artikel

Stabiliteit

bouwbreed

Stabiliteit

Stabiliteit is een woord waar we eigenlijk niet van houden. Dynamiek. Verandering. Vernieuwing. Uitdaging. Ambitie. Dat zijn de toverwoorden van onze tijd.

Ik heb het niet onderzocht, maar ik vermoed dat de toverwoorden een positieve betekenis hebben en stabiliteit een negatieve. Waar denken we immers aan als iemand zegt, dat is ‘een stabiele organisatie’? Of dat is ‘stabiel beleid’? Vast aan iets sufs! Een ‘stabiele koers’, dat klinkt al een stuk positiever.

Wie de macro-economische cijfers dag in dag uit voorbij hoort komen, weet dat dit decennium de geschiedenisboeken in zal gaan als een periode van teruggang, van krimp. Iedereen hoopt dat het dieptepunt snel is bereikt. Of het nu om de koopwoningmarkt, de werkgelegenheid of de staatsschuld gaat, dat maakt niet uit. Merkwaardig genoeg verwacht (vrijwel) iedereen dat er daarna ‘herstel’ zal zijn.

Lichte groei, die leidt tot ‘herstel’ van consumentenvertrouwen en daarmee tot verdere groei. En dan kunnen de toverwoorden daar als sausje weer over heen. Maar wat als het dieptepunt de rest van het decennium niet wordt gevolgd door groei? Dan ontstaat een min of meer stabiele situatie. Een economie die zichzelf reproduceert op hetzelfde niveau.

Is dat erg? Ik denk dat we er geen boterham minder om zullen eten, maar wel erg op zoek moeten naar de betekenis en consequenties van die stabiliteit. We zijn immers allemaal opgegroeid met het frame van ‘vooruitgang’. Een steeds betere baan met een steeds hoger inkomen en met steeds meer consumptiemogelijkheden. Die betere baan zal er altijd blijven, maar dat hogere inkomen? En die grotere consumptie? Ik ben een optimist (op het gevaarlijke af, zelfs) maar het kan geen kwaad meer met elkaar na te denken over stabiliteit in plaats van herstel.

Lenny Vulperhorst, Adviseur Andersson Elffers Felix Utrecht

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels