artikel

Bouwpraktijk lijkt niet op prachtige verhalen

bouwbreed Premium

Bouwpraktijk lijkt niet op prachtige verhalen

Vernieuwing en optimisme in de architectuur en belangstelling voor sfeer, empathie en mededogen voor de gebruiker. Jan den Boer is enthousiast over de theorie, maar teleurgesteld in de vormgeving van de gebouwde resultaten.

In dit artikel wil ik drie visies op architectuur naast elkaar zetten:

1) Het is crisis, het gaat slecht in de bouw, architectenbureaus, projectontwikkelaars en aannemers gaan failliet en de overheid doet maar niets.

2) Het aantal architectenbureaus is tussen 2007 en 2012 bijna verdubbeld van 3035 naar 5220. De nieuwe bureaus gaan voor kwaliteit in plaats van kwantiteit, laten het kapitalisme los, kiezen voor gemeenschappelijkheid en nieuwe waarden. Ze nemen zelf verantwoordelijkheid en nemen daarin de overheid mee.

3) Architectonische kwaliteit kun je niet bedenken, dat moet je voelen. Het gaat erom of je geraakt wordt en een woord hiervoor is sfeer. Het begrip sfeer overbrugt de kloof tussen experts en leken. Begrippen als empathie en mededogen staan centraal.

Nu verschillende indicatoren over economie en maatschappij weer licht positieve signalen geven, is het interessant om nieuwe positieve verhalen over architectuur te vertellen. Het tweede verhaal hierboven wordt beschreven in het boek ‘Reactivate’ van Indira van ‘t Klooster. Zij beschrijft de bewegingen van de afgelopen jaren en hoe die praktisch vorm krijgen bij vernieuwende jonge architectenbureaus. De rode draad is een tegenwicht tegen het doorgeslagen kapitalisme en tegen een materialistische levenshouding zonder zingeving. Natuurlijk moet er geld verdiend worden, maar dat staat bij veel bureaus niet primair. Men gaat op zoek naar nieuwe waarden die gaan over verbinding, sfeer, creativiteit en gemeenschap. Het creëren hiervan geeft een heel ander soort rijkdom dan het grote geld. Het is die rijkdom waaruit een soort optimisme straalt die verfrissend is in een tijd waarin veel mensen vooral een beeld schetsen dat het slecht gaat in de bouw.

Op deze manier krijgen volgens Van ‘t Klooster oude, tijdloze waarden van de architectuur opnieuw betekenis. Het bureau Fabric bijvoorbeeld creëert ruimtelijke condities voor coalities van opdrachtgevers. Zij geloven dat ruimtelijke kwaliteit ontstaat als vastgoedontwikkeling niet een doel is maar een middel.

Het derde verhaal dat hierboven wordt beschreven gaat over een heel ander soort vernieuwing in de architectuur. Het nieuwe nummer van het tijdschrift Oase gaat over sfeer in de architectuur. Twee leidende figuren op dit gebied zijn de Finse architect Juhani Pallasmaa en de Zwitserse architect Peter Zumthor. Ook bij hun gaat het niet om de snelle productie en het snelle geld, maar om een traag ontwerpen, bij voorkeur nog zonder de computer. En vooral in overleg met de opdrachtgever en de gebruiker. Het bouwen van sfeer gaat over intuïtie en gevoel, je kunt het niet definiëren en niet onderwijzen met rationele kennis. Het gaat om oefenen en ervaren.

Het zijn prachtige verhalen over vernieuwing in de architectuur. Maar wat zien we hiervan in de vormgeving van onze gebouwde omgeving, als we de verhalen erachter niet kennen? De beelden in Reactivate en in Oase zijn eerlijk gezegd voor mij teleurstellend. Toch vooral architectuur in het bekende modernistische idioom, strak, functioneel en veel beton, staal en glas. Een voorbeeld uit Oase is de nieuwe Stadshal in Gent. De beschrijving hiervan vervalt weer in wat ik toch intellectuele prietpraat zou willen noemen: ‘De Stadshal maakt zeker dingen onmogelijk, en vele activiteiten minstens moeilijk.’ Maar: “Opeens begreep ik waarom ze, zonder enige functie, in weerwil van elke architectonische wijsheid, zo mooi is.”

Ik was enige tijd geleden in Gent, en ik vond het afschuwelijk. Zoals de grijze foto in Oase ook duidelijk laat zien: de enorme kale betonnen kolommen waarop de Stadshal staat, geven op ooghoogte een sfeer die ik alvast op deze plek niet wil voelen, en ontnemen het zicht op de prachtige monumentale bebouwing rondom het plein.

Het lijkt erop dat ook de vernieuwing in de architectuur nog steeds in het oude paradigma van het modernisme vastzit, onder invloed van de machtmechanismes zoals ik die in mijn boek ‘De stad is van iedereen’ beschrijf. Op een vergelijkbare manier beschrijft Bernard Hulsman dat ook in zijn nieuwe boek Double Dutch, in goed Nederlands: veel architectuurtaal blijkt uiteindelijk koeterwaals als je de resultaten ziet.

Drs.ir. Jan den Boer, stedenbouwkundige

Publiceerde het boek De stad is van iedereen, over macht en schoonheid in architectuur. OASE, Sfeer Bouwen, NAi010, Rotterdam, 2013 Indira van ‘t Klooster, Reactivate, TrancityxValiz, 2013.

Reageer op dit artikel