artikel

Geen stad zonder hart

bouwbreed

Dit jaar wordt het jaar van de leegstaande winkels en verschralende binnensteden. De situatie is ernstig. Overheden doen er te weinig aan, vinden C. Pen en D. Melenhorst. In Overijssel is het bedrijfsleven opgestaan om maatregelen te treffen.

Niet alleen in krimpregio’s, maar ook in bijvoorbeeld Zuidoost Brabant, Overijssel en de Zuidvleugel van de Randstad staat volgens adviesbureau Locatus binnenkort meer dan 10 procent leeg. Hiernaast neemt het aantal faillissementen toe, het aantal vestigingen (huisinrichting, witgoed- en speciaalzaken) neemt af, evenals de omzet in non-food en er is een forse concurrentie als gevolg van het webwinkelen. Binnensteden staan onder grote druk en straten worden stiller en stiller. Dit terwijl een drukke en diverse binnenstad een belangrijke graadmeter is voor de vitaliteit en de aantrekkelijkheid van de stad. Een stad zonder hart is immers geen stad.

Je zou dan ook denken dat overheden alles op alles zetten de binnenstad te versterken, maar dit blijkt niet het geval. Om te voorkomen dat de waarde van een binnenstad ernstig onder druk komt te staan moet je zorgen voor vernieuwing, nieuwbouw, herontwikkeling, transformatie en vooral een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte. Kwaliteit zorgt voor waardebehoud en winkelend publiek vindt dit prettig.

Schokkend

Het is echter ronduit schokkend te zien dat we maar blijven doorgaan met ontwikkelingen aan de randen van de stad. Vaak zet men ook nog eens in op non-food, terwijl de omzet hier krimpt. Voor gemeenten zijn de korte termijn begrotingsproblemen blijkbaar zo groot dat grondinkomsten door het verkopen van ‘weiland’ belangrijker zijn dan het hart van je stad. Vaak wordt ook nog als window dressing geschemerd met banen, terwijl we weten dat je op zijn best vooral banen verplaatst in de regio. Gemeenten blijven ondanks alle steeds zichtbaar wordende gaten in de binnenstad hardnekkig (prestige)projecten aan de randen van de stad omarmen. Ze voegen met het grootste gemak nieuwe winkelmeters toe. We roepen gemeenten op niet langer het pad van grondinkomsten, maar hun stadshart te volgen. Dit blijkt de afgelopen tijd echter keer op keer een loze oproep.

Daarom kijken we logischerwijs steeds meer naar de provincies, maar de wil tot acteren is bij provinciebestuurders helaas flinterdun. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant gaven het goede voorbeeld en hebben begin 2013 aangegeven samen met gemeenten om de tafel te willen tot regionale afstemming voor detailhandel. Dat is in ieder geval een begin.

In de provincie Overijssel is het bedrijfsleven opgestaan. Werkgevers en werknemers, verenigd in SER Overijssel, zijn dermate bezorgd over de huidige situatie van de Overijsselse detailhandel dat zij het urgent achten dat de provincie de regie gaat voeren op regionaal niveau. Volgens het bedrijfsleven moet de provincie veel restrictiever optreden ten opzichte van nieuwe ontwikkelingen. Ondanks het feit dat Overijssel een beduidend hoger leegstandspercentage kent dan landelijk, en dat dit percentage ook nog eens veel sterker oploopt dan landelijk, hebben diverse gemeenten nog veel nieuwbouwplannen. Als de winkelmeters van alle bekend zijnde projectplannen in Overijssel worden opgeteld en de voorgenomen sloop daarvan wordt afgetrokken, komt dit neer op een mogelijke uitbreiding van het winkelaanbod met zo’n 140.000 vierkante meter winkelvloeroppervlak!

Koploper leegstand in Overijssel is Almelo met meer dan 14 procent leegstand.Tegelijkertijd ziet deze gemeente voldoende ruimte om in een nieuw Heracles-stadion 11.000 vierkante meter detailhandel toe te voegen en zijn er plannen voor een factory outlet center (Almelo Nouveau) van 8000 vierkante meter. De gemeente Steenwijkerland heeft vorige week de bouwvergunning verleent voor een ‘hypermarkt’ van liefst 30.000 vierkante meter (!) pal aan de A32 en de gemeente Hengelo ziet ondanks de bovengemiddelde leegstand ruimte voor ruim 35.000 nieuwbouwmeters (Lange Wemen, Hart van Zuid en plein Westermaat III). Ook in andere regio’s gaat men maar door.

Doorzettingskracht

Het bureau stedelijke planning heeft uitgerekend dat er zelfs in de Amsterdamse regio tot 2020 maar ruimte is voor 80.000 vierkante meter. Toch komt er een factory outlet in Halfweg van (25.000 meter) en gaat Almere Poort voor 35.000 vierkante meter.

Het advies van SER Overijssel ligt inmiddels bij de landelijke ‘winkeltop’ (MKB, brancheorganisaties, beleggers, banken en ministerie I&M) als voorbeeld op tafel hoe provinciaal optreden er idealiter uit moet zien. De provincie blijft ondertussen de detailhandel als ‘primair gemeentelijk’ beschouwen. De Overijssels gedeputeerde Rietkerk zei januari jl. op het jaarlijkse Neprom-congres dat de provinciale overheid op de winkelmarkt steeds scherper zal moeten ingrijpen. Hij vindt dat nu ‘de regie moet worden gepakt’ voor de winkelmarkt en dat elke provincie de doorzettingskracht moet hebben om ongewenste winkelontwikkelingen te voorkomen. Woorden naar ons hart. Nu ook de daden, niet alleen in Overijssel, maar in elke provincie.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels