artikel

Aantonen van financiële kracht

bouwbreed

Voor nieuwe en na een faillissement doorstartende ondernemingen maken de aan de financiële en economische draagkracht gestelde eisen een precair deel van de aanbestedingsdocumenten uit. In hoeverre een onderneming daaraan kan voldoen hangt af van de exacte formulering van deze eisen, waaronder de vereiste over te leggen bescheiden. Dat bleek onlangs weer uit twee uitspraken.

In de eerste uitspraak (LJN BZ6094) overwoog de rechter dat uit de op die aanbesteding van toepassing zijnde ARW 2005 volgde dat een inschrijver die nog niet lang (genoeg) bestaat om aan voorgeschreven omzeteisen over de gehele periode te voldoen, de mogelijkheid heeft om op andere wijze aan te tonen dat deze aan de omzeteisen voldoet. Dit naar aanleiding van de gestelde eis aan de gemiddelde omzet over de laatste drie boekjaren, terwijl de (doorstartende) onderneming pas vanaf 16 november 2011 bestond. De rechter oordeelde dat uit de wel ter beschikking gestelde stukken over 2011 en 2012 de onderneming had aangetoond toch aan die omzeteis te hebben voldaan.

In een andere zaak (LJN BZ 9202) kwam de rechter tot de conclusie dat van een besloten vennootschap in oprichting de jaarstukken van 2011 en 2012, alsmede een verklaring van de belastingadviseur niet volstonden. Voorgeschreven was dat de inschrijver aannemelijk diende te maken dat hij beschikte over voldoende economische draagkracht om de opdracht zonder financiële risico’s voor de opdrachtgever tot een goed einde te brengen. Daarbij dienden de jaarverslagen en de jaarrekeningen van de afgelopen drie boekjaren te worden overgelegd. Ook was er een vangnetregeling, inhoudende dat indien om gegronde reden de inschrijver niet in staat was de jaarverslagen en jaarrekeningen te overleggen, andere door de opdrachtgever geschikt geachte documenten mochten worden overgelegd om zijn economische draagkracht aan te tonen. De rechter constateerde dat de vereiste stukken over de laatste drie jaren niet waren overgelegd en er evenmin een beroep op de vangnetbepaling was gedaan. Hierdoor was volgens de rechter niet voldaan aan deze eis en diende de inschrijver van deelname te worden uitgesloten.

De twee uitspraken illustreren dat wanneer de documenten over de genoemde boekjaren niet kunnen worden overgelegd, dat niet altijd behoeft te leiden tot uitsluiting. Wel is het aan te raden om wanneer met zoveel woorden de jaarstukken over een genoemde periode dienen te worden overgelegd, zeker bij een vangnetregeling, zo vroeg mogelijk, bijvoorbeeld bij de nota van inlichtingen, aan de opdrachtgever te verzoeken op welke wijze aangetoond kan worden dat aan de gestelde economische eisen is voldaan.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels