artikel

‘Uitzicht wordt nogal eens vergeten bij ontwerp’

bouwbreed

Een raam laat niet alleen daglicht binnen, maar biedt ook een blik op de buitenwereld. Uitzicht heeft volgens bouwkundige Hester Hellinga een veel grotere invloed op beleving van ruimtes en gebouwen dan ontwerpers zich vaak realiseren.

Voor het onderzoek waarop Hellinga vorige week promoveerde aan de TU Delft ontwikkelde ze een methode om de kwaliteit van het uitzicht uit te drukken in een objectief rapportcijfer. Op basis van literatuuronderzoek had ze al snel in de smiezen dat uitzicht op natuur bijna altijd meer wordt gewaardeerd dan uitzicht op bebouwing. Daarnaast stellen mensen prijs op dynamiek en beweging in hun blikveld.

Om tot een schaal te komen om de verschillen in te kunnen uitdrukken legde Hellinga proefpersonen foto’s voor van 23 verschillende uitzichten. Daarbij ging het haar erom onderscheid te kunnen maken tussen bijvoorbeeld uitzicht op een blinde muur, een installatie op het dak van een buurman, een parkeerplaats en andere typische beelden die veel voorkomen bij kantoor- en werkomgevingen. Op basis van die enquêtes kwam ze tot een schaal van 0 tot 11. Dat lijkt een onhandige verdeling in een wereld die het tientallig stelsel heeft omarmd, maar ze had behoefte aan voldoende verfijning, zonder haar toevlucht te hoeven nemen tot decimalen. “Want dan krijg je weer veel te veel onderscheid en krijg je uitzichten geklasseerd als 8,4 of 7,6. Dat suggereert nauwkeurigheden die je niet kan waarmaken.”

Hellinga paste bestaande daglichtberekeningsmodellen aan, zodat die gecombineerd kunnen worden met haar nieuwe beoordelingsmethode tot de D&V (Daylight & View) analysemethode. Hierdoor kan de invloed van verschillende raamontwerpen op zowel de daglichttoetreding als het uitzicht naar buiten gelijktijdig worden onderzocht. Daaruit kwam onder andere naar voren dat verblinding door daglicht door gebruikers als minder hinderlijk evaren wordt, wanneer het raam waardoor dat licht naar binnen valt wel mooi uitzicht biedt.

Uitzicht op de omgeving wordt tot verbazing van de jonge doctor zelden meegenomen bij het ontwerp van gebouwen. “Meestal gebeurt dat met het argument dat je als bouwer geen invloed hebt op de omgeving. Maar er is wel degelijk iets te doen aan de manier waarop je naar die omgeving kijkt”, stelt Hellinga daar tegenover. Niet voor niets onderzocht ze ook het uitzicht vanaf verschillende kamers en verschillende verdiepingen in hetzelfde gebouw.

Het vreemde is volgens Hellinga dat gevels eigenlijk altijd van buiten naar binnen worden ontworpen. Het gaat de ontwerpers erom hoe de gevel eruit ziet en veel minder hoe die gevel de blik van de gebruikers op de omgeving stuurt. Gelukkig signaleert ze een kentering. “In de gezondheidszorg is de laatste jaren veel aandacht voor healing environments en uitzicht wordt daarbij nadrukkelijk meegenomen.“ Ook als een uitzicht geen blik naar buiten gunt, maar op een ruimte als een atrium kan je met de D&V analysemethode de kwaliteit van het uitzicht vooraf bepalen. Als je dat maar vroeg genoeg doet in het ontwerpstadium, kun je nog ingrijpen en het uitzicht bijsturen.”

Oud-hoogleraar Hans Cauberg trad op als promotor bij het onderzoek van Hellinga. Sinds twee jaar werkt ze voor ingenieursbureau Cauberg-Huygen, dat mede door hem wordt opgericht en dat na het faillissement dit najaar werd ingelijfd door technisch detacheerder DPA. Als specialist visueel comfort adviseert Hellinga bij DPA Cauberg-Huygen klanten op het gebied van ruimtebeleving door toepassing van dag- en/of kunstlicht. Hierbij komt de analysemethode die inmiddels is opgenomen als bijlage D in norm NEN2057 goed van pas.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels