artikel

Ontwerpgesprek tegen slechte architec tuur

bouwbreed

Veel hedendaagse architectuur is matig van kwaliteit. Hoe kan een filosofisch ontwerpgesprek verhelderen wat er misgaat? Jan den Boer denkt mee maar mist de beelden in het gevoel.

Elk gebouw is uiteindelijk het resultaat van een groot aantal ontwerpbeslissingen. Hoe kun je die ontwerpbeslissingen bewust maken? Dat is de vraag die kunsthistoricus en docent filosofie aan de TU Eindhoven Jacob Voorthuis zich stelt in het boek ‘Het ontwerpgesprek, een filosofie van het ontwerpen’. Het boek komt onder meer voort uit zijn “onvrede over de doorgaans halfslachtige en zoutloze inrichting van onze gebouwde omgeving ingegeven door onhoudbare ficties die het ontwerpen disciplineren.” Als je dus wilt weten waarom onze gebouwde omgeving zo zouteloos en halfslachtig is, zul je je moeten verdiepen in die onhoudbare ficties, zelfs al ben je niet zo filosofisch ingesteld.

Wat zijn nu die ficties? Er zijn nogal wat architecten die de woorden smaak, mooi en lelijk en schoonheid niet willen gebruiken. Op de TU in Delft waren die woorden in mijn studietijd min of meer taboe. Voorthuis vindt juist dat smaak en schoonheid behoren tot kern van de problematiek van het ontwerpen.

Veel architecten zien zichzelf als een autonoom kunstenaar. Voorthuis vindt dat een gebouw die de gemeenschap dient op dezelfde manier ontworpen wordt als een samenleving of gemeenschap. In gesprek met die samenleving of die gemeenschap.

Je positie als ontwerper in deze vragen is heel bepalend in het uiteindelijke resultaat, het gebouw of het stadsdeel waar mensen decennialang in verblijven. De centrale vraag die Voorthuis stelt, is wat jouw rechtvaardiging is van het ontwerp. Maak je iets moois in dienst van de samenleving, of provoceer je als autonoom kunstenaar? Daarin zit volgens Voorthuis het vraagstuk van de expertise. Geef je mensen ‘wat ze willen’ of ‘voed je ze op?’

Voorthuis gaat die vraag niet zozeer beantwoorden, maar onderzoekt wat de onderliggende vraag is. En die gaat met name over vrijheid. De positie van het opvoeden herkent hij in de filosofie van Plato. Deze vindt dat de heersende elite de wijsheid heeft, en de mensen haar regels en beslissingen moeten accepteren en naleven. Ook architecten kunnen zich soms op deze elitaire wijze gedragen. Maar Voorthuis stelt dat deze elitaire en utopische manier van opvoeden gedoemd is tot mislukken. De mens wil vrij zijn. Voorthuis kan zich dan ook meer vinden in de visie van Aristoteles. Deze definieert de stad als een plek waar het eenvoudigweg goed toeven is. “Wilt u een goede stad? Bouw er dan één waar mensen graag willen zijn en waar hun getoond wordt hoe een mens goed mensen kan.”

Voorthuis’ methode om deze stad te realiseren is dan het ontwerpgesprek. Volgens hem is er is geen natuurlijke brug tussen denken en doen, en die kloof moet overbrugd worden door dit ontwerpgesprek. Het boek biedt daarin zeker een waardevolle oefening in het denken. Maar daarin zit tegelijkertijd ook iets van de zwakte. Want stel dat die natuurlijke brug tussen denken en doen er wel is? Dan stelt hij in het begin van zijn boek al de verkeerde vraag.

Oefening

Enige tijd geleden had ik een interview met architect Ashok Bhalotra. Hij vertelde: “Soms komt een architect met een prachtig ontwerp, maar niet met het juiste verhaal. Hij probeert het dan te rationaliseren. Ik stel dan voor dat hij verder niets zegt. Schoonheid komt uit jezelf, niet uit de mythe van de ratio.”

Schoonheid is een gevoel, en moeilijk onder woorden te brengen. Vandaar de stilte. In die stilte, en dat gevoel kan juist die natuurlijke brug tussen denken en doen ontstaan. En dat gevoel vraagt heel veel oefening. Niet alleen de oefening in het denken, maar vooral de training van het gevoel van schoonheid. En dat kan niet alleen in tekst. Voorthuis schrijft dat architectuur zich pas in zijn volle vermogen toont in voorbeelden.

En die voorbeelden ontbreken juist in dit boek. Aan het einde van zijn boek schrijft hij dat architectuur altijd onderwijzend én onderzoekend moet zijn. Maar dat kan in architectuur nooit alleen in taal zijn, en de beelden en het gevoel ontbreken in dit boek.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels