artikel

Retentierecht bij faillissement

bouwbreed

Retentierecht bij faillissement

Een onderaannemer oefende het retentierecht uit op een bouwplaats. De curator van de failliete hoofdaannemer spande een kort geding aan en vorderde ontruiming van de bouwplaats. De kortgedingrechter wees de vordering toe, daar het retentierecht niet rechtsgeldig werd uitgeoefend. (Zie Rechtbank Overijssel d.d. 26 juni 2013, C/08/139419 / KG ZA 13-176.)

De onderaannemer had in opdracht van de hoofdaannemer de fundering van de woning van P gelegd. De laatste dag dat de onderaannemer op de bouwplaats had gewerkt was op 28 maart 2013. De fundering was toen gereed. De onderaannemer had op die dag de bouwplaats verlaten, deze ontruimd en voor het werk een factuur aan de hoofdaannemer gezonden. Op 10 april 2013 verscheen de onderaannemer weer op het werk en heeft deze hekken rond de bouwplaats geplaatst met daaraan borden waaruit blijkt dat hij het retentierecht uitoefent.

Om een rechtsgeldig retentierecht te kunnen uitoefenen, moet sprake zijn van het uitoefenen van de feitelijke macht over de zaak. De voorzieningenrechter oordeelde aan de hand van de feiten dat de onderaannemer de feitelijk macht niet meer uitoefende. Het plaatsen van hekken en borden was op 10 april 2013 gedaan, terwijl de onderaannemer de bouwplaats al op 28 maart had opgeleverd, ontruimd en verlaten. Derhalve kon vanaf 28 maart geen rechtsgeldig retentierecht meer worden uitgeoefend. Volgens de voorzieningenrechter was het pas op 10 april plaatsen van hekken en borden ingegeven door het feit dat de onderaannemer op de hoogte was gekomen van het voornemen van de hoofdaannemer om haar eigen faillissement aan te vragen en de onderaannemer niets anders wilde dan een onderhandelingspositie creëren om betaald te krijgen uit de boedel of rechtstreeks van P. De voorzieningenrechter oordeelde verder dat het faillissement op 10 april werd uitgesproken en terugwerkende kracht heeft tot 0:00 uur, zodat ook om die reden de onderaannemer niet meer in staat was om rechtsgeldig het retentierecht uit te oefenen. De bouwplaats was immers al in de macht van de curator gekomen.

Kortom, van belang is dat bij een mogelijk te verwachten faillissement van de opdrachtgever het retentierecht tijdig (voordat het werk wordt verlaten) wordt uitgeoefend.

Ancella Klunne, advocaat Severijn Hulshof advocaten te Rotterdam

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels