artikel

Verzwaarde motiveringsplicht

bouwbreed Premium

Verzwaarde motiveringsplicht

Bij tussenvonnis is door arbiters bepaald dat bij aannemer een verzwaarde motiveringsplicht ligt. Dit wil zeggen dat aannemer geobjectiveerd, per meer- en minderwerkpost afwijkingen tussen het bedrag van de offerte en het bedrag dat in rekening gebracht is concreet dient te onderbouwen. De vraag die in het hieronder besproken eindvonnis aan de orde komt is: heeft aannemer voldaan aan deze verzwaarde motiveringsplicht? (RvA 14 oktober 2013, No. 32.983).

Het gaat om een bedrag aan meerwerk van 300.000 euro. Aannemer heeft opdrachtgever mogelijk opzettelijk onjuist geïnformeerd. Opdrachtgever heeft een opdracht gegeven voor werkzaamheden voor een hogere prijs dan waartoe opdrachtgever opdracht zou hebben gegeven indien opdrachtgever een juiste voorstelling van zaken gehad zou hebben (een offerte met de correcte – lagere – prijs). Aannemer moet eventuele afwijkingen tussen het bedrag van de offerte en het bedrag dat in rekening is gebracht concreet onderbouwen.

Aannemer volstaat vervolgens met een betoog waarin hij de conclusie trekt dat arbiters in het tussenvonnis ten onrechte hebben geoordeeld dat op hem een verzwaarde motiveringsplicht rust en dat er geen sprake van is dat aannemer door bedrog en/of misbruik van omstandigheden opdrachtgever heeft bewogen tot het aangaan van enige meerwerkafspraak. En dat om die reden de nadere onderbouwing van al het meer- en minderwerk op de wijze als in het tussenvonnis omschreven in redelijkheid niet van aannemer kan worden verwacht, ook niet in verband met de daarmee volgens aannemer gepaard gaande zeer hoge kosten. Alleen indien het scheidsgerecht van oordeel is dat dit betoog van aannemer niet opgaat biedt aannemer alsnog de aan hem verzochte nadere onderbouwing aan.

Arbiters overwegen dat dit in feite neerkomt op een verkapt hoger beroep tegen eindbeslissingen in het tussenvonnis. Dit kan pas tijdens een hoger beroep tegen het te wijzen eindvonnis aan de orde komen, aldus arbiters.

Omdat aannemer geen gebruik heeft gemaakt van de door arbiters geboden mogelijkheid al zijn meer- en minderwerk nader te onderbouwen, en arbiters het in strijd met de goede procesorde achten aannemer alsnog daartoe toe te laten, wijzen arbiters het door hem gevorderde bedrag ter zake van het meerwerk af.

Mr. Natasja van Wijk-van Gilst, instituut voor Bouwrecht, www.ibr.nl/actueel

Reageer op dit artikel