artikel

Van eigen domeinen naar gezamenlijke inspanning

bouwbreed

Jeroen Hutten schreef het eerste boek over gebiedsontwikkeling dat verscheen als e-book: Startgebruikers. Robbert Coops en Bert Wolting lazen het.

In Startgebruikers staat de eindgebruiker van het proces dat tot gebiedsontwikkeling moet leiden centraal. Een opmerkelijke en ook weer logische keuze voor een speler die we voor de vastgoedcrisis uit het oog verloren hebben, maar die nu zowel als initiatiefnemer als eindgebruiker een centrale rol moet gaan vervullen. Geen ketenomkering, maar evenwicht tussen de drie verschillende rollen in gebiedsontwikkeling: de publieke, de private en de particuliere rol. Geen ketenomkering maar ketensluiting, dat is de lijn in het eind vorig jaar verschenen e-book van Jeroen Hutten. Een actuele benadering, gekoppeld aan een kritisch oordeel.

Het eerste hoofdstuk schetst waarom kapitaalstromen opdrogen en welke invloed dat heeft op gebiedsontwikkeling. Er wordt een gerichte oproep gedaan om vooral zelf met bijdragen of voorbeelden te komen van gebiedsontwikkeling die niet door geld worden gedomineerd.

In het volgende hoofdstuk wordt de oncontroleerbare, onbeheersbare en onvoorspelbare dynamiek van het veranderingsproces bij gebiedsontwikkeling geschetst. Ook komt de vraag aan de orde of er ook een model te schetsen valt dat de dynamiek van veranderingsprocessen niet per se beheerst, controleert of voorspelt, maar wel helpt de grillige verschijningsvorm ervan te herkennen? Zo’n model moet dus zowel de eigen sturing, de samen- of tegenwerking van andere actoren, als ook de context kunnen schetsen. Professor Geert Teisman, net als Hutten een initiatiefnemer van NederLandBovenWater, heeft de elementen die de uitkomst van een proces beïnvloeden in een formule samengevat: R=0,3A + 0,4I + 0,3E. Ofwel het resultaat (R) van een proces wordt voor 30 procent+ bepaald door eigen acties, voor 40 procent door de rijkheid van de interacties (I) en voor 30 procent door de gebeurtenissen (E). Deze interessante formule die te denken geeft over de door onszelf bereikte resultaten, wilden we de Cobouwlezer niet onthouden. In een videopresentatie presenteer Hutten een daarop gebaseerd model: hoe het toeval je kan toevallen. Het model blijkt uitstekend geschikte te zijn om te reflecteren op complexe processen.

Civil society

H et derde hoofdstuk schetst de sterk verander(en)de rol van de (project)ontwikkelaar. Naast publieke partners, zoals gemeenten, die nog slechts een faciliterende rol vervullen en private partijen die zich terugtrekken, is er een onderstroom waarneembaar in de richting van een civil society waar zelfsturing door burgers een belangrijke rol speelt. Ketenomkering vraagt echter om werkelijk andere rollen en verantwoordelijkheden. Het vraagt van publieke en private partijen vooral de eindgebruiker als startgebruiker nu eindelijk eens serieus te nemen. In het slothoofdstuk staat centraal wat partijen moeten doen om in onderlinge samenhang gebiedsontwikkeling robuust vorm te geven. Het serieus en vanaf de start betrekken van de startgebruiker is het meest fundamentele verschil met de gebiedsontwikkeling van weleer. Het blijkt de sleutel tot een vitaal proces voor gebiedsontwikkeling.

Het boek van Hutten is soms wat filosofisch en ideologisch en (al te) optimistisch over duurzaamheid. Het confronteert de lezer met de oude niet meer werkende praktijk van gebiedsontwikkeling en haalt een ferme streep door verouderde principes en opvattingen. Vooral de publieke sector moet fundamenteel veranderen. Wat mag kan niet meer verward worden met wat moet. Dat doodt immers het eigen initiatief van startgebruikers. Ook ontwikkelaars en corporaties die het verschil tussen voor en met consumenten nadenken over de nieuwe leefomgeving niet snappen, zijn nog lang niet klaar voor de nieuwe realiteit. In een vraaggerichte markt moet je je klanten immers goed kennen. Het is juist in deze tijden van schaarste nu een uitdaging om een project in één keer goed te ontwikkelen en te realiseren. De conclusie van het boek is dat met omkering van eindgebruik naar startgebruik de aandacht verschuift van: niet kunnen naar wel willen, van eindbeeld naar start, van eigen domeinen naar gezamenlijke inspanning, van gokken naar in één keer goed, van aanbod naar vraag en van eindgebruiker naar startgebruiker. Dat lijkt een welhaast onoverkomelijke horde aan samenhangende ketenveranderingen, die plotsklaps genomen moet worden. Maar gelukkig is de beleidspraktijk in dat opzicht al redelijk opgeschoven en veranderd.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels