artikel

REACH stap vooruit, nog wel problemen

bouwbreed

REACH stap vooruit, nog wel problemen

De Europese regels voor veiliger gebruik van chemische stoffen op het werk hebben bij producenten voor ophef gezorgd. Toch zijn de regels een stap vooruit. Maar er zijn ook problemen, weet Jan Warning.

Dat de werknemer bij contact met asbest meteen het werk moet neerleggen is bekend. De binnenschilder beseft dat hij bij gebruik van oplosmiddelhoudende verf ernstige hersenbeschadiging kan oplopen. En waarschijnlijk is ook de dakdekker er zich van bewust dat hij dakpannen beter kan knippen dan zagen, want anders komt er schadelijk kwartsstof vrij.

Veel producten en materialen in de bedrijfstak zijn gevaarlijk als er niet de juiste beheersmaatregelen worden getroffen. Toch is het voor bedrijven niet eenvoudig om over de hele linie een goed beleid te voeren. Gevaren herkennen van stoffen is werk van specialisten. De noodzaak voor een aanpak wordt niet altijd gevoeld, want de gevolgen openbaren zich vaak op lange termijn. Enkele jaren geleden is er binnen de EU besloten tot nieuwe regelgeving, onder de naam REACH (Registratie, Evaluatie en Autorisatie van CHemische stoffen). Volgens de nieuwe regels heeft de producent of importeur de plicht om informatie over de gevaren van de stof, vastgelegd in een uitgebreid veiligheidsinformatieblad, aan de eindgebruiker door te geven.

De Europese regels hebben bij producenten de nodige ophef veroorzaakt. Het zou leiden tot stapels papier die niemand leest. Maar ook de eindgebruiker, het bouwbedrijf, krijgt nieuwe verplichtingen. Het bouwbedrijf moet de nieuwe informatie over chemische stoffen en producten verwerken in het arbobeleid en maatregelen nemen zoals beschreven door de leverancier. In andere sectoren is de Inspectiedienst SZW (de vroegere Arbeidsinspectie) al bezig om bedrijven hierop te inspecteren. In veel opzichten is REACH een stap vooruit in het streven naar een veiliger gebruik van stoffen op het werk. Het is een verbetering dat de leverancier moet bewijzen of en hoe de stof veilig gebruikt kan worden. Maar er zijn ook problemen. Voor kleine toepassingen kan het commercieel oninteressant zijn om al het onderzoek te doen dat nodig is voor een beschrijving. Ook hebben fabrikanten of importeurs niet altijd zicht op de toepassingen van hun producten in de praktijk. Dat leidt ertoe dat de informatie in het veiligheidsinformatieblad onvolledig is.

Zo heeft Arbouw onlangs de informatie van de leverancier voor het aanbrengen van een gangbaar bouwproduct beoordeeld. In een overleg met een aantal leveranciers en eindgebruikers is de informatie vergeleken met de gangbare praktijk in Nederland. Drie van de negen werkwijzen stonden niet in het veiligheidsinformatieblad. En een werkwijze die wél stond beschreven komt volgens de eindgebruikers niet voor in Nederland. Aangezien stoffen alleen mogen worden gebruikt zoals beschreven in de informatie van de leverancier, beperkt dit de toepassingen van stoffen.

Een ander probleem is de omvang van de informatie. Van een eenvoudige stof als terpentine telt het informatieblad meer dan honderd pagina’s. Vaak is de informatie geschreven in technisch termen die voor de eindgebruiker zeer moeilijk te doorgronden zijn. Om bedrijven in de bouwnijverheid te ondersteunen heeft het bestuur van Arbouw in juni besloten om bestaande informatiebronnen af te stemmen op de nieuwe regelgeving.

De bedrijfstak beschikt op dit moment al over PISA, een informatiesysteem voor gevaarlijke stoffen. Met dit programma kan de werkgever een toxische stoffenregister onderhouden en zijn werknemers voorlichten over de risico’s van deze stoffen. PISA zal geschikt worden gemaakt om de omvangrijke informatiebladen van de leverancier om te zetten naar een bondige en begrijpelijke werkinstructie op één A4’tje per stof. Door administratieve aanpassingen in PISA kan een werkgever ervoor zorgen dat zijn administratie voldoet aan de nieuwe regels. En in het geval dat een in de branche gangbare werkwijze niet in het informatieblad is opgenomen, kan Arbouw aan de leverancier vragen om deze werkwijze alsnog op te nemen.

Het motto van werkgevers- en werknemersorganisaties in het bestuur van Arbouw was: Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker. Europese regelgeving wordt beter hanteerbaar voor bedrijven. Ook mag worden verwacht dat nieuwe maatregelen bijdragen aan een veiliger werkplek. In 2018 moet de Europese regelgeving volledig zijn ingevoerd en zal blijken of deze opzet geslaagd is.

Jan Warning, Directeur Arbouw

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels