artikel

Onredelijk legessysteem rijp voor verandering

bouwbreed Premium

Onredelijk legessysteem rijp voor verandering

Het legessysteem in Nederland is onrechtvaardig en leidt tot een grote mate van willekeur. Transparantie ontbreekt.

Een voorbeeld ter verduidelijking, gebaseerd op de tarieven voor de leges in 2013. Bij een bouwproject waarvan de bouwkosten tussen de 1,1 en 2,8 miljoen euro bedragen, dient aan leges in Rotterdam 100.335 euro betaald te worden, in Utrecht 23.540 euro, in Amsterdam 35.090 euro en in Den Haag 38.720 euro. Tussen Rotterdam en Utrecht maar liefst een verschil van ruim 75.000 euro voor exact hetzelfde bouwproject!

Van het investeringsbedrag voor dat bouwproject is men in Rotterdam dus, berekend vanaf het laagste bouwkostenbedrag, bijna 10 procent kwijt aan legeskosten, in Utrecht circa 2 procent, in Amsterdam en Den Haag ruim 3 procent.

En daar blijft het niet bij. Vaak zijn ook nog andere kosten verschuldigd. Deze worden veroorzaakt doordat voorafgaande aan de indiening van de vergunningaanvraag overleg nodig is tussen de projectontwikkelaar en de gemeente. Gaat het in bovenstaande voorbeelden om grote bouwprojecten, ook bij relatief eenvoudige bouwprojecten zijn de verschillen groot. Voor de aanvraag en behandeling van een vergunning voor een eenvoudige dakkapel bedragen de legeskosten in Leiden 37 euro, in Doetinchem 118 euro, en in Eindhoven 752 euro.

De grote onderlinge verschillen worden voornamelijk veroorzaakt door de gemeentelijke autonomie op het gebied van het vaststellen van de hoogte van legeskosten. De meeste gemeenten gaan bij het jaarlijks bepalen van de hoogte van de legeskosten uit van een kostendekkende exploitatiebegroting (gemeentelijke apparaatskosten) van waaruit de legestarieven worden vastgesteld.

Grote gemeenten, waaronder Rotterdam, hanteren veelal een staffelstelsel met een vast legesbedrag per staffel, terwijl kleinere gemeenten doorgaans het systeem toepassen van een beperkt vast bedrag per staffel, aangevuld met een aflopend percentage van de bouwsom. Het is allemaal toegestaan maar de verschillende methodieken maken een vergelijking tussen gemeenten er niet eenvoudiger op. In de praktijk leidt een en ander tot de hierboven al aangegeven grote verschillen voor één en het zelfde bouwproject.

Zit men aan de onderkant van de staffel, dan betaalt men aan legeskosten evenveel als aan de bovenkant van die staffel (2,8 miljoen euro).

Het huidige legessysteem, waarbij een gemeente streeft naar kostendekkendheid van het totale gemeentelijk apparaat, belast met de behandeling van bouwaanvragen, leidt in de praktijk tot ongewenste kruissubsidiëring, waarbij grote bouwprojecten door de hoge legeskosten bijdragen aan de kleinere bouwprojecten met relatief lage legeskosten. Ter verduidelijking van hetgeen de kruissubsidiëring tot gevolg kan hebben: de werkelijke kosten voor het afgeven van een omgevingsvergunning voor projecten met een bouwsom groter dan 53 miljoen euro bedragen in Rotterdam 420.000 euro, terwijl de gemeente in dat geval aan legeskosten een bedrag in rekening brengt van 1.349.960 euro.

Nieuwe ontwikkelingen in het legessysteem zijn gewenst. Dat kan ook, want er zijn alternatieven denkbaar om het huidige onrechtvaardige en willekeurige legessysteem een halt toe te roepen en daarmee in de vastgoedmarkt nieuwe, broodnodige stimulerende maatregelen te introduceren.

Gemeenten zouden bij de vaststelling van de legesheffing een redelijke verhouding in acht moeten nemen tussen de gemaakte gemeentelijke kosten en het in verband daarmee geheven bedrag aan bouwleges. Anders gezegd: de legestarieven voor een bouwaanvraag mogen nooit hoger zijn dan de werkelijke apparaatskosten van de gemeente voor het in behandeling nemen van die bouwaanvraag. Kruissubsidiëringen behoort daarmee tot het verleden.

In de rechtspraak neigt men deze kant te gaan kiezen. De advocaat-generaal bij de Hoge Raad heeft recentelijk de Hoge Raad geadviseerd in een legeskwestie waarover ons hoogste rechtscollege zich binnenkort moet uitlaten. De advocaat-generaal concludeert dat, indien de kosten van het in behandeling nemen van de bouwaanvraag extreem lager zijn dan de volgens de gemeentelijke tabel bepaalde legesheffing, de rechter tot de conclusie zou moeten komen dat het onderling totaal scheefliggen van de verdeling van de legesdruk tot een onredelijke en willekeurige belastingheffing leidt en in zoverre tot onverbindendheid van de legesverordening. Betrokkenen zien daarom met spanning uit naar de uitspraak van de Hoge Raad in de hierboven aangehaalde Heerlense kwestie. Het legessysteem is rijp voor verandering.

Mr.drs. C.J.M. Stubenrouch, advocaat bij De Jonge Advocaten, Rotterdam

Reageer op dit artikel