artikel

Bestuurders schuldig aan verliesprojecten?

bouwbreed

Bestuurders schuldig aan verliesprojecten?

Gemeentelijke grondbedrijven hebben de afgelopen jaren honderden miljoenen euro moeten afboeken. De verliezen kunnen nog verder oplopen. Hoe hebben bestuurders dat toch zo onhandig kunnen doen? Het heeft weinig zin om over de schuldvraag te discussiëren, vindt Norbert van Doorn.

Het is alweer meer dan tien jaar geleden dat we met alle betrokkenen een stedelijk uitbreidingsproject in Noord-Holland evalueerden. Een groot nieuw gebied met duizenden woningen was bijna opgeleverd. De verkoop was een succes. De nieuwe wijk zag er goed uit. De bewoners waren gelukkig met hun nieuwe huis en buurt. De ontwikkelaars en bouwers hadden goede zaken gedaan. De wethouder was trots. Maar de politiek was in rep en roer. Hoe had dit toch allemaal kunnen gebeuren? Die marktpartijen hadden toch wel erg veel geld verdiend. En de gemeente, die het allemaal mogelijk had gemaakt, was er financieel niet beter van geworden. Of de verantwoordelijke bestuurders hun conclusie wilden trekken. Een terechte vraag?

Bij het evalueren van het project is begonnen met het terughalen van de uitgangspunten zoals die bij de start van het project, begin jaren negentig, waren gekozen. Interessant was dat dezelfde politiek die nu zulke business wisevragen stelde, toen vooral terughoudend was ten aanzien van het nemen van ontwikkelrisico’s. Misschien wel op grond van de wijsheid uit de jaren tachtig was de stelling dat de gemeente voorwaarden voor ontwikkelingen moest scheppen en dat marktrisico’s gedragen moesten worden door marktpartijen. De gemeente was toch immers geen ontwikkelaar of belegger? En ‘ondernemen’ met overheidsgeld, dat kon toch niet?

Aldus het project evaluerend kon gezamenlijk de conclusie worden getrokken dat het project, ook vanuit bestuurlijk en politiek oogpunt, meer dan geslaagd was. De uitgangspunten waren keurig gevolgd: de gemeente had zonder risico te lopen een fantastische gebiedsontwikkeling gerealiseerd. En de markt had gewoon zijn werk gedaan. Kou uit de lucht. Iedereen tevreden.

Wat kunnen we in de huidige tijd van die projectevaluatie leren? In de achterliggende twintig jaar zijn vaak heel andere beslissingen genomen. Op de vleugels van de almaar groeiende markt waagden steeds meer gemeenten de stap naar risicodragende participatie in hun eigen uitbreidingsprojecten. Ze deden dat onder druk van de politiek, die de smaak van publiek-private samenwerking en ‘publiek ondernemerschap’ steeds meer te pakken kreeg. Maar gemeenten werden daarin ook gestimuleerd door marktpartijen die heel goed begrepen dat gemeenten ook in hun publieke taken wat meer hun best zouden doen om projecten te bespoedigen, als ze zelf ook financieel participeerden.

Maar ook nu wordt er geklaagd over hoe het met veel van die ontwikkelingsprojecten dreigt af te lopen. Bestuurders worden door de politiek op het matje geroepen. Nu omdat er verliezen moeten worden genomen, of beloofde opbrengsten afgeboekt. Hoe hebben die bestuurders dat toch zo onhandig kunnen doen?, lijkt de vraag. Net als tien jaar geleden is het verstandig om die vraag te beantwoorden met een zorgvuldige projectevaluatie, met oog voor de uitgangspunten die bij de start zijn gekozen. Dan blijkt meestal dat het helemaal geen zin heeft om te discussiëren over de schuldvraag. Het is beter is om, aan de hand van de ervaring in zo’n (bijna) afgerond project, nog eens goed na te denken over de echte vraagstukken die ook voor de toekomst relevant zijn. Bijvoorbeeld over de taakopvatting van gemeenten in ruimtelijke projecten. Of over de samenwerking tussen overheid en markt, maar ook over de scheiding van hun rollen. Wat zou het mooi zijn om daar samen iets van te vinden, los van de op dat moment modieuze politieke opvattingen. Dat zou echt helpen om in de toekomst niet collectief in dezelfde valkuilen te blijven lopen.

Norbert van Doorn, voorzitter Raad van Advies Bouwregienetwerk.nl, Partner Procap Adviseurs en Projectmanagers  

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels