Hoe houden partijen zich eraan? Hoe concreet kun je het maken? En hoe gaan we om met de handhavingsinstrumenten?

Ik voorzie een dreigend conflict tussen de toezichthouder en de gecontroleerde partij. Zelf laten keuren heeft gevoelsmatig nog minder voorkeur; de mens is immers de zwakste schakel in deze en meebewegen op de deining van de golven is vrijwel natuurlijk gedrag.

Misschien moeten we toch maar sommige zaken bij het oude laten, bijvoorbeeld de handhaving en sanctionering bij de overheid met een helder normenkader waarin helderheid voor alle personen op begrijpelijke wijze wordt geschetst. Handhaving door personen die ter zake deskundig zijn en die de taal van de bouw spreken. Heldere beleidslijnen, geen zwalkend beleid.

Jos Schouten, veiligheidskundige bij Aboma in Ede

Reageer op dit artikel